De Ctn stelt ten aanzien van de verzoeker een onderzoek in naar de persoonlijke geschiktheid voor het ambt van notaris of de positie van toegevoegd notaris en brengt hierover advies uit aan de minister.
Het onderzoek van de Ctn bestaat uit verschillende onderdelen, waaronder het beoordelen van de rapportage van de persoonstoets, het inwinnen van inlichtingen bij referenten, een persoonlijk onderhoud met de verzoeker en, bij een verzoek tot benoeming tot notaris, het kennisnemen van het advies van de Cvdn ten aanzien van het ondernemingsplan.
Om te worden benoemd tot notaris of te worden aangewezen als toegevoegd notaris, moet de verzoeker voldoen aan de wettelijke voorwaarden zoals gesteld in artikel 6 Wna. Het tweede lid, aanhef en onderdeel b, onder 4°, van het genoemde artikel is niet van toepassing indien het verzoek de goedkeuring van een aanwijzing betreft.
De verzoeker moet, in geval van een verzoek tot benoeming tot notaris, het advies van de Cvdn over het ondernemingsplan overleggen aan de KNB.
Het in sub b bedoelde advies mag bij overlegging niet ouder zijn dan 12 maanden, te rekenen vanaf de dag waarop het advies is uitgebracht. Indien sprake is van bijzondere omstandigheden, kan in individuele gevallen worden afgeweken van deze termijn.
De verzoeker moet aan de KNB de documenten overleggen zoals deze zijn opgesomd in de Checklist procedure benoeming notaris respectievelijk de Checklist procedure aanwijzing toegevoegd notaris. Beide checklists zijn te vinden op het intranet van de KNB (NotarisNet) en zijn gebaseerd op artikel 8, eerste lid, en artikel 30c, tweede lid, Wna.
In aanvulling op de onder d bedoelde documenten kan de Ctn in het kader van de adviesprocedure de verzoeker om nadere informatie vragen. Tot die informatie behoren in elk geval drie referentiebrieven:
twee referentiebrieven afkomstig van cliënten of zakelijke relaties; zij zijn bij voorkeur huidige cliënten of zakelijke relaties aan wie de verzoeker gedurende een periode van minimaal één jaar notariële diensten heeft verleend; en
bij het verzoek tot benoeming tot notaris één referentiebrief die afkomstig is van de notaris onder wiens verantwoordelijkheid de verzoeker werkzaam is ten tijde van het indienen van het benoemingsverzoek; of
bij het verzoek tot goedkeuring van de aanwijzing als toegevoegd notaris één referentiebrief die afkomstig is van de notaris aan wie de verzoeker wenst te worden toegevoegd.
De referentiebrieven mogen niet ouder zijn dan zes maanden vanaf het moment dat het dossier compleet is, als bedoeld in artikel 3, onder a.
De verzoeker legt op eigen initiatief voorafgaand aan het indienen van het verzoek tot benoeming de persoonstoets af bij een extern psychologisch adviesbureau. Het adviesbureau is geselecteerd door de Ctn in overleg met de minister en wordt vermeld op NotarisNet.
De kosten van de persoonstoets komen voor rekening van de verzoeker.
Het resultaat van de persoonstoets wordt beschreven in een rapportage. De rapportage geeft onder meer de beoordeling van de integriteit van de verzoeker weer, de mate waarin de verzoeker beschikt over de gevraagde competenties en het vermogen van de verzoeker om de kernwaarden van het notariaat te respecteren en – in geval van een verzoek tot benoeming tot notaris – deze te combineren met het ondernemerschap.
Het adviesbureau rapporteert uitsluitend aan de verzoeker. De verzoeker beslist om de rapportage al dan niet ter beschikking te stellen aan de Ctn. Met instemming van de verzoeker kan de rapportage ter beschikking worden gesteld aan de minister.
Het adviesbureau biedt ruimte aan de verzoeker voor het verstrekken van informatie.
De verzoeker wordt de mogelijkheid geboden een toelichting te krijgen van een adviseur ter verduidelijking van de inhoud van de rapportage.
Het adviesbureau treedt periodiek in overleg met de Ctn over de advisering in algemene en procedurele zin.
Bij het nemen van zijn beslissing toetst de minister op een aantal competenties om te bepalen of de verzoeker beschikt over de persoonlijke geschiktheid als bedoeld in artikel 8, tweede lid, Wna. Het betreffen competenties die inzicht geven in de mate waarin de verzoeker beschikt over essentiële (gedrags-)vaardigheden die onder meer zien op de kernwaarden van het notariaat. Hierbij kan gedacht worden aan aspecten die samenhangen met integriteit en de mate waarin risico op niet-integer gedrag bestaat in de vorm van persoonseigenschappen, intelligentie en competenties. De volgende kernwaarden vormen de pijlers voor de uitoefening van het ambt:
onpartijdigheid;
onafhankelijkheid;
integriteit;
publieke verantwoordelijkheid;
vertrouwelijkheid;
zorgvuldigheid.
Voor een uitgebreide omschrijving van de inhoud van deze kernwaarden en andere competenties waaraan wordt getoetst, wordt verwezen naar de bijlagen bij deze beleidsregel.
Artikel 2
Werkwijze van de Ctn
Onderdeel van Beleidsregel toetsing Ctn· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 13 juni 2025