Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 6a

Beoordeling herzieningstermijn van geaggregeerde passieve belastinglatenties

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit minimumbelasting 2024· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. Voor de toepassing van artikel 7.3, zevende lid, van de wet kan een groepsentiteit ten aanzien van een geaggregeerde passieve belastinglatentie die betrekking heeft op een grootboekrekening of een geaggregeerde passieve belastinglatentiecategorie gezamenlijk beoordelen of een bedrag aan passieve belastinglatentie niet is herzien en niet is betaald binnen de periode, bedoeld in dat artikel. 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt een netto afname van het saldo van een geaggregeerde passieve belastinglatentie die betrekking heeft op een grootboekrekening of van een geaggregeerde passieve belastinglatentiecategorie aangemerkt als een herziening van een passieve belastinglatentie. 3. Indien sprake is van een afname van het saldo van een geaggregeerd passieve belastinglatentie die betrekking heeft op een grootboekrekening of van een geaggregeerde passieve belastinglatentiecategorie, mag een groepsentiteit de eerst opgekomen passieve belastinglatentie aanmerken als de herziene passieve belastinglatentie, mits: de passieve belastinglatentie betrekking heeft op een enkele grootboekrekening; de passieve belastinglatentie betrekking heeft op een geaggregeerde passieve belastinglatentiecategorie die uitsluitend bestaat uit passieve belastinglatenties die betrekking hebben op grootboekrekeningen met een vergelijkbare herzieningstermijn; of de passieve belastinglatenties in een geaggregeerde passieve belastinglatentiecategorie geen vergelijkbare herzieningstermijn hebben, maar de groep aannemelijk maakt dat sprake zal zijn van een adequate herziening van de passieve belastinglatenties voor zover de herzieningstermijn van vijf verslagjaren wordt overschreden. 4. Voor de toepassing van het derde lid worden passieve belastinglatenties geacht een vergelijkbare herzieningstermijn te hebben indien deze volledig worden herzien binnen een periode van twee jaar van elkaar. 5. Indien sprake is van een afname van het saldo van de geaggregeerde passieve belastinglatentie die betrekking heeft op een grootboekrekening of van de geaggregeerde passieve belastinglatentiecategorie en het derde lid niet van toepassing is, wordt de laatst opgekomen passieve belastinglatentie aangemerkt als de herziene passieve belastinglatentie. 6. Indien het maximaal toegestane bedrag ten minste gelijk is aan het openstaande saldo van een geaggregeerde passieve belastinglatentiecategorie of grootboekrekening wordt geen passieve belastinglatentie teruggenomen in het getoetste verslagjaar. Indien het maximaal toegestane bedrag lager is dan het openstaande saldo van een grootboekrekening of van een geaggregeerde passieve belastinglatentiecategorie, wordt het verschil aangemerkt als een niet-toegestaan saldo. 7. Indien het niet-toegestane saldo in een verslagjaar toeneemt ten opzichte van het voorgaande verslagjaar, wordt die toename aangemerkt als een bedrag aan passieve belastinglatentie dat wordt teruggenomen. Indien het niet-toegestane saldo in een verslagjaar afneemt ten opzichte van het voorgaande verslagjaar, wordt die afname aangemerkt als een herziening van een teruggenomen passieve belastinglatentie, een herziening van een niet-gebruikte toerekening als bedoeld in artikel 7.3, derde lid, onderdeel a, van de wet of een herziening van een passieve belastinglatentie die is opgekomen voorafgaand aan het overgangsjaar. 8. Indien de groepsentiteit aannemelijk maakt dat de geaggregeerde passieve belastinglatentie die betrekking heeft op een grootboekrekening of de geaggregeerde passieve belastinglatentiecategorie enkel bestaan uit passieve kortetermijnbelastinglatenties of uit passieve kortetermijnbelastinglatenties en actieve belastinglatenties, wordt voor de toepassing van het eerste lid niet beoordeeld of een bedrag aan passieve belastinglatentie niet is herzien en niet is betaald binnen de periode, bedoeld in artikel 7.3, zevende lid. Indien in een verslagjaar de eerste zin niet meer van toepassing is, blijven bij de beoordeling op grond van het eerste lid passieve kortetermijnbelastinglatenties die zijn opgekomen voorafgaand aan dat verslagjaar buiten beschouwing. 9. Niettegenstaande artikel 7.3, achtste lid, van de wet wordt, indien het eerste lid wordt toegepast ten aanzien van een geaggregeerde passieve belastinglatentie waarin een passieve belastinglatentie als bedoeld in artikel 7.3, achtste lid, van de wet is inbegrepen, die passieve belastinglatentie betrokken in de gezamenlijke beoordeling, bedoeld in het eerste lid. 10. De keuze op grond van artikel 7.3, negende lid, onderdeel b, van de wet is van toepassing op alle geaggregeerde passieve belastinglatenties die betrekking hebben op dezelfde grootboekrekening of geaggregeerde passieve belastinglatentiecategorie. 11. De keuze, bedoeld in artikel 7.3, negende lid, onderdeel b, van de wet kan worden gemaakt ten aanzien van een geaggregeerde passieve belastinglatentie die betrekking heeft op een grootboekrekening of een geaggregeerde passieve belastinglatentiecategorie, ongeacht of het de verwachting is dat de individuele passieve belastinglatenties of de geaggregeerde passieve belastinglatenties niet worden herzien binnen de periode, bedoeld in artikel 7.3, zevende lid, van de wet. 12. Voor de toepassing van het eerste lid worden passieve belastinglatenties die zien op de volgende activa en passiva enkel gezamenlijk beoordeeld indien zij zijn geaggregeerd ten behoeve van een grootboekrekening: niet-afschrijfbare immateriële activa, waaronder goodwill; afschrijfbare immateriële activa met een boekhoudkundige levensduur van meer dan vijf jaren; en vorderingen en schulden van verbonden partijen. 13. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: geaggregeerde passieve belastinglatentiecategorie: verschillende passieve belastinglatenties die betrekking hebben op twee of meer grootboekrekeningen die in overeenstemming zijn met de rekeningschema’s die zijn gebruikt voor de toepassing van artikel 6.1, eerste en tweede lid, van de wet en onderdeel zijn van dezelfde balansrekening of subbalansrekening, en die kunnen bestaan uit passieve kortetermijnbelastinglatenties en passieve langetermijnbelastinglatenties; passieve kortetermijnbelastinglatentie: een afzonderlijke passieve belastinglatentie of een geaggregeerde passieve belastinglatentie die is gevormd ter zake van een grootboekrekening die wordt herzien binnen vijf verslagjaren volgend op het verslagjaar waarin deze is opgekomen; passieve langetermijnbelastinglatentie: een afzonderlijke passieve belastinglatentie of een geaggregeerde passieve belastinglatentie die is gevormd ter zake van een grootboekrekening die niet wordt herzien binnen vijf verslagjaren volgend op het verslagjaar waarin deze is opgekomen; getoetste verslagjaar: het verslagjaar waarin een passieve belastinglatentie is opgekomen en in aanmerking is genomen in het totale bedrag van de gecorrigeerde mutaties in belastinglatenties; toetsingsperiode: een periode van vijf verslagjaren volgend op het getoetste verslagjaar; niet-toegestaan saldo: het totale bedrag aan passieve belastinglatenties dat niet is herzien voor het einde van de toetsingsperiode en het overschot betreft van het openstaande saldo van de passieve belastinglatentie ten opzichte van het maximaal toegestane bedrag; openstaand saldo: het saldo aan passieve belastinglatenties aan het eind van de toetsingsperiode dat is berekend vanaf het overgangsjaar; maximaal toegestane bedrag: indien de eerst opgekomen passieve belastinglatentie wordt aangemerkt als de herziene passieve belastinglatentie: de som van de netto toename van het openstaande saldo voor elk verslagjaar in de toetsingsperiode; of indien de laatst opgekomen passieve belastinglatentie wordt aangemerkt als de herziene passieve belastinglatentie: het netto bedrag van de in de toetsingsperiode opgekomen en herziene passieve belastinglatenties indien dat bedrag ten minste nihil bedraagt. 14. Voor de toepassing van het dertiende lid, onderdeel a, wordt niet in aanmerking genomen: een grootboekrekening die structureel een actieve belastinglatentie genereert; of een grootboekrekening waarbij als gevolg van timingverschillen tussen verslaggevingsregels en fiscale regels op verschillende momenten een actieve belastinglatentie dan wel een passieve belastinglatentie wordt verantwoord. Vindt voor het eerst toepassing met betrekking tot verslagjaren die aanvangen op of na 31 december 2023.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel