Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Juridisch kader van het aanvraagproces

Onderdeel van Circulaire uniformering aanvraag- en uitgifteproces niet-ingezetenen· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 13 december 2024

Het aanvraagproces is opgedeeld in vijf stappen (zie ook de werkinstructie op pagina 10 en verder) die uiteindelijk bepalen welke documenten een aanvrager moet overleggen om na te kunnen gaan of u de aanvrager een reisdocument kunt verstrekken. U behandelt de aanvraag aan de hand van de bepalingen in de Paspoortwet, het Paspoortbesluit en de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 (PUN), die regels stellen voor de aangewezen gemeenten. Als u werkzaam bent voor één van de vestigingen van de Vertegenwoordiging van de Nederlandse regering (namens de burgemeester Haarlemmermeer) in Aruba, Curaçao en Sint Maarten wat identiteitskaarten betreft, behandelt u de aanvraag aan de hand van de bepalingen in de Paspoortwet, het Paspoortbesluit en de PUN. Het Ministerie van BZ behandelt de aanvraag op basis van de bepalingen in de Paspoortwet, het Paspoortbesluit en de Paspoortuitvoeringsregeling Buitenland 2001 (PUB) en de Gouverneurs van de Caribische landen aan de hand van de Paspoortwet, het Paspoortbesluit en de Paspoortuitvoeringsregeling Caribische landen (PuCAR): Artikel 2.1 Paspoortbesluit en de artikelen 22 en 22a PUN zijn relevant voor de vaststelling van de identiteit. Voor de Minister van BZ is artikel 36 PUB en voor de Gouverneurs van de Caribische landen is artikel 34 PuCAR van toepassing. De bevoegdheid van de aangewezen gemeenten is geregeld in de artikelen 3.2, eerste lid, en 4.2, eerste lid, Paspoortbesluit en artikel 7 van de PUN, van de vestigingen van de Vertegenwoordiging van de Nederlandse regering (namens de burgemeester van de gemeente Haarlemmermeer) in Aruba, Curaçao en Sint Maarten wat identiteitskaarten betreft in de artikelen 3.2, tweede lid, en 4.2, tweede lid, Paspoortbesluit en artikel 7 van de PUN, van de Minister van BZ in artikel 26 van de Paspoortwet en van de Gouverneurs van de Caribische landen in artikel 26 van de Paspoortwet en artikel 3.3, tweede lid, Paspoortbesluit. Voor het vaststellen van de nationaliteit baseren aangewezen gemeenten, de vestigingen van de Vertegenwoordiging van de Nederlandse regering (namens de burgemeester van de gemeente Haarlemmermeer) in Aruba, Curaçao en Sint Maarten wat identiteitskaarten betreft, de Minister van BZ en de Gouverneurs van de Caribische landen zich op artikel 2.1 Paspoortbesluit. Het vaststellen of een aanvrager handelingsonbekwaam is, wordt geregeld in de artikelen 31 en 32 PUN, de artikelen 45 en 46 PUB en de artikelen 43 en 44 PuCAR. Het vaststellen van de houdergegevens is bepaald in de artikelen 23, 24, 25 en 26 PUN, de artikelen 37, 38, 39 en 40 PUB en de artikelen 35, 36, 37 en 38 PuCAR. Verzending van een document kan onder voorwaarden op grond van artikel 54 PUN, 67 PUB en 65 PuCAR. Bij het aanvraag- en uitgifteproces van reisdocumenten kan de vraag zich voordoen hoe de aanvraag zich verhoudt tot de BRP en de PIVA en welke wet van toepassing is (de Wet BRP, de Landsverordening14De Caribische landen hebben eigen wetgeving voor de registratie van persoonsgegevens. Aruba: Landsverordening op het aanleggen en bijhouden van het bevolkingsregister. Sint Maarten en Curaçao: Landsverordening basisadministratie persoonsgegevens. Een verordening in de Caribische Landen heeft dezelfde status als een wet heeft in Nederland. of de Paspoortwet). Voor aanvragen van een reisdocument door niet-ingezetenen gaat de Paspoortwet (en de onderliggende regelgeving) voor. Slechts indien de Paspoortwet of de onderliggende regelgeving uitdrukkelijk verwijst naar de Wet BRP of de wetgeving over de bevolkingsadministratie van de landen, volgt u deze. Als informatie uit de BRP of de PIVA niet beschikbaar of niet actueel is, dan regelen de Wet BRP, de Landsverordening en de Paspoortwet dat het mogelijk is om op basis van alternatieve documenten voldoende zekerheid te krijgen. Indien een niet-ingezetene een reisdocument bij u aanvraagt en hij aangeeft niet te beschikken over een adres in het buitenland, dient u deze aanvraag gewoon in behandeling te nemen. In de Grondwet is vastgelegd dat iedere Nederlander recht heeft het land te verlaten (tenzij bij wet anders is bepaald). Een administratieve belemmering voor het verkrijgen van een reisdocument in de vorm van een adresvereiste is daarom niet toegestaan. Denk bijvoorbeeld ook aan de zogenaamde wereldreizigers. De behandeling van een aanvraag voor een reisdocument mag niet als drukmiddel worden gebruikt voor inschrijving in de BRP. Indien de aanvrager als niet-ingezetene in de BRP (RNI) staat, bent u bevoegd en dient u de aanvraag in behandeling te nemen, ook als u het vermoeden heeft dat de als VOW´er in de BRP (RNI) geregistreerde burger in Nederland woont. Indien u vermoedt dat de aanvrager woonachtig is in Nederland, wijst u hem er wel op dat hij verplicht is zich in te schrijven bij de gemeente waar hij feitelijk woonachtig is en dan daar een aanvraag moet doen. Bij behandeling van de aanvraag, doet u op grond van art. 2.34 van de Wet BRP een terugmelding aan het college van de gemeente waar de aanvrager volgens u feitelijk woonachtig is.15Wanneer een VOW-er een aanvraag indient bij de Kabinetten van de Gouverneurs van Curaçao, Aruba of Sint Maarten en het vermoeden bestaat dat iemand feitelijk woonachtig is in één van deze landen, is het – mits de wetgeving en beleid van het land het toelaat – ook mogelijk om een melding te doen aan de afdeling Burgerzaken van het land waar aanvrager vermoedelijk feitelijk woonachtig is. Het is aan deze gemeente om adresonderzoek te doen. In de Caribische landen zijn de Kabinetten van de Gouverneurs de uitgevende instanties voor reisdocumenten, behoudens Nederlandse identiteitskaarten,16Nederlandse identiteitskaarten kunnen op Aruba, Curaçao en Sint Maarten worden aangevraagd bij en uitgereikt worden door de Nederlandse Vertegenwoordigingen aldaar (namens de burgemeester van Haarlemmermeer) voor Nederlanders die in de basisadministratie van Aruba, Curaçao of Sint Maarten zijn ingeschreven en een inschrijving in de BRP hebben. Met een inschrijving in de BRP beschikt de aanvrager over een burgerservicenummer (BSN). Een BSN is noodzakelijk om gebruik te kunnen maken van het publiek identificatiemiddel (artikel 3a, derde lid, Paspoortwet) dat op een Nederlandse identiteitskaart is geplaatst (artikel 1.6, eerste lid, Paspoortbesluit). Met dit identificatiemiddel is elektronische dienstverlening op DigiD Hoog-niveau mogelijk. aan Nederlanders die niet ingeschreven staan in de bevolkingsadministratie (PIVA) van de landen. Nederlanders die langer dan 9 maanden in de Caribische landen verblijven zouden zich in moeten laten schrijven in de PIVA. In de praktijk laten Nederlanders zich niet altijd inschrijven. De situatie kan zich voordoen dat een Nederlander die eigenlijk als ingezetene in de PIVA geregistreerd zou moeten staan zich voor het aanvragen van een reisdocument als niet-ingezetene meldt bij het Kabinet van de Gouverneur. In het kader van de goede bijhouding van de bevolkingsadministratie wordt u gevraagd een burger erop te attenderen dat hij dient te voldoen aan de meldplicht (inschrijving in de PIVA) bij een verblijf langer dan 9 maanden (of in geval van Aruba: 3 maanden).17Daarnaast is het – mits de wetgeving en het beleid van het Caribisch land dit toelaat – mogelijk om een melding te doen aan de afdeling Burgerzaken van het land waar aanvrager vermoedelijk feitelijk woonachtig is. De aanvraag voor een reisdocument dient u in behandeling te nemen ongeacht de inschrijving in de PIVA.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel