Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Post mortem uitname bij donoren van organen (PMD)

Onderdeel van Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage op aanvraag· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

Post mortem orgaanuitname bij donoren (PMD) zoals bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 3a van de Bijlage. Zorgaanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage PMD indien zij de in artikel 9, eerste lid van deze beleidsregel genoemde vorm van zorg leveren en indien zij een overeenkomst met de Nederlandse Transplantatiestichting (NTS) hebben gesloten. De NZa verstrekt de beschikbaarheidbijdrage conform de aanwijzing van 29 september 2017 (kenmerk 1223399-167180-MC) aan drie zorgaanbieders. De verlening wordt vastgesteld op het bedrag van de verlening in t–1 (2025) plus indexatie. In aanvulling op het Uniform kader is de aanvraag tot verlening van de beschikbaarheidbijdrage post mortem orgaanuitname compleet indien bij de aanvraag het contract met de NTS is gevoegd. De betrokken zorgaanbieders dienen ten behoeve van de vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage de volgende gegevens te registreren per uitname: 1. Datum van uitname (ingeven als dd-mm-jj) 2. Donor ziekenhuis 3. Tijdstip definitieve melding 4. Tijdstip vertrek ZUT 5. Tijdstip aanvang uitname 6. Tijdstip einde uitname 7. Tijdstip afronding in UMC 8. Aantal chirurgen 9. Aantal aios 10. Gedoneerde organen: hart – ja/nee 11. Gedoneerde organen: longen – ja/nee 12. Gedoneerde organen: darm- ja/nee 13. Gedoneerde organen: lever – ja/nee 14. Gedoneerde organen: pancreas – ja/nee 15. Gedoneerde organen: nieren – ja/nee 16. Geen uitname reden De beschikbaarheidbijdrage vergoedt de personele en materiële kosten van het zelfstandige uitnameteam (ZUT), inclusief huisvestingskosten en overhead. Het ZUT is 7 × 24 uur beschikbaar en bestaat uit twee chirurgen, waarvan een gecertificeerd uitnamechirurg, een anesthesioloog, een anesthesiemedewerker, twee OK-assistenten, perfusiemedewerker ten behoeve van de machinepreservatie nieren en een OK transplantatiecoördinator. De maximale hoogte van de beschikbaarheidbijdrage per team is als volgt opgebouwd: Onderdeel Deelpost Omschrijving Kosten (ultimo 2025) Personele inzet per functie Chirurgen 6,42 fte € 1.892.589 Anesthesiologen 3,26 fte € 923.630 Anesthesiemedewerkers 4,78 fte € 489.016 Operatieassistenten 8,97 fte € 918.447 Transplantatiecoördinatoren 4,90 fte € 579.891 Management 0,93 fte € 206.497 Secretariaat 1,03 fte € 75.377 Machinepreservatie nieren (incl. perfusiemedewerker) Logistieke kosten Werkelijke kosten Kosten preservatie (disposables en machine) Werkelijke kosten Materiaalkosten ZUT € 379.579 Huisvesting € 59.360 Overhead € 813.593 Indien van de bovenstaande fte’s wordt afgeweken zal de beschikbaarheidbijdrage hiervoor worden aangepast. De zorgaanbieder dient in dat geval bij de vaststelling de ingeroosterde fte van het ZUT team op te geven. Hierbij worden de bovenstaande fte’s als maximum gehanteerd. Ten behoeve van de vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage levert de zorgaanbieder de gerealiseerde kosten van de machinepreservatie nieren aan. De hoogte van het bedrag voor de machinepreservatie nieren betreft de kosten van de perfusie, voor zover die betrekking hebben op de materiaalkosten van de machines en de personeelskosten van de perfusiemedewerker. Onder de logistieke kosten vallen de transportkosten van de perfusiemedewerker nieren en het vervoer van de niermachine naar het donatieziekenhuis en vanaf het transplantatieziekenhuis. De vervoerskosten van de organen vallen buiten de beschikbaarheidbijdrage. Van het normbedrag voor materiaalkosten ZUT wordt alleen afgeweken indien er een significante stijging van het totale aantal landelijke uitnamen plaatsvindt. Er is sprake van een significante stijging indien er een toename van twee maal de standaardafwijking boven het gemiddeld aantal uitnamen in de periode 2013–2017 is. In deze periode bedroeg het gemiddeld aantal uitnamen 268 per jaar, met een dubbele standaardafwijking van 30 uitnamen. Derhalve is er bij een landelijke stijging naar 298 uitnamen per jaar sprake van een significante stijging en daarmee een herberekening van de materiaalkosten door de NZa aan de orde. De indexatie van de bovenstaande bedragen gaat als volgt: De personeelskosten zijn in 2017 vastgesteld en worden jaarlijks geïndexeerd met de personele index. De materiaalkosten ZUT worden jaarlijks aangepast met de materiële index. De overhead per fte stijgt met de cao door middel van de personele index, de overhead per m2 en de huisvestingskosten stijgen met de materiële index. De huisvesting wordt niet geïndexeerd.

Rechtspraak bij dit artikel