Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Acute verloskunde

Onderdeel van Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage op aanvraag· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

Acute verloskunde als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 8, van de Bijlage. Zorgaanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage acute verloskunde indien zij de in artikel 8, eerste lid van deze beleidsregel genoemde vorm van zorg leveren en als aan elk van de volgende criteria is voldaan: de afdeling voor acute verloskunde moet voldoen aan de geldende (minimum)normen die worden gesteld aan acute verloskundige zorg; de afdeling voor acute verloskunde moet onvoldoende inkomsten uit de tarieven hebben om de kosten van de acute verloskundige zorg te dekken; de afdeling voor acute verloskunde moet gevoelig zijn voor de 45-minutennorm volgens de meest relevante analyse van het RIVM. De meest relevante analyse voor de beschikbaarheidbijdrage acute verloskunde jaar t betreft de bereikbaarheidsanalyse jaar t–1 die jaarlijks door het RIVM wordt uitgebracht. De aanvraag tot verlening van de beschikbaarheidbijdrage acute verloskunde bestaat uit een aanvraagformulier. In het aanvraagformulier kan de aanvrager een opgave van kosten en opbrengsten geven ten behoeve van het tweede criterium genoemd in artikel 8, tweede lid. Het eerste criterium uit artikel 8, tweede lid wordt getoetst op basis van signalen van de IGJ. Hierbij wordt als uitgangspunt genomen dat een afdeling voor acute verloskunde voldoet aan de geldende (minimum)normen tenzij de IGJ dit bij de NZa aangeeft. De NZa zal voor afgifte van de verlening bij de IGJ de laatste stand van zaken opvragen. Indien gewenst zal een nadere onderbouwing van het criterium middels een brief worden gevraagd. Om 24/7 beschikbaarheid te borgen gaat de NZa uit van 6,13 fte obstetrisch professional of 5,09 fte gynaecoloog. Als de gynaecoloog en de obstetrisch professional elkaar afwisselen in diensten zal de verhouding worden bepaald op basis van opgegeven inzet. De fte voor de gynaecoloog worden meegenomen tot 5,09 fte. Indien de fte voor de gynaecoloog minder dan 5,09 fte bedraagt, wordt de fte voor de obstetrisch professional in verhouding meegenomen. In de toelichting van de beleidsregel is hiervan een rekenvoorbeeld opgenomen. Naast bovengenoemde personele inzet gaat de NZa uit van bijbehorende personele kosten: Norm Fte Prijspeil 2025 Obstetrisch professional 6,13 € 117.463 per fte Gynaecoloog in loondienst 5,09 € 242.239 per fte Gynaecoloog vrijgevestigd 5,09 € 359.698 per fte De salariskosten voor de obstetrisch professional zijn inclusief onregelmatigheidstoeslag (ort). De personele kosten worden jaarlijks geïndexeerd. In de toelichting van de beleidsregel staat beschreven hoe deze indexatie plaatsvindt. De NZa gaat uit van een totaal aan materiële kosten en overheadkosten van € 635.524,– (prijspeil 2025). De materiële kosten (€ 498.801,–) worden jaarlijks met het prijsindexcijfer materiële kosten geïndexeerd. De overheadkosten (€ 136.722,–) worden conform het indexcijfer voor kostenbedragen van (dbc) zorgproducten geïndexeerd. De opslag voor kapitaallasten bedraagt € 119.097,– (prijspeil 2025). De kapitaallasten worden niet geïndexeerd. De beschikbaarheidbijdrage beoogt alleen een eventueel tekort te dekken binnen de reikwijdte van deze zorgfunctie. Dat wil zeggen dat de dbc omzet in mindering wordt gebracht op de normbedragen als bedoeld in sub a, b en c van dit artikel. Indien de dbc omzet die aan deze functie wordt toegerekend hoger is dan de normbedragen, ontvangt de zorgaanbieder geen beschikbaarheidbijdrage. De opbrengsten worden bepaald op basis van het aantal gerealiseerde dbc-producten acute verloskunde. De NZa heeft per product een percentage vastgesteld van de mate waarin het betreffende product kan worden toegerekend aan de activiteiten van de beschikbare gynaecoloog/obstetrisch professional. In de bijlage van deze beleidsregel is een overzicht van deze producten opgenomen. Deze verloskunde-dbc’s maken deel uit van het vrije segment. Voor de bepaling van de omzet van acute verloskunde wordt daarbij uitgegaan van het gemiddelde tarief van de ziekenhuizen uit het kostenonderzoek 2023 voor de verloskunde-dbc’s. Jaarlijks worden de gemiddelde tarieven van de betreffende verloskunde dbc’s aangepast naar het actuele prijspeil dat voor dat jaar geldt. De bedragen worden geïndexeerd met het geldende indexcijfer voor de kostenbedragen van (dbc)zorgproducten. Deze indexcijfers publiceert de NZa op haar website. De resultaten worden doorgevoerd in de kolom ‘Bedrag beleidsregel (prijspeil 2025)’ in de tabel ‘Zorgproducten Acute verloskunde met percentage en bedragen’ in bijlage 1.

Rechtspraak bij dit artikel