Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Doorlopende posten of daarmee gelijk te stellen bedragen

Onderdeel van Besluit maatstaf van heffing omzetbelasting· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 7 oktober 2025

Een doorlopende post is een betaling aan een derde die door de belastingplichtige wordt gedaan in naam en voor rekening van zijn opdrachtgever. Een doorlopende post behoort niet tot de vergoeding voor de levering of dienst verricht door de belastingplichtige. De betaling door de belastingplichtige aan een derde berust op een rechtstreekse rechtsverhouding tussen de derde en de opdrachtgever. Voorbeelden van situaties waar sprake is van doorlopende posten: overdrachtsbelasting die in naam en voor rekening van de koper van de onroerende zaak wordt betaald; btw die bij invoer in naam en voor rekening van de importeur wordt betaald door de douane-expediteur; bpm die door de importeur of dealer/handelaar wordt betaald bij inschrijving van de auto in naam en voor rekening van de koper van de auto; griffierechten (inclusief uitgaven voor legalisaties en apostilles) die in naam en voor rekening van de procespartij worden betaald; leges voor de toetsing van aangegane of gewijzigde pachtovereenkomsten door de Grondkamer die in naam en voor rekening van een derde worden betaald; rechten voor het deponeren en muteren van registraties van merken door het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom die in naam en voor rekening van een derde worden betaald. Er is geen sprake is van een doorlopende post in geval van kosten van bezorging van goederen bij de klant, als de bezorging voor rekening en risico van de verkoper is. In dat geval maken die kosten deel uit van de vergoeding voor de door de verkoper verrichte prestaties. Het komt voor dat voor nieuwe, voor de verkoop bestemde motorrijtuigen het belastbare feit voor de heffing van bpm plaatsvindt op een tijdstip dat de uiteindelijke koper van het motorrijtuig nog onbekend is. De bpm is dan verschuldigd in naam en voor rekening van dealers of handelaren. In een dergelijk geval vormt dit bedrag aan bpm bij de latere levering van dit motorrijtuig door die dealer/handelaar geen doorlopende post en is bij deze latere levering btw verschuldigd over de bpm die aan de koper wordt doorberekend. Dit acht ik onwenselijk omdat daardoor een ongelijk speelveld ontstaat met de levering van nieuwe auto’s die direct in naam en voor rekening van de koper worden geregistreerd, met auto’s die via parallelimport worden geleverd en de levering van gebruikte auto's. Om die reden keur ik het volgende goed. Ik keur goed dat bij de levering door dealers/handelaren van nieuwe personenauto’s, motorrijwielen en bestelauto’s in de zin van de Wet op de bpm 1992, waarvan verschuldigdheid van de bpm reeds in naam en voor rekening van die dealers/handelaren is ontstaan, dit bpm-bedrag voor de btw buiten de maatstaf van heffing blijft. In de praktijk doen zich ook situaties voor waarin een belastingplichtige betalingen verricht die voortvloeien uit een rechtsbetrekking tussen zijn opdrachtgever en een derde en waarbij over die kosten btw in rekening is gebracht. De belastingplichtige mag de op die kosten drukkende btw niet als voorbelasting in aftrek brengen als het doorlopende posten zijn. Niet hij maar de opdrachtgever is dan immers de afnemer van de prestatie. In de praktijk worden dergelijke doorlopende posten (inclusief de in rekening gebrachte btw) echter soms door de belastingplichtige behandeld als eigen ingekochte prestaties. De bedragen van die kosten en de daarop betrekking hebbende btw brengt de belastingplichtige voor dezelfde bedragen weer aan zijn opdrachtgever in rekening. Voor de toepassing van de btw wordt door deze behandeling eenzelfde resultaat behaald als bij rechtstreekse toerekening van de kosten aan de opdrachtgever, namelijk een btw-heffing bij de werkelijke afnemer van de prestatie tegen eenzelfde bedrag aan btw. Daarom keur ik op grond van artikel 63 AWR het volgende goed. Ik keur onder de volgende voorwaarden goed dat een belastingplichtige de in naam en voor rekening van een opdrachtgever betaalde kosten als zijn eigen kosten aanmerkt en de daarover aan hem berekende btw als voorbelasting in aftrek brengt. Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden: de belastingplichtige berekent de kosten voor hetzelfde bedrag en onder hetzelfde btw-regime door aan zijn opdrachtgever en voldoet de hierover verschuldigde btw op aangifte; de belastingplichtige vermeldt de kosten afzonderlijk op de factuur aan de opdrachtgever; en de belastingplichtige rekent het bedrag van deze kosten niet mee bij de vaststelling van zijn recht van aftrek op zijn algemene kosten. Voor het verrichten of vastleggen van diverse (rechts)handelingen is de tussenkomst van een (semi-)overheidslichaam soms voorgeschreven of wenselijk. De verschillende instellingen brengen voor het verrichten van de daarmee verband houdende werkzaamheden bepaalde bedragen in rekening. Het kader waarbinnen de heffing van deze bedragen plaatsvindt is vastgelegd in ter zake geldende regelgeving. In de praktijk worden die bedragen rechtstreeks aan de belastingplichtige in rekening gebracht. De belastingplichtige voldoet de bedragen op eigen naam maar voor rekening van de opdrachtgever en brengt deze bedragen vervolgens in rekening aan zijn opdrachtgever. Van een doorlopende post is geen sprake nu de belastingplichtige de bedragen op eigen naam voldoet. Het betreft de volgende kostenposten: uitgaven voor kadastrale rechten die verschuldigd zijn in relatie tot (wijzigingen in) diverse registers die het Kadaster bijhoudt; uitgaven in verband met een handelsnaamonderzoek in het kader van de Handelsnaamwet door de Kamer van Koophandel; uitgaven ten behoeve van een zeebrief, nationaliteitsverklaringen of meetbrief door de Inspectie Leefomgeving en Transport dan wel door een door de Inspectie erkend klassenbureau; uitgaven voor de afgifte van een bewijs van inschrijving van een vliegtuig in het Nederlandse Burgerluchtvaartregister door de Inspectie Leefomgeving en Transport; uitgaven voor het afnemen van theorie- en praktijkexamens (inclusief tussentijdse toetsen) voor motorvoertuigen, de verstrekking van Eigen verklaringen (benodigd voor afgifte Verklaring van geschiktheid) en examinerende, certificerende en toezichthoudende activiteiten op het vlak van de vakbekwaamheid van medewerkers in transport, personenvervoer en logistiek door het CBR. Het betreft de bedragen die door het CBR aan de rijopleider in rekening worden gebracht voor rekening van de (examen)kandidaat op wiens naam het examen c.q. de activiteit is gesteld en die vervolgens door de rijopleider aan deze (examen)kandidaat worden doorberekend. Om te voorkomen dat btw-heffing plaatsvindt over die – zonder btw in rekening gebrachte – bedragen, zouden de betreffende instellingen afrekeningen moeten maken op naam van de opdrachtgever van de belastingplichtige. Het opstellen van dergelijke afrekeningen kan voor die instellingen echter problematisch zijn en zal gepaard gaan met extra kosten. Om administratieve lastenverzwaring te voorkomen, verdient het de voorkeur aan te sluiten bij de bestaande praktijk en de facturering via de belastingplichtige te laten verlopen. Daarom keur ik op grond van artikel 63 AWR het volgende goed. Ik keur onder de volgende voorwaarden goed dat de in dit onderdeel genoemde kosten buiten de heffing van btw blijven. Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden: de kosten zijn zonder btw in rekening gebracht aan de belastingplichtige; de belastingplichtige berekent de kosten door voor hetzelfde bedrag dat op grond van de van toepassing zijnde bepalingen en voorschriften is verschuldigd voor de verrichte handeling(en); de belastingplichtige reikt een afrekening of factuur uit aan zijn opdrachtgever waarop deze kosten afzonderlijk worden vermeld; en de belastingplichtige laat het bedrag van de doorbelaste kosten bij de vaststelling van zijn recht op aftrek buiten beschouwing. Onder de hiervóór genoemde voorwaarden geldt deze goedkeuring ook als de belastingplichtige ten behoeve van zijn opdrachtgever een derde inschakelt, waarbij die derde de kosten op eigen naam betaalt en vervolgens zonder btw doorberekent aan de opdrachtgever. Uitgaven voor inlichtingenverstrekkingen door verschillende instanties (bijvoorbeeld het Kadaster en de Rijksdienst voor het Wegverkeer) behoren steeds tot de vergoeding. Dit geldt ook voor kosten in verband met het opvragen van uittreksels en andere bescheiden uit diverse registers. Ook vergoedingen die een dienstverlener betaalt voor een registratie op vrijwillige basis (zoals registratie van een testament of een onderhandse akte) behoren steeds tot de vergoeding. In de praktijk worden door ondernemers (exploitant van de pas) tank- en/of laadpassen uitgegeven waarmee de houder van de pas (pashouder) bij een andere ondernemer (leverancier) brandstof en elektriciteit kan tanken of laden voor motorvoertuigen. De betaling van de brandstof of elektriciteit vindt plaats door de exploitant van de pas aan de leverancier. Deze kosten worden vervolgens door de exploitant doorberekend aan de pashouder. Het Hof van Justitie EU heeft in het arrest Digital Charging Solutions aangegeven dat dergelijke aankopen als leveringen van goederen kunnen worden aangemerkt als bedoeld in artikel 14, tweede lid, letter c, van de btw-richtlijn.2HvJ EU C-60/23 van 17 oktober 2024, ECLI:EU:C:2024:368, r.o. 38. Voorwaarden hiervoor zijn dat tussen de in die bepaling bedoelde commissionair en zijn opdrachtgever een overeenkomst is gesloten die een lastgeving meebrengt inzake de levering van brandstof of elektriciteit en dat de tussen partijen verrichte leveringen van goederen identieke goederen betreffen. Voor de volledigheid wordt nog gewezen naar guideline van het btw-comité no. 1068 van 6 september 2023. In voorkomende gevallen kan hierop een beroep worden gedaan. Aangenomen wordt dat aan de voorwaarden van de commissionairsfictie wordt voldaan als uit de wijze van facturatie blijkt dat de exploitant van de pas als commissionair optreedt. Hiervan is sprake als voor de levering van brandstof of elektriciteit, de leverancier een factuur uitreikt aan de exploitant van de pas en de exploitant van de pas een factuur uitreikt aan de pashouder. Aan het voorgaande wordt niet afgedaan als de terbeschikkingstelling van de brandstof of elektriciteit door betrokkenheid van meer dan twee opeenvolgende leveranciers tot stand komt. Voor de overige btw-gevolgen van de levering van elektriciteit via laadpalen en het laden van elektrische voertuigen kan worden aangesloten bij de guideline van het btw-comité no. 1018 van 19 april 2021, punt 2 en punt 3.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel