Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 8

Voorwaarden, subsidiabele kosten en staatssteun

Onderdeel van Regeling Artistic & Design Research for Immersive Experiences 2025-2029· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 26 maart 2026

1). Er wordt geen subsidie verleend aan of voor: het opstellen van een activiteitenprogramma waarvoor in aanvraagronde 2A opnieuw subsidie wordt aangevraagd na een (gedeeltelijke) afwijzing, zonder dat de aanvrager nieuwe feiten of gewijzigde omstandigheden benoemt; activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, is verleend, of waarmee wordt deelgenomen aan een CIIIC-regeling van NWO, TNO, RVO of CLICKNL; de kosten van Postdoc en PhD-promovendi die uit een beurs bekostigd kunnen worden; reguliere bouw- en restauratiekosten; inrichtings-, restauratie- en verbouwingsplannen; arbeidskosten voor medewerkers van rijks-, provinciale en gemeentelijke instellingen; medewerkers van het Stimuleringsfonds en/of van de ministeries van OCW en EZ, NWO, TNO, RVO en CLICKNL; leden van de Raad van Toezicht en het bestuur van het Stimuleringsfonds; een aanvrager die lid is van de adviescommissie die aanvragen voor de betreffende subsidie beoordeelt. 2). Van de subsidie voor het uitvoeren van het tweejarige activiteitenprogramma mag maximaal € 100.000 worden besteed aan activiteiten van internationale en overige partners; 3). Van de subsidie voor het uitvoeren van het tweejarige activiteitenprogramma mag maximaal € 50.000 worden besteed aan de kosten van dienstverlening door publieke en private organisaties en bedrijven uit de andere sectoren (bijvoorbeeld consultancy, technologie, gezondheidszorg). 4). Van de subsidie voor het uitvoeren van het tweejarige activiteitenprogramma is maximaal € 80.000 subsidiabel voor de investering in voor de uitvoering van het activiteitenprogramma noodzakelijke apparatuur. Voor de bepaling van de subsidiabele kosten van aanschaf van apparatuur dient te worden gekeken naar de jaarlijkse lineaire afschrijving. Deze wordt bepaald op basis van de berekening: aanschafprijs – restwaarde ÷ afschrijvingstermijn in aantal jaren (met een minimum van 5 jaar). Voor de bepaling van de subsidiabele kosten van financial lease dient te worden gekeken naar de jaarlijkse kosten. 5). In aanvulling op lid 1, 2, 3 en 4 van dit artikel toetst het Stimuleringsfonds een aanvraag aan de volgende punten: veiligheid van reizen: er wordt in het geval internationale reizen onderdeel zijn van de aanvraag gekeken of er op het moment van de geplande reisbeperkingen, dan wel dringende adviezen gelden voor internationale reizen naar het desbetreffende land. Voor het bestuur zijn hierbij de reisadviezen op www.nederlandwereldwijd.nl bepalend. Subsidie mag niet gebruikt worden voor reizen naar een gebied waar op het moment van reizen een reisadvies met kleurcode rood geldt; duurzaam reizen: het bestuur stimuleert duurzaam reizen. Als een reis voor het project per trein maximaal acht uur bedraagt, vergoedt het bestuur alleen de kosten voor reizen over land. 6). De subsidies die het Stimuleringsfonds verstrekt kunnen worden aangemerkt als een vorm van staatssteun. Voor het kunnen verlenen van steun op basis van deze regeling wordt een beroep gedaan op de vrijstelling in artikel 53 (steun voor cultuur en instandhouding van het erfgoed) van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening(Verordening 651/2014, “AGVV”). Het Ministerie van OCW rapporteert jaarlijks hoeveel steun er wordt toegekend binnen deze regeling. Op basis van de AGVV geldt dat voor aanvragers die kunnen worden beschouwd als onderneming in de zin van art. 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (“VWEU”), subsidie op grond van deze regeling wordt geweigerd als: ten aanzien van de aanvrager een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de AGVV; de aanvrager kan worden gekwalificeerd als een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, onder 18 en artikel 1, vierde lid, onder c, van de AGVV. Artikel II van Stcrt. 2026/10411 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel