Uitgangspunt bij de bepaling van het saldo aan renten in de zin van artikel 15b, tweede lid, Wet Vpb 1969, zijn de rentelasten en rentebaten die in aanmerking worden genomen bij het bepalen van de in een jaar genoten winst. Rente die bijvoorbeeld reeds in aftrek wordt beperkt op grond van artikel 10a12Kamerstukken II 2018/19, 35 030, nr. 3, p. 37. of artikel 10b Wet Vpb 1969, behoort dus niet tot het saldo aan renten. Ditzelfde geldt voor rente die niet aftrekbaar is op grond van de artikelen 12aa tot en met 12ag Wet Vpb 1969.
Valt een rentelast onder een renteaftrekbeperkende maatregel, maar komt deze niettemin in aftrek, dan vormt deze een rentelast voor de toepassing van artikel 15b Wet Vpb 1969.13Zie onder meer Kamerstukken II 2020/21, 35 573, nr. 3, p. 7. Hierbij kan gedacht worden aan situaties waarin een succesvol beroep kan worden gedaan op de tegenbewijsregeling van artikel 10a Wet Vpb 1969 of waarin sprake is van dubbel in aanmerking genomen inkomen voor toepassing van de artikelen 12aa tot en met 12ag Wet Vpb 1969.
Op de voet van artikel 15b, vijfde lid, Wet Vpb 1969 naar het volgende jaar voort te wentelen rente, behoort in dat volgende jaar niet tot het saldo aan renten. Dit neemt overigens niet weg dat de voortgewentelde rente in aftrek wordt gebracht voor zover daarvoor in dat volgende jaar aftrekruimte bestaat.14Zie onder meer Kamerstukken I 2018/19, 35 030, C, p. 10.
De bepaling van de in een jaar genoten winst vindt plaats met inachtneming van goed koopmansgebruik. Baten en lasten die op basis van goed koopmansgebruik niet tot uitdrukking komen vallen niet onder de reikwijdte van artikel 15b Wet Vpb 1969.
Goed koopmansgebruik kan meebrengen dat een geldlening in samenhang met een ander vermogensbestanddeel wordt gewaardeerd. Indien bijvoorbeeld een valutarisico op een geldlening zodanig is afgedekt dat samenhangende waardering verplicht is, mag het afgedekte risico het fiscale resultaat niet beïnvloeden.15Zie Hoge Raad 8 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:199, r.o. 3.2.2. Een dergelijk valutaresultaat behoort daarmee niet tot de rentebaten of -lasten op de voet van artikel 15b, zesde lid, Wet Vpb 1969.
Indien voor jaarverslaggevingsdoeleinden onder IFRS 16 een rentecomponent ter zake van een in de toekomst verschuldigde huursom/leasetermijn in het resultaat tot uitdrukking komt, is dit niet van invloed op het saldo aan renten. IFRS 16 is niet in overeenstemming met goed koopmansgebruik, zodat de commercieel verantwoorde rentecomponent niet in aanmerking wordt genomen bij de bepaling van de (jaar)winst.16Zie in dit verband ook onderdeel 3, IFRS 16, operationele lease en jaarwinstbepaling lessee van het besluit van 10 december 2019, nr. 2019-166072.
Artikel 3
Bepaling van het saldo aan renten
Onderdeel van Besluit Earningsstrippingmaatregel 2025· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 30 juli 2025