De raad van toezicht heeft tot taak toezicht te houden op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in de stichting. Hij staat het bestuur met raad terzijde. Bij de vervulling van hun taak richten de leden van de raad van toezicht zich naar het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie.
Het bestuur verschaft de raad van toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens en voorts aan ieder lid van de raad van toezicht alle inlichtingen betreffende de aangelegenheden van de stichting die deze mocht verlangen. De raad van toezicht is bevoegd inzage te nemen en te doen nemen van alle boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de stichting; ieder lid van de raad heeft te allen tijde toegang tot alle bij de stichting in gebruik zijnde ruimten en terreinen.
De raad van toezicht kan zich voor rekening van de stichting in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door een of meer deskundigen.
Leden van de raad van toezicht ontvangen voor de door hen in die hoedanigheid voor de stichting verrichte werkzaamheden geen beloning, middellijk noch onmiddellijk. Onder beloning wordt niet verstaan:
een redelijke, niet bovenmatige vergoeding voor de ten behoeve van de stichting gemaakte kosten;
een niet bovenmatig vacatiegeld.
De leden van de raad van toezicht doen opgave aan de raad van toezicht van hun nevenfuncties, waaronder, maar niet beperkt tot, bestuursfuncties, commissariaten en adviseurschappen. Indien en voor zover hiervan sprake is, dient een lid van de raad van toezicht melding te doen van zakelijke banden tussen de stichting en een andere rechtspersoon of onderneming waarbij het betreffende lid, direct dan wel indirect, persoonlijk is betrokken.
De raad van toezicht stelt in een reglement regels vast omtrent de besluitvorming en werkwijze van de raad van toezicht, in aanvulling op hetgeen daaromtrent in deze statuten is bepaald. Het bepaalde in artikel 17 is van overeenkomstige toepassing.
De voorzitter van de raad van toezicht bespreekt ten minste éénmaal per jaar met de minister de algemene lijnen van het gevoerde en in de toekomst te voeren beleid.
In geval van ontstentenis of belet van één of meer leden van de raad van toezicht zijn de overblijvende leden van de raad van toezicht met het toezicht belast.
In geval van ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht wordt het toezicht tijdelijk uitgeoefend door een of meer personen die daartoe door de raad van toezicht steeds moeten zijn aangewezen. In het geval een dergelijke aanwijzing ontbreekt, is de minister gehouden tot een dergelijke aanwijzing.
Artikel 13
Raad van toezicht: taak en bevoegdheden.
Onderdeel van Statuten Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie 2025· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 2 september 2025