**1).** De aanvraag wordt namens het consortium ingediend door, verleend aan en verantwoord door de hoofdaanvrager, zoals beschreven onder artikel 1 lid 18. Op de hoofdaanvrager rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke partij feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende activiteiten;
**2).** Het consortium bestaat uit minimaal drie in het Koninkrijk gevestigde deelnemers (de hoofdaanvrager en mede-aanvragers), waarbij geldt dat de volgende drie kerngroepen in het consortium vertegenwoordigd dienen te zijn:
makers en ontwerpers (individueel of als makerscollectief) van IX-projecten en IX-producenten in het culturele- en mediadomein. Zowel de rol van maker als producent moet in het consortium vertegenwoordigd zijn. Zie ook artikel 11 lid 2.d;
organisaties in het culturele- en mediadomein die ervaring hebben in minstens twee van de onderstaande functies en de ambitie hebben om in het tweejarige activiteitenprogramma alle onderstaande functies te vervullen:
ontwikkeling en/of presentatie faciliteren van IX-producties;
publiek en/of participanten bereiken voor het ervaren van IX-producties;
inhoudelijk debat en context faciliteren over IX; en
een bijdrage leveren aan het artistiek en ontwerpend onderzoek (als opdrachtgever of vanuit een onderzoeksfunctie geborgd in de organisatie).
onderzoekers werkzaam bij een hogeschool of universiteit die op een integrale, praktijkgerichte en mogelijk ook fundamentele wijze theoretische en praktische kennis, methodieken en gereedschappen inbrengen en toepassen in het artistiek en ontwerpend onderzoek. Waar mogelijk wordt door deze onderzoekers aansluiting gezocht met het mbo om het activiteitenprogramma toegankelijker te maken en de koppeling met de praktijk te versterken. Een hogeschool of universiteit kan optreden als mede-aanvrager namens onderzoeker(s).
**3).** Het consortium betreft een tijdelijk samenwerkingsverband tussen minimaal drie deelnemers beschreven onder lid 2, die elkaar aanvullen in kennis en werkwijze en voornemens zijn op inhoudelijk gelijkwaardige wijze een activiteitenprogramma uit te voeren. Dit dient kenbaar gemaakt te worden in de samenwerkingsovereenkomsten als beschreven onder artikel 1 lid 29.
**4).** Er kunnen één of meerdere partijen optreden als internationale of overige partner van het consortium als beschreven onder artikel 1 lid 21 die een bijdrage leveren aan de doelstellingen van het consortium en het activiteitenprogramma als omschreven in de aanvraag zoals vermeld in artikel 10 lid 2 en lid 3.
**5).** Deelnemers (hoofdaanvragers en mede-aanvragers) en internationale partners en overige partners mogen onderdeel zijn van meerdere consortia waarvoor een aanvraag wordt ingediend op grond van deze regeling, mits zij de noodzaak hiervan – en het onderscheid tussen de deelname in de verschillende consortia – voldoende onderbouwd hebben in de aanvraag. Het is niet mogelijk voor deelnemers om in meerdere aanvragen binnen aanvraagronde 2A op te treden als hoofdaanvrager. Na een toekenning van subsidie in aanvraagronde 2B is het niet mogelijk om in het daaropvolgende kalenderjaar opnieuw op te treden als hoofdaanvrager in een aanvraag binnen deze regeling.
**6).** Activiteiten van hogescholen en universiteiten die plaatsvinden in het kader van een studie, opleiding, postdoc of PhD kunnen onderdeel zijn van een activiteitenprogramma, mits het genereren van praktijkgerichte, fundamentele c.q. toegepaste kennis en de onderzoeksmethodiek aansluit op de doelstellingen van het consortium als omschreven in de aanvraag zoals vermeld in artikel 10 lid 2 en lid 3.
Artikel II van Stcrt. 2026/10411 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Hoofdstuk 3
Artikel 9
Consortium, hoofdaanvrager, mede-aanvragers en partners
Onderdeel van Regeling Artistic & Design Research for Immersive Experiences 2025-2029· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 26 maart 2026