In artikel 34c, eerste lid, van de wet is aangegeven in welke gevallen een ondernemer verplicht is een factuur uit te (laten) reiken. In aanvulling daarop reiken ondernemers die doorgaans leveren aan andere ondernemers, als zij daartoe zijn aangewezen, voor alle leveringen facturen uit (artikel 34e van de wet). Deze factureringsverplichting geldt ook als de afnemers particulieren of andere niet-ondernemers zijn. Aangewezen zijn de groothandelaren in levensmiddelen, tabaksproducten, dranken, tandheelkundige grondstoffen, tandtechnische werken en onderdelen van tandtechnische werken (artikel 32, eerste lid, van de uitvoeringsbeschikking). Met ‘doorgaans’ wordt bedoeld ‘voor 80% of meer’. De factureringsverplichting voor deze aangewezen ondernemers geldt dus als hun afnemersbestand voor 80% of meer bestaat uit andere ondernemers.
De hoedanigheid van de afnemers van detailhandelaren en uitgevers van tijdschriften bij wie de bedrijfsuitoefening vooral is gericht op de verkoop van goederen of het verlenen van diensten aan particulieren kan op het tijdstip van de levering niet steeds worden vastgesteld.
Op grond van praktische overwegingen en voor zover nodig op grond van artikel 63 van de AWR, keur ik het volgende goed.
Detailhandelaren en uitgevers van tijdschriften hoeven, behoudens de gevallen waarin zij weten of in redelijkheid moeten weten dat hun afnemers kwalificeren als ondernemer, aan hun afnemers pas een factuur uit te reiken als die afnemers (ondernemers) daar om vragen.
De ondernemer die de prestatie verricht moet een factuur uitreiken. Hij kan dit zelf doen, maar hij kan dit ook in zijn naam en voor zijn rekening door zijn afnemer (selfbilling) of door een derde (outsourcing) laten doen (artikel 34c van de wet). De ondernemer die de prestatie verricht, blijft in alle gevallen aansprakelijk voor de juistheid van de factuur.
Als de afnemer of een derde de factuur opmaakt voor de leverancier (de ondernemer die aan hem goederen levert of diensten verricht) geldt het volgende:
beide partijen, leverancier en afnemer dan wel de derde, zijn vooraf overeengekomen dat de afnemer of de derde de factuur opmaakt;
als de leverancier de factuur niet wenst te aanvaarden, moet hij de afnemer of de derde tijdig van zijn bezwaren in kennis stellen. In dat geval verliest de factuur haar werking als factuur. De leverancier moet dan zelf een factuur uitreiken tenzij partijen alsnog overeenstemming bereiken over het herstel van de (eventuele) onjuistheden in de factuur en de afnemer of de derde een verbeterde of aanvullende factuur uitreikt; en
de factuur voldoet aan alle in of krachtens de wet gestelde eisen.
Het is aan de ondernemer om maatregelen te treffen om vast te kunnen stellen of de voor hem uitgereikte facturen conform de wet- en regelgeving juist, volledig en tijdig zijn. Wordt bij selfbilling of outsourcing een te hoog bedrag aan btw op de factuur vermeld dan is de ondernemer die belasting verschuldigd op grond van artikel 37 van de wet. De ondernemer is verantwoordelijk voor de voldoening van de vermelde btw; dit geldt ook als hij geen kennis heeft kunnen nemen van het bestaan of de inhoud van een factuur of als de overeenkomst tussen de ondernemer en de afnemer of derde niet voorziet in het afleggen van een verantwoording.
Het komt in de praktijk voor dat ondernemers overeenkomen dat hun afzonderlijke prestaties door één van de betrokken ondernemers op één bescheid in rekening worden gebracht. Een dergelijk bescheid dat de prestaties van verschillende ondernemers bevat, kan voor de btw alleen dienen als factuur als dit bescheid alle vermeldingen bevat die anders op de afzonderlijk uit te reiken facturen zouden moeten worden vermeld. De ondernemer die een dergelijke factuur uitreikt, doet dat dan mede namens de andere betrokken ondernemer(s). In dat geval zijn alle op de factuur vermelde ondernemers zelfstandig verantwoordelijk voor de btw-verplichtingen voor zover die op hen van toepassing zijn. Het is aan elke ondernemer om maatregelen te treffen om vast te kunnen stellen of de aldus uitgereikte factuur conform de wet- en regelgeving juist, volledig en tijdig is.
Alle bescheiden in het economische verkeer die voldoen aan de vereisten van een factuur, zijn een factuur. Het maakt daarbij niet uit onder welke benaming (nota, kwitantie, bon, notariële akte of notariële afrekening) de bescheiden worden uitgereikt1Onder omstandigheden kan een overeenkomst voor het bewijs van het recht op aftrek de positie van een factuur innemen (zie HvJ 29 september 2022, C-235/21 (Raiffeisen Leasing), ECLI:EU:C:2022:739).. Er is sprake van een factuur wanneer een bescheid de verschuldigde btw vermeldt en daarnaast de overige informatie bevat bedoeld in artikel 35a van de wet zodat kan worden vastgesteld of is voldaan aan de materiële voorwaarden voor het recht op aftrek.
Voor het vervoer van personen per openbare vervoermiddelen of taxi wordt het vervoerbewijs aangemerkt als factuur (artikel 35a van de wet jo. artikel 33, eerste lid, onderdeel a, van de uitvoeringsbeschikking)2Voor de aftrek van btw begrepen in de vervoerskosten wordt verwezen naar § 5.2.7 van het besluit Omzetbelasting. Aftrek van omzetbelasting van 24 november 2020, nr. 2020-167584 (Stcrt. 2020, 63000), laatstelijk gewijzigd bij besluit van 4 januari 2024, nr. 2023-288868 (Stcrt. 2024, 878).. Indien bij het aangaan van een vervoersprestatie gebruik wordt gemaakt van digitale betaalmethoden, zoals de OV-chipkaart of een betaalpas, wordt gebruikelijk geen fysiek vervoersbewijs afgegeven. Op grond van artikel 63 van de AWR keur ik daarom het volgende goed.
Ik keur onder de volgende voorwaarden goed dat transactieoverzichten van reizen die zonder fysiek vervoerbewijs zijn gemaakt, worden aangemerkt als vervoerbewijzen als bedoeld in artikel 33, eerste lid, onderdeel a, van de uitvoeringsbeschikking.
Aan deze goedkeuring verbind ik de volgende voorwaarden. Op een transactieoverzicht dient ten minste te worden vermeld:
de datum van uitreiking;
de identiteit van de presterende ondernemer;
de datum waarop de vervoersdiensten zijn verricht;
het afgelegde traject; en
het te betalen btw-bedrag of de gegevens aan de hand waarvan het btw-bedrag kan worden berekend. Dit kan bijvoorbeeld door vermelding van de totaalprijs inclusief 9% btw.
Ieder document of bericht dat wijzigingen aanbrengt in en specifiek en ondubbelzinnig verwijst naar de oorspronkelijke factuur geldt als factuur (artikel 34f van de wet).
Als een factuur wordt aangevuld met een bescheid (een aanvullende factuur of creditfactuur) dat de bedoeling heeft de op de oorspronkelijke factuur vermelde gegevens aan te passen, bijvoorbeeld omdat op de oorspronkelijke factuur abusievelijk onjuiste gegevens zijn vermeld, dan geldt dit bescheid ook als een factuur. Leidt de aanpassing van de factuur tot terugname van de oorspronkelijke factuur dan treedt de aanvullende factuur daarvoor in de plaats. Als de oorspronkelijke factuur niet wordt teruggenomen dan vormt zij samen met de aanvullende factuur de voor de levering of de dienst voorgeschreven factuur. Datzelfde doet zich voor als een factuur wordt gecorrigeerd door middel van een creditfactuur. Als de oorspronkelijke factuur niet is teruggenomen dan moet die factuur samen met de aanvullende factuur of creditfactuur wel alle gegevens bevatten die op grond van de wet zijn vereist. In de aanvullende factuur of creditfactuur enerzijds en de oorspronkelijke factuur anderzijds moet (alsnog) een verwijzing naar de andere factuur zijn opgenomen. De factuur mag op papier of elektronisch worden verzonden.
Facturen mogen op papier of elektronisch worden uitgereikt (artikel 35b van de wet). Uitgangspunt is dat papieren en elektronische facturen gelijk moeten worden behandeld.
Een elektronische verzending van een factuur kan alleen toepassing vinden als dit wordt aanvaard door de afnemer (artikel 35b, eerste lid, van de wet). De ondernemer die de prestatie verricht kan dit vooraf met zijn afnemer overeenkomen. Als de afnemer zonder commentaar op de elektronische verzending de factuur verwerkt en betaalt, wordt hij geacht de elektronische verzending van de factuur te hebben aanvaard.
Facturen moeten een aantal verplichte vermeldingen bevatten (artikel 35a van de wet). Eén van deze vermeldingen is een opeenvolgend nummer, met één of meer reeksen, waardoor de factuur eenduidig wordt geïdentificeerd. Het factuurnummer vormt de sleutel tot het vinden van de gegevens van de factuur in de administratie van de ondernemer. Geautomatiseerde systemen maken voor de nummering gebruik van reeksen waarbij per vestiging bijvoorbeeld één reeks beschikbaar is. De doorlopende nummering wordt hierbij als vanzelfsprekend gehanteerd.
Voor facturen die wel zijn voorbereid maar niet zijn uitgereikt, behoeven geen aparte nummeringen te worden gehanteerd om deze factuur buiten de reeks te kunnen houden. De beslissing om de factuur niet uit te reiken moet wel gevolgd kunnen worden. Dat betekent dat de zogenoemde ‘audit trail’ niet doorbroken mag worden.
Een verplichte vermelding is de volledige naam en het volledige adres van de ondernemer en zijn afnemer. In beginsel gaat het daarbij om de juridische naam. De gegevens zijn onder meer van belang om vast te stellen van welke ondernemer de belasting moet worden geheven.3HvJ 15 november 2017, C-374/16 en C-375/16 (Geissel en Butin), ECLI:EU:C:2017:867. Het gebruik van de handelsnaam is geoorloofd, mits deze handelsnaam in combinatie met het adres en de woonplaats als zodanig bij de Kamer van Koophandel is geregistreerd. Bij fiscale eenheden is het gebruikelijk dat de naam van het onderdeel van de fiscale eenheid dat de prestatie verricht op de factuur staat.
De datum waarop de prestatie heeft plaatsgevonden of is voltooid of de datum waarop vooruitbetalingen zijn gedaan ter zake van goederenleveringen of diensten, moet op de factuur worden vermeld.
Bij doorlopende prestaties mag in plaats van de dag waarop de levering of de dienst is verricht de periode worden vermeld waarin de leveringen en diensten zijn verricht. Van doorlopende prestaties is sprake bij zich herhalende prestaties die op basis van een doorlopende overeenkomst worden verricht. Daarbij geldt dat er geen welomschreven eindresultaat is overeengekomen. De periode waarover deze prestaties worden verricht, kan zowel bepaald als onbepaald zijn. Voorbeelden van doorlopende prestaties zijn abonnementen op tijdschriften en leveringen van gas, water en elektriciteit. Een overeenkomstige gedragslijn als bij doorlopende prestaties mag worden gevolgd bij ondeelbare of moeilijk splitsbare prestaties die bijvoorbeeld worden verricht door belastingconsulenten, accountants, advocaten, notarissen, architecten en andere beoefenaren van vrije beroepen.
De periode waarop de factuur betrekking heeft, mag maximaal een jaar zijn als:
minstens ieder kwartaal een (naar evenredigheid geschatte) vooruitbetaling is overeengekomen; en
een jaarlijkse betaling in de branche gebruikelijk is.
Doorlopende intracommunautaire leveringen worden steeds geacht te zijn voltooid bij afloop van elke kalendermaand (artikel 13, zesde lid, van de wet).
Andere dan de hiervoor genoemde doorlopende prestaties worden geacht ten minste één maal per jaar te zijn verricht (artikel 13, zevende lid, van de wet).
Artikel 35a bevat een opsomming van de verschillende op de factuur vereiste vermeldingen. In voorkomende gevallen zijn een of meer specifieke aanduidingen op de factuur vereist, zoals ‘factuur uitgereikt door afnemer’ of ‘btw verlegd’. Als geen specifieke aanduiding is vereist, kan de aanduiding bestaan uit een verwijzing naar de desbetreffende bepaling in de wet of de btw-richtlijn. Het moet voor de afnemer en de Belastingdienst duidelijk zijn welk belastingregime de ondernemer toepast. De fiscale verplichtingen van de afnemer zijn daarvan immers afhankelijk. De aanduiding moet voldoende specifiek zijn en mag niet alleen bestaan uit de vermelding ‘nultarief’ of ‘vrijstelling’. Bij een op grond van artikel 11 van de wet vrijgestelde prestatie is het voldoende als uit de omschrijving van de prestatie op de factuur buiten twijfel blijkt welke vrijstelling van toepassing is.
Voor de afronding van het bedrag van de btw geldt de rekenkundige methode (artikel 5a van het besluit). Als het bedrag van de verschuldigde belasting meer dan twee cijfers achter de komma bevat, wordt het derde cijfer achter de komma naar beneden of naar boven afgerond op de dichtstbijzijnde cent. Dit houdt in dat bedragen kleiner dan € 0,005 naar beneden en bedragen van € 0,005 of hoger naar boven worden afgerond. Het staat de leverancier vrij per levering van een goed of per verrichte dienst de belasting te berekenen en rekenkundig af te ronden óf de afronding toe te passen op het totaalbedrag van een aantal prestaties samen. De ondernemer moet daarbij een consistente gedragslijn volgen. Het is niet toegestaan beide afrondingsmethoden te gebruiken. Door ter zake geen verdere voorschriften te geven, worden administratieve lasten voorkomen. De voorgeschreven afrondingsmethode geldt ook als de verschuldigde btw wordt berekend uit een prijs inclusief btw. Voor de wijze van afronding van btw op de aangifte btw geldt nog steeds afronding naar keuze op hele euro’s.
Het komt voor dat een factuur niet volledig voldoet aan de wettelijke eisen en dat aftrek van btw wordt geweigerd. Uit Europese jurisprudentie4HvJ 15 september 2016, C-516/14 (Barlis 06), ECLI:EU:C:2016:690 en HvJ 15 september 2016, C-518/14 (Senatex), ECLI:EU:C:2016:691. volgt dat het recht op aftrek van btw niet mag worden geweigerd om de reden dat een factuur niet voldoet aan alle formele vereisten indien alle gegevens die nodig zijn om na te gaan of is voldaan aan de materiële voorwaarden voor uitoefening van de aftrek van btw voorhanden zijn. Bij de beoordeling van de materiële voorwaarden moet rekening worden gehouden met aanvullende informatie die door de ondernemer wordt verstrekt.
De aftrek van btw wordt alsnog geweigerd als:
degene die (of namens wie) de factuur heeft (is) uitgereikt de daarop vermelde btw of enige andere in verband met de prestatie verschuldigde belasting geheel of gedeeltelijk niet heeft voldaan, terwijl degene die de factuur heeft ontvangen dat wist of redelijkerwijze moest vermoeden en daarvan direct profijt heeft gehad dan wel invloed heeft gehad op het fiscaal laakbare handelen van degene die (of namens wie) de factuur heeft (is) uitgereikt; of
het geheel van feiten en omstandigheden de conclusie rechtvaardigt dat doel en strekking van de desbetreffende wettelijke bepalingen zou worden miskend als de aftrek van de btw zou worden toegestaan.
Het feit dat het recht op aftrek niet mag worden beperkt door een formeel factuurgebrek, laat onverlet dat het niet voldoen aan de wettelijke factuurvereisten een verzuim van de presterende ondernemer vormt, ter zake waarvan een verzuimboete kan worden opgelegd (zie artikel 67ca, eerste lid, onderdeel d, van de AWR).
Bij de tussentijdse overdracht van een verhuurde onroerende zaak door de oude verhuurder aan een nieuwe verhuurder komt het voor dat de lopende huurtermijnen tussen hen worden verrekend. Aan de huursomverrekening tussen de oude en de nieuwe verhuurder ligt geen (verhuur)prestatie ten grondslag. De huursomverrekening vormt een verrekening van de kosten en opbrengsten van het pand tussen de oude en de nieuwe verhuurder. Daar vloeit uit voort dat de nieuwe verhuurder geen aparte factuur hoeft uit te reiken ter zake van de huursomverrekening.
Dit betekent in deze situaties het volgende. Bij de verrekening van de huurtermijnen blijven de oorspronkelijke facturen en de btw-voldoening door de oude verhuurder in stand. Er is geen sprake van vermindering van de huurtermijnen, maar van de onderlinge verrekening van de huuropbrengst. Om die reden blijft bij de oude verhuurder herziening achterwege van de belasting die hij heeft voldaan over de huurtermijnen die hij heeft ontvangen na de levering van de onroerende zaak. De oude verhuurder heeft voor de belasting die hij heeft voldaan over de (delen van de) huurtermijnen die hij in het kader van de verrekening aan de nieuwe verhuurder heeft doen toekomen, geen recht op teruggaaf op grond van artikel 29, eerste lid, van de wet.
Voor exploitanten van elektriciteits-, gas- en waterleidingbedrijven gelden voor de facturering en verschuldigdheid van btw de volgende goedkeuringen.
Er zijn nutsbedrijven die na afloop van een meteropnameperiode (verbruiksperiode) van maximaal drie maanden over die periode of over het daaraan voorafgaande tijdvak een factuur uitreiken.
Op grond van praktische overwegingen en voor zover nodig op grond van artikel 63 van de AWR, keur ik onder voorwaarden het volgende goed.
Ik keur onder de volgende voorwaarden goed dat exploitanten van elektriciteits-, gas- en waterleidingbedrijven de btw ter zake van de door hen verrichte leveringen en diensten niet eerder zijn verschuldigd dan op het tijdstip van de uitreiking van de factuur. Ik verbind hieraan de volgende voorwaarde.
De meteropnamen moeten over een korte periode van maximaal een kwartaal plaatsvinden. Het uitreiken van facturen over een langere periode is alleen aanvaardbaar als de afnemers in afwachting van de over die periode uit te reiken factuur een aantal voorschotbetalingen moeten doen die zijn berekend aan de hand van de gegevens over recente verbruiksperiodes. Als de verschuldigde btw van de eindfactuur hoger is dan de al aan de hand van de voorschotten voldane belasting wordt de exploitant het meerdere verschuldigd op het tijdstip van uitreiking van de factuur. In het omgekeerde geval heeft de exploitant recht op teruggaaf of verrekening van de door hem te veel betaalde btw.
Gebleken is dat exploitanten aan kleinverbruikers facturen uitreiken waarop alleen het totaalbedrag van het voorschot inclusief btw is vermeld. Dat gebeurt meestal omdat het niet steeds mogelijk is te bepalen in welke hoedanigheid een afnemer optreedt. Nu op de nota’s de btw niet afzonderlijk is vermeld, is er voor de aftrek van voorbelasting geen juiste factuur aanwezig. De voorbelasting kan dan niet worden geclaimd. De nutsbedrijven moeten op verzoek van belanghebbenden voorschotnota’s c.q. facturen uitreiken die aan de in de wet gestelde eisen voldoen. Hiermee hebben belanghebbenden dan wel recht op aftrek van de in het voorschot begrepen btw. Eenzelfde gedragslijn kan worden gevolgd bij (digitale) betaling van voorschotten door middel van automatische incasso of overschrijving per bank. Belanghebbenden moeten de, op hun verzoek, ontvangen voorschotnota’s of kopieën daarvan bewaren in hun administratie (zie ook artikel 35c van de wet). Om dubbele aftrek van voorbelasting te voorkomen, geldt als voorwaarde dat op de eindfactuur over een bepaalde verbruiksperiode het saldo van de totale over het eindbedrag verschuldigde btw en de al bij voorschotnota’s of facturen afzonderlijk vermelde btw duidelijk zijn vermeld. Leidt de saldering tot een teruggaaf van de exploitant aan de desbetreffende afnemer/ondernemer dan is laatstbedoelde de op de voorschotnota’s te veel in aftrek gebrachte belasting verschuldigd. Leidt de saldering tot een betaling door de afnemer/ondernemer dan kan deze aanspraak maken op aftrek van de voorbelasting ter zake van het bij te betalen bedrag aan btw.
Op grond van praktische overwegingen en voor zover nodig op grond van artikel 63 van de AWR, keur ik het volgende goed.
Heffing van btw kan achterwege blijven over de inningskosten bij wanbetaling en kosten die nauw daarmee samenhangen. Het betreft hier bijvoorbeeld aanmaningskosten, af- en aansluitkosten en kosten van verzegeling en ontzegeling van aansluitingen.
Er is geen btw verschuldigd over aan derden in rekening gebrachte bedragen wegens aangerichte schade. Dit geldt ook voor aan publiekrechtelijke lichamen in rekening gebrachte kosten van omlegging van leidingen in verband met de aanleg of hertracering van verkeers- of waterwegen. Onder de omlegging van een kabel kan in dit verband mede worden verstaan de al dan niet met verplaatsing gepaard gaande vervanging van een bestaande leiding of een gedeelte daarvan.
Als een belastingdeurwaarder ten laste van een ondernemer executoriaal beslag legt op (on)roerende zaken die in het kader van de onderneming worden gebruikt en deze zaken executoriaal verkoopt, vinden de heffing en de facturering van btw als volgt plaats:
De ontvanger of belastingdeurwaarder is geen ondernemer in de zin van de wet. Hij is voor de levering dan ook geen btw verschuldigd, doet geen aangifte en brengt de voor de verkoopkosten aan hem in rekening gebrachte btw niet in (voor)aftrek.
De ontvanger verhaalt de openstaande belastingschuld op de verkoopopbrengst van de executoriaal verkochte zaken, inclusief de eventueel daarin begrepen respectievelijk de daarover in rekening gebrachte btw5HR 6 mei 1983, nr. 12 130, ECLI:NL:HR:1983:AW8883 (Rentekas-arrest).. In voorkomende gevallen kan de heffing van btw echter zijn verlegd naar de afnemer6Artikel 12, vijfde lid van de wet en artikel 24ba van het uitvoeringsbesluit. Zie ten aanzien van onroerende zaken en rechten waaraan deze zijn onderworpen ook § 6 van het Besluit onroerende zaken omzetbelasting, besluit van 12 december 2023, nr. 2023-26908 (Stcrt. 2023, 31602)..
De belastingdeurwaarder maakt namens de ondernemer een correcte factuur op.
Voor de heffing van btw kan een ondernemer goederen slechts leveren als hij daarover als eigenaar kan beschikken. Dit betekent dat een ondernemer voor de btw-heffing geen goederen kan leveren die op zijn bodem staan en onder het bodemrecht7Artikel 22, derde lid, van de Invorderingswet 1990. vallen, nu hij daar niet als eigenaar over kan beschikken8Gerechtshof Amsterdam 7 december 2007, nr. 06/00307, ECLI:NL:GHAMS:2007:BC0806..
Een boedelbijdrage is een vergoeding die wordt betaald aan de faillissementscurator voor werkzaamheden die hij uitvoert voor derde eigenaren/separatisten (hypotheekhouders, pandhouders, partijen die een eigendomsvoorbehoud hebben, etc.). De strekking achter de boedelbijdrage is dat de kosten die de boedel moet maken omdat een schuldeiser zijn rechten als separatist wil uitoefenen, niet ten laste van de andere schuldeisers in het faillissement komen.
Als er een rechtstreeks verband bestaat tussen de betaling door de separatist en de handelingen verricht door de curator ter zake van de uitwinning van een verpande of verhypothekeerde zaak dan kan de boedelbijdrage belast zijn met btw. De vraag of de boedelbijdrage belast is met btw moet beantwoord worden vanuit de failliete boedel en dus vanuit de gefailleerde. De boedelbijdrage is belast als de gefailleerde ondernemer is voor de btw en de verrichte dienst niet gerelateerd is aan zijn privévermogen. De vergoeding is steeds onbelast als de gefailleerde geen ondernemer is voor de btw.
Per 1 januari 2018 is het ‘stelsel van fosfaatrechten voor melkvee’ ingevoerd. Het systeem houdt in dat vanaf die datum met bedrijfsmatig gehouden melkvee niet méér fosfaat mag worden geproduceerd dan het aantal fosfaatrechten dat het bedrijf heeft. Fosfaatrechten kunnen alleen tussen melkveebedrijven worden verhandeld via registratie door de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO). Daarbij kan een bemiddelaar worden ingeschakeld. Het komt voor dat de bemiddelaar niet op eigen naam handelt en na een succesvolle bemiddeling de verkoopovereenkomst opmaakt voor de toekomstige overdracht van de fosfaatrechten door de verkoper. Veelal maakt hij dan ook namens de verkoper een factuur op. Vervolgens moet de koper het daarop vermelde bedrag betalen op de bankrekening van een stichting derdengelden van de bemiddelaar. De bemiddelaar verzorgt de betaling van de vergoeding aan de verkoper vanaf de bankrekening van zijn stichting derdengelden nadat de registratie door RVO is afgerond.
In dit geval geldt dat de verschuldigdheid van btw door de verkoper en het eventuele recht op aftrek van btw bij de koper ter zake van deze overdracht ontstaan op het tijdstip waarop de factuur door de bemiddelaar, namens de verkoper, wordt uitgereikt.
Artikel 3
Factureringsverplichtingen
Onderdeel van Besluit administratieve verplichtingen omzetbelasting· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 9 mei 2025