**1.** De kapitein van een zeeschip, niet zijnde een vissersvaartuig, draagt er zorg voor dat voor het ondernemen van een reis en gedurende de reis overeenkomstig hoofdstuk III/10 van de bijlage bij het SOLAS-verdrag voldoende zeevarenden in het bezit van een bekwaamheidsbewijs reddingmiddelen dat ten minste voldoet aan voorschrift VI/2, eerste lid, van bijlage I bij richtlijn (EU) 2022/993 aan boord zijn.
**2.** De kapitein van elk zeeschip dat is uitgerust met snelle hulpverleningsboten draagt er zorg voor dat voor het ondernemen van een reis en gedurende de reis voor iedere snelle hulpverleningsboot ten minste twee zeevarenden beschikbaar zijn die in het bezit zijn van een bekwaamheidsbewijs snelle hulpverleningsboten dat ten minste voldoet aan voorschrift VI/2, tweede lid, van bijlage I bij richtlijn (EU) 2022/993.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet bemanning
zeeschepen in werking treedt.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.4
Artikel 2.4.1
Zeeschepen, niet zijnde vissersvaartuigen
Onderdeel van Besluit bemanning zeeschepen· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2025