**1.** De subsidie voor realisering van een documentaire met een vertoningsduur van tenminste 70 minuten wordt beschikbaar gesteld ten behoeve van een werkkopie en een definitieve voor vertoning gereed zijnde kopie die naast een brede non theatrical release ook in de bioscopen of filmtheaters zal worden vertoond.
**2.** Om tot een besluit van subsidieverlening te komen dient de producent op grond van een voornemen tot subsidieverlening de volgende stukken voor te leggen aan het bestuur van het Fonds:
een onderbouwde intentieverklaring of garantieverklaring van een filmdistributeur;
een gedetailleerde en onderbouwde productiebegroting in overeenstemming met het filmplan;
een financieringsplan waaruit blijkt dat niet aan elkaar gelieerde financiers, naast het Fonds, zullen bijdragen aan de financiering van de filmproductie;
**3.** Een besluit tot subsidieverlening wordt genomen onder de voorwaarde dat ten tijde van de distributieaanvraag voor de filmproductie een gedetailleerd crossmediaal marketing en distributieplan, eveneens in gezamenlijkheid met de filmdistributeur, aan het bestuur van het Fonds ter beoordeling en goedkeuring wordt voorgelegd. Dit plan dient gericht te zijn op het behalen van een optimaal publieksbereik via een non theatrical en theatrical release.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 20
– subsidiabele activiteit –
Onderdeel van Deelreglement Realisering van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2025