Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.5

Voorwaarden en beperkingen

Onderdeel van Regeling Cultuureducatie voor het Caribisch deel van het Koninkrijk 2025–2028· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 20 november 2024

1. Alleen kosten die direct verband houden met de projecten of activiteiten komen in aanmerking voor subsidiëring. 2. Het Fonds verstrekt alleen subsidie als de aanvrager: aantoont dat er een begrotingstekort is, en dat voor een sluitende begroting ondersteuning door het Fonds nodig is; de mogelijkheid van andere inkomsten dan de gevraagde subsidie onderzoekt, rekening houdend met de aard van het project of de activiteiten; en aannemelijk maakt dat de financiële middelen, samen met de subsidie van het Fonds, voldoende zijn om het project of de activiteiten uit te voeren. 3. Het Fonds kan in de volgende hoofdstukken verruimingen en beperkingen verbinden aan de omvang van bepaalde begrotingsposten ten opzichte van de totale kosten van projecten of activiteiten. 4. Aanvragers gevestigd in het Caribisch deel van het Koninkrijk kunnen de benodigde kosten voor het omwisselen van valuta voor het uitvoeren van het project opnemen in de subsidieaanvraag. 5. De kosten voor een verplichte accountantsverklaring, kunnen als subsidiabele kosten in de begroting worden opgenomen.

Rechtspraak bij dit artikel