Naar hoofdinhoud

2 Hoofdstuk II

Artikel 2.15

MVV_C

Onderdeel van Beleidsregels risicoverevening 2025· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 19 november 2024

1. Het Zorginstituut baseert het geraamde aantal verzekerden per zorgverzekeraar voor het criterium MVV_C op: de indeling in MVV_C-klassen 2025 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen in Bijlage 11 van deze Beleidsregels; de leeftijd volgens het PKB 2023; de kosten verpleging en verzorging 2020 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer tot en met 31 december 2022, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2023 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; de kosten verpleging en verzorging 2021 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer tot en met 31 december 2023, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2024 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; de kosten verpleging en verzorging 2022 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2024 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; de opgave van de zorgkantoren per 1 juni 2024 aan het Zorginstituut van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van alle Wlz-prestaties in 2023; de opgave per 6 juni 2024 van extramurale prestaties van het persoonsgebonden budget 2023 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van Vektis aan het Zorginstituut; en het PKB 2020, PKB 2021 en PKB 2022. 2. Het Zorginstituut koppelt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b tot en met h, met het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PKB 2023 en bepaalt daarmee en met inachtneming van Bijlage 11 van deze Beleidsregels, in welke MVV_C-klasse een verzekerde wordt ingedeeld. 3. Het Zorginstituut past op de verzekerden die in het PKB 2023 voor het eerst voorkomen de relatieve prevalentie van verzekerden die voor het eerst voorkomen in het PKB 2021 toe. 4. Vervolgens koppelt het Zorginstituut de verzekerden aan het PER 2024. Op de verzekerden die in het PER 2024 voor het eerst voorkomen past het Zorginstituut de relatieve prevalentie van verzekerden die voor het eerst voorkomen in het PKB 2022 toe. 5. Vervolgens past het Zorginstituut een sterftecorrectie toe, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft. 6. Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen MVV_C’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen MVV_C’ in. 7. Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium MVV_C naar de macroverzekerdenraming. De relatieve prevalentie voor verzekerden die in Nederland wonen wordt per klasse bepaald met de relatieve prevalentie zoals die volgt uit de kosten van de gegevensjaren 2022, 2021 en 2020 van de Overall Toets 2025.

Rechtspraak bij dit artikel