Te trachten een ander te bewegen om de handelingen in art. 1.2.2 lid 1 t/m 4 Vb te plegen, te doen plegen, mede te plegen of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen (art. 1.2.2 lid 5 onder a Vb).
Strafuitgangspunt: de straf uit de tabel voor lijst II, III of IV minus 50%.
Te trachten zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het verrichten van de handelingen in art. 1.2.2 lid 1 t/m 4 Vb te verschaffen (art. 1.2.2 lid 5 onder b Vb).
Strafuitgangspunt: de straf uit de tabel voor lijst II, III of IV minus 50%.
Voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het verrichten van de handelingen in art. 1.2.2 lid 1 t/m 4 Vb (art. 1.2.2 lid 5 onder c Vb).
Strafuitgangspunt: de straf uit de tabel voor lijst II, III of IV minus 50%.
Artikel 7
Bijzonderheden: bevorderen en/of voorbereiden handelingen ex. art. 1.2.2 lid 5 Vb1Bij deze handelingen worden de straffen met de helft verminderd, op basis van art. 91 jo. art. 46, tweede lid, Wetboek van Strafvordering.
Onderdeel van Richtlijn voor strafvordering vuurwerkdelicten· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 december 2024