Naar hoofdinhoud

2 Hoofdstuk II

Artikel 2.13

MHK_C

Onderdeel van Beleidsregels risicoverevening 2025· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 19 november 2024

1. Het Zorginstituut baseert het geraamde aantal verzekerden per zorgverzekeraar voor het criterium MHK_C op: de indeling in MHK_C-klassen 2025 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen in Bijlage 9 van deze Beleidsregels; de kosten over 2020 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag variabele zorgkosten tot en met 31 december 2022, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2023 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd, exclusief kosten verpleging en verzorging; de opgave per 31 mei 2023 van kosten kraamzorg, kosten verloskunde en kosten integrale geboortezorg 2020 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van Vektis aan het Zorginstituut; de kosten over 2021 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag variabele zorgkosten tot en met 31 december 2023, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2024 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd, exclusief kosten van: verpleging en verzorging; kraamzorg en kraamzorg via integrale geboortezorg; en verloskunde en verloskunde via integrale geboortezorg; de kosten over 2022 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag variabele zorgkosten, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2024 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd, exclusief kosten van: verpleging en verzorging; kraamzorg en kraamzorg via integrale geboortezorg; en verloskunde en verloskunde via integrale geboortezorg; de opgave per 18 juni 2024 van kosten verloskunde voor medisch-specialistische zorg en verblijf gezonde zuigelingen 2022 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van Vektis aan het Zorginstituut; de opgave per 6 juni 2024 van kosten verloskunde voor medisch-specialistische zorg en verblijf gezonde zuigelingen 2021 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van Vektis aan het Zorginstituut; de opgave per 6 juni 2024 van kosten verloskunde voor medisch-specialistische zorg en verblijf gezonde zuigelingen 2020 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van Vektis aan het Zorginstituut; de opgave van de zorgkantoren per 1 juni 2024 aan het Zorginstituut van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van alle Wlz-prestaties in 2023; de opgave per 6 juni 2024 van extramurale prestaties van het persoonsgebonden budget 2023 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van Vektis aan het Zorginstituut; en het PKB 2020, PKB 2021 en PKB 2022. 2. Het Zorginstituut koppelt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b tot en met k, met het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PKB 2023 en bepaalt daarmee en met inachtneming van Bijlage 9 van deze Beleidsregels, in welke MHK_C-klasse een verzekerde wordt ingedeeld. 3. Het Zorginstituut past op de verzekerden die in het PKB 2023 voor het eerst voorkomen de relatieve prevalentie van verzekerden die voor het eerst voorkomen in het PKB 2021 toe. 4. Vervolgens koppelt het Zorginstituut de verzekerden aan het PER 2024. Op de verzekerden die in het PER 2024 voor het eerst voorkomen past het Zorginstituut de relatieve prevalentie van verzekerden die voor het eerst voorkomen in het PKB 2022 toe. 5. Vervolgens past het Zorginstituut een sterftecorrectie toe, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft. 6. Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen MHK_C’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen MHK_C’ in. 7. Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium MHK_C naar de macroverzekerdenraming. De relatieve prevalentie van verzekerden die in Nederland wonen wordt per klasse bepaald met de relatieve prevalentie zoals die volgt uit de kosten van de gegevensjaren 2022, 2021 en 2020 van de Overall Toets 2025.

Rechtspraak bij dit artikel