1. 1. De scheepsbeheerder van een zeeschip draagt zorg voor de afhandeling van klachten over schending of vermoedelijke schending van het MLC-verdrag of het C188-verdrag volgens een door de scheepsbeheerder vastgestelde klachtenprocedure als bedoeld in voorschrift 5.1.5 van het MLC-verdrag.
  2. 2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld waaraan de in het eerste lid bedoelde klachtenprocedure moet voldoen.