**1.** Het Zorginstituut baseert het geraamde aantal verzekerden per zorgverzekeraar voor het criterium MHK_G op:
de indeling in MHK_G-klassen 2025 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen in Bijlage 10 van deze Beleidsregels;
de kosten over 2018 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg exclusief kosten voor langdurige geestelijke gezondheidszorg tot en met 31 december 2020, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2021 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd;
de kosten over 2019 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg exclusief kosten voor langdurige geestelijke gezondheidszorg tot en met 31 december 2021, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2022 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd;
de kosten over 2020 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg inclusief kosten voor langdurige geestelijke gezondheidszorg tot en met 31 december 2022, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2023 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd;
de kosten over 2021 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg inclusief kosten voor langdurige geestelijke gezondheidszorg tot en met 31 december 2023, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2024 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd;
de kosten over 2022 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2024 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; en
het PKB 2018, PKB 2019, PKB 2020, PKB 2021 en PKB 2022.
**2.** Het Zorginstituut koppelt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b tot en met g, met het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PKB 2023 en bepaalt daarmee en met inachtneming van Bijlage 10 van deze Beleidsregels, in welke MHK_G-klasse een verzekerde wordt ingedeeld.
**3.** Het Zorginstituut past op de verzekerden die in het PKB 2023 voor het eerst voorkomen de relatieve prevalentie van verzekerden die voor het eerst voorkomen in het PKB 2021 toe.
**4.** Vervolgens koppelt het Zorginstituut de verzekerden aan het PER 2024. Op de verzekerden die in het PER 2024 voor het eerst voorkomen past het Zorginstituut de relatieve prevalentie van verzekerden die voor het eerst voorkomen in het PKB 2022 toe.
**5.** Vervolgens past het Zorginstituut een sterftecorrectie toe, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft.
**6.** Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen MHK_G’ valt, deelt het Zorginstituut de verzekerde in de klasse ‘Geen MHK_G’ in.
**7.** Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium MHK_G naar de macroverzekerdenraming. De relatieve prevalentie voor verzekerden die in Nederland wonen wordt per klasse bepaald met de relatieve prevalentie zoals die volgt uit de kosten van de gegevensjaren 2021, 2020, 2019, 2018 en 2017 van de Overall Toets 2024.
2 Hoofdstuk II
Artikel 2.14
MHK_G
Onderdeel van Beleidsregels risicoverevening 2025· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 19 november 2024