**1.** De subsidie voor realisering van een speelfilm of lange animatiefilm wordt beschikbaar gesteld ten behoeve van de vervaardiging van een werkkopie en de definitieve vertoning gereed zijnde kopie die in de bioscoop of filmtheaters en tevens non theatrical zal worden uitgebracht.
**2.** Om tot een besluit van subsidieverlening te komen dient de producent op grond van een voornemen dan wel besluit tot subsidieverlening de volgende stukken voor te leggen aan het bestuur van het Fonds:
een onderbouwde intentieverklaring of garantieverklaring van een filmdistributeur;
een gedetailleerde en onderbouwde productiebegroting in overeenstemming met het filmplan;
een financieringsplan waaruit blijkt dat niet aan elkaar gelieerde financiers, naast het Fonds, zullen bijdragen aan de financiering van de filmproductie.
**3.** Een besluit tot subsidieverlening wordt genomen onder de voorwaarde dat:
voorafgaand aan de uiterlijke datum dat de uitvoeringsovereenkomst moet worden ondertekend een distributieovereenkomst tussen de producent en filmdistributeur met betrekking tot de distributie van de filmproductie tot stand komt; en
ten tijde van de distributieaanvraag voor de filmproductie een crossmediaal marketing en distributieplan, in gezamenlijkheid met de filmdistributeur, aan het bestuur van het Fonds ter beoordeling en goedkeuring wordt voorgelegd. Dit plan dient gericht te zijn op het behalen van een optimaal publieksbereik via een theatrical en non theatrical release.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 19
– subsidiabele activiteit –
Onderdeel van Deelreglement Realisering van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2025