Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.4

Artikel 2.4.2

Vissersvaartuigen

Onderdeel van Besluit bemanning zeeschepen· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2025

1. De schipper van een vissersvaartuig draagt er zorg voor dat voor het ondernemen van een reis een voldoende aantal bemanningsleden in het bezit is van een bekwaamheidsbewijs reddingmiddelen dat ten minste voldoet aan voorschrift VI/2, eerste lid, van de bijlage bij het STCW-verdrag. 2. In afwijking van het eerste lid is een bekwaamheidsbewijs reddingmiddelen niet vereist op reizen in beperkte wateren vissersvaartuigen. 3. De schipper wijst een visser die in het bezit is van een bekwaamheidsbewijs reddingmiddelen aan die de leiding heeft over de te gebruiken groepsreddingmiddelen van een vissersvaartuig. 4. De schipper wijst tevens een visser die in het bezit is van een bekwaamheidsbewijs reddingmiddelen aan als plaatsvervanger van de visser, bedoeld in het derde lid. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet bemanning zeeschepen in werking treedt.

Rechtspraak bij dit artikel