Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 6b

Toerekening van betrokken belastingen in het geval van kruislingse verrekening

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit minimumbelasting 2024· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. De toerekening van betrokken belastingen aan een groepsentiteit, bedoeld in artikel 7.5, eerste, derde, vierde en vijfde lid, van de wet, vindt ten aanzien van belastingen die door een hoofdentiteit of groepsentiteit-belanghouder kunnen worden verrekend met belastingen over het inkomen van verschillende vaste inrichtingen of entiteiten plaats volgens de formule: A = B x (C / D) waarbij wordt verstaan onder: A: het bedrag aan betrokken belastingen van de hoofdentiteit of groepsentiteit-belanghouder dat wordt toegerekend aan de groepsentiteit; B: het totale bedrag aan toe te rekenen betrokken belastingen, berekend op grond van het tweede lid; C: de allocatiesleutel van een vaste inrichting of entiteit voor de toerekening van betrokken belastingen, berekend op grond van het derde lid; D: de som van alle allocatiesleutels voor de toerekening van betrokken belastingen. 2. Het totale bedrag aan toe te rekenen betrokken belastingen wordt berekend volgens de formule: B = E – F – G waarbij wordt verstaan onder: B: het totale bedrag aan toe te rekenen betrokken belastingen; E: de totale acute belastinglast van de hoofdentiteit of groepsentiteit-belanghouder; F: de binnenlandse acute belastinglast van de hoofdentiteit of groepsentiteit-belanghouder waarbij de acute belastinglast met betrekking tot het buitenlandse broninkomen buiten beschouwing blijft; G: de betrokken belasting die is geheven overeenkomstig een geaggregeerde belastingregeling voor buitenlandse gecontroleerde lichamen als bedoeld in artikel 6, tiende lid. 3. De allocatiesleutel van een vaste inrichting of entiteit voor de toerekening van betrokken belastingen wordt berekend volgens de formule: C = (H x I) – J waarbij wordt verstaan onder: C: de allocatiesleutel van een vaste inrichting of entiteit voor de toerekening van betrokken belastingen; H: het buitenlandse broninkomen van de vaste inrichting of entiteit; I: het binnenlandse belastingtarief; J: de verrekenbare buitenlandse belasting met betrekking tot het buitenlandse broninkomen van de vaste inrichting of entiteit. 4. De totale acute belastinglast van de hoofdentiteit of groepsentiteit-belanghouder, bedoeld in het tweede lid, wordt verminderd met het bedrag aan belastinglast dat betrekking heeft op een onzekere belastingpositie en het bedrag aan belastinglast ten aanzien waarvan niet de verwachting bestaat dat het binnen drie jaar na afloop van het verslagjaar wordt betaald. 5. Het totale bedrag aan toe te rekenen betrokken belastingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, de allocatiesleutel van een vaste inrichting of entiteit voor de toerekening van betrokken belastingen, bedoeld in het eerste en derde lid, en de binnenlandse belastinglast van de hoofdentiteit of groepsentiteit-belanghouder waarbij het buitenlandse broninkomen buiten beschouwing blijft, bedoeld in het tweede lid, bedragen ieder ten minste nihil. Vindt voor het eerst toepassing met betrekking tot verslagjaren die aanvangen op of na 31 december 2023.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel