Het aangetroffen vuurwerk wordt ten behoeve van de strafmaat ingedeeld in de hierna genoemde vier lijsten. De indeling van het vuurwerk in deze vier lijsten is gebaseerd op de algemene gevaarzetting die van dat vuurwerk uit gaat, onafhankelijk van de omstandigheden waaronder het is aangetroffen. De lijstindeling komt terug in de processen-verbaal van het onderzoek van vuurwerk van het Centraal Onderzoeksteam Vuurwerk (verder te noemen: COV) Deze lijstindeling correspondeert niet met de categorie-indeling F1–F4 ingevolge de Pyrorichtlijn, zoals doorgaans aangegeven op het vuurwerk zelf en vermeld in artikel 1A.1.3 lid 3 van het Vuurwerkbesluit (verder te noemen Vwb):
Lijst I betreft in Nederland toegestaan consumentenvuurwerk, zoals aangegeven in de Regeling aanwijzing consumentenvuurwerk (verder te noemen: RAC);
Lijst II betreft professioneel vuurwerk, dat is ingedeeld in categorie F2 en niet als consumentenvuurwerk aangewezen in de RAC en professioneel vuurwerk F3. Daarnaast betreft Lijst II pyrotechnische artikelen voor theatergebruik van de categorie T1/T2. Verder is deze lijst van toepassing op handfakkels;
Lijst III betreft professioneel vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F4, of vuurwerk dat volgens opschrift niet is voorzien van een F-categorie en daarnaast vuurwerk P1/P2, met uitzondering van handfakkels;
Lijst IV betreft geïmproviseerd vuurwerk (vuurwerk dat zelf is vervaardigd of is aangepast).
Artikel 6
Lijsten
Onderdeel van Richtlijn voor strafvordering vuurwerkdelicten· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 december 2024