Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Andere bedragen

Onderdeel van Besluit maatstaf van heffing omzetbelasting· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 7 oktober 2025

In de praktijk komt het voor dat een dienstverlener gelden van derden gedurende een bepaalde periode op een daartoe opengestelde bankrekening onder zich houdt (bijvoorbeeld een door de koper van een onroerende zaak gestorte waarborgsom). Het gaat om gelden die voor de rechthebbende volgens de voor de beroepsgroep van de dienstverlener geldende wettelijke regels gehouden wordt op een rekening die gescheiden is van het vermogen van de dienstverlener en daardoor buiten een eventueel faillissement van de dienstverlener blijft. Voorbeelden van dergelijke rekeningen zijn onder andere derdenrekeningen, kwaliteitsrekeningen en bankrekeningen van een stichting derdengelden. Indien de dienstverlener over de onder zich gehouden gelden rente ontvangt van de bank (positieve rente), betaalt de dienstverlener het ontvangen bedrag door aan de rechthebbende. Bij negatieve rente berekent de dienstverlener de over de waarborgsom door de bank in rekening gebrachte rente door aan de rechthebbende. De doorberekende positieve dan wel negatieve rente die de dienstverlener afzonderlijk doorberekent, vormt geen onderdeel van de vergoeding voor zijn dienst. Andere kosten die de dienstverlener doorberekent voor het aanhouden van een dergelijke rekening en het onder zich houden van gelden (zoals administratie-, bank- en transactiekosten) behoren wel tot de maatstaf van heffing voor zijn dienstverlening. Bij een zogenoemde verkoop vrij op naam brengt de notaris kosten in rekening aan de verkoper. Deze kosten worden in beginsel gemaakt ten behoeve van de koper. Wanneer het kosten betreft zoals genoemd onder 3.3 (bijvoorbeeld de kosten voor kadastrale rechten) keur ik op grond van artikel 63 AWR het volgende goed. Ik keur onder de volgende voorwaarde goed dat de kosten die de notaris bij een zogenoemde verkoop vrij op naam in rekening brengt aan de verkoper en die de verkoper vervolgens doorberekent aan de koper, ook bij de verkoper buiten de heffing van btw blijven als het betreft kosten als genoemd in onderdeel 3.3. Voor deze goedkeuring zijn de voorwaarden genoemd in onderdeel 3.3 van overeenkomstige toepassing. In een gerechtelijke procedure kan één van de partijen worden veroordeeld tot betaling van een bepaald bedrag aan de wederpartij als tegemoetkoming in diens kosten in verband met de procedure. De advocaat van de wederpartij int namens deze partij het bedrag (de zogenoemde geliquideerde kosten). De advocaat verrekent dit bedrag met het door hem aan zijn cliënt gedeclareerde honorarium. Hierbij geldt dat het bedrag van de geliquideerde kosten niet in mindering mag worden gebracht op de vergoeding die de advocaat in rekening brengt maar eerst ná de berekening van de btw over die vergoeding. Met betrekking tot statiegeld voor retouremballage keur ik op grond van artikel 63 AWR het volgende goed. Ik keur goed dat de kosten van de normale verpakking, waarvan bij terugzending aanspraak op terugbetaling bestaat, niet tot de vergoeding behoort. Dit is ook het geval als de terugzending van het verpakkingsmateriaal niet plaatsvindt. Het komt voor dat de rechter-commissaris aan een curator in een faillissement een honorarium toewijst dat hoger is dan het aanwezige boedelactief. Het honorarium is de vergoeding voor een prestatie van de curator waarover btw verschuldigd is. In geval van gehele of gedeeltelijke niet betaling van het honorarium bestaat in zoverre recht op teruggaaf van de berekende belasting. In dergelijke situaties kan toepassing van de normale regels tot een onevenredige lastenverzwaring leiden. Daarom keur ik op grond van artikel 63 AWR het volgende goed. Ik keur onder de volgende voorwaarden goed dat de vergoeding van een curator in een faillissement wordt vastgesteld op het bedrag van het aanwezige boedelactief. Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden: het honorarium is hoger dan het aanwezige boedelactief en wordt toegewezen door de rechter-commissaris; en als de curator vanwege een uiteindelijk gebleken groter boedelactief nadien méér ontvangt dan door hem in eerste instantie in rekening is gebracht, is hij alsnog over het meerdere btw verschuldigd en dient hij ter zake een – eventueel tweede – factuur uit te reiken. Als de failliet geen aanspraak kan maken op aftrek van de door de curator in rekening te brengen btw, keur ik op grond van artikel 63 van de AWR het volgende goed. Ik keur onder de volgende voorwaarde goed dat de vergoeding van een curator in een faillissement wordt vastgesteld op 100/121e deel van het bedrag van het aanwezige boedelactief. Voor deze goedkeuring geldt de voorwaarde dat de failliet geen aanspraak kan maken op aftrek van de door de curator in rekening te brengen btw. In bepaalde bedrijfstakken bestaat een regeling, waarbij op facturen ter zake van de levering van goederen boven de prijs van die goederen een zogenoemde kredietbeperkingstoeslag (meestal een percentage van bedoelde prijs) in rekening wordt gebracht. Deze kredietbeperkingstoeslag mag de afnemer in mindering brengen op het totale factuurbedrag als hij binnen een bepaalde termijn betaalt. De toeslag wordt ter zake van de levering van goederen of diensten in rekening gebracht en behoort daarom tot de vergoeding (artikel 8 van de wet). De toeslag kan naar mijn oordeel niet worden aangemerkt als een afzonderlijke vergoeding voor het verlenen van krediet, welke als zodanig ingevolge artikel 11, eerste lid, letter j, van de wet zou zijn vrijgesteld. De kredietbeperkingstoeslag kwalificeert feitelijk als een korting wegens contante betaling die direct de vergoeding vermindert, mits deze vermindering ook blijkt uit de factuur (artikel 29, negende lid, van de wet en artikel 2 van het uitvoeringsbesluit). Bij niet tijdige betaling moet de kredietbeperkingstoeslag worden betaald door de afnemer. De leverancier/dienstverrichter is dan alsnog de btw verschuldigd over de kredietbeperkingstoeslag die de afnemer gehouden is te betalen. Deze btw is verschuldigd in het tijdvak waarin de betrokken levering, de intracommunautaire verwerving of de dienst is verricht en tegen het voor dat tijdvak geldende tarief (artikel 2, tweede lid, van het uitvoeringsbesluit). Doordat een kredietbeperkingstoeslag bij tijdige betaling feitelijk kwalificeert als een korting voor contante betaling moet de leverancier van de goederen of de dienstverrichter een aanvullende factuur uitreiken (artikel 29, negende lid, van de wet en artikel 3 van het uitvoeringsbesluit). Het uitreiken van aanvullende facturen stuit in bepaalde gevallen op bezwaren. Het gaat dan met name om de situatie waarin de kosten van het uitreiken van aanvullende facturen hoger zijn dan het bedrag van de terug te vragen btw. Om aan deze bezwaren tegemoet te komen keur ik op grond van artikel 63 van de AWR het volgende goed. Ik keur onder de volgende voorwaarden goed dat de btw slechts wordt voldaan over de daadwerkelijk ontvangen kredietbeperkingstoeslag. Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden: de toeslag moet worden berekend over de vergoeding inclusief btw. Over de toeslag zelf wordt geen btw in rekening gebracht; van de ontvangen kredietbeperkingstoeslag moet door de leverancier 9/109 of 21/121 deel aan btw worden voldaan, afhankelijk van het btw-tarief dat geldt voor de verrichte prestatie(s) op het moment dat de vergoeding in rekening wordt gebracht; de ontvangen toeslagen moeten op een zodanige wijze in de administratie van de leverancier worden verwerkt dat de verschuldigde btw hierover op een eenvoudige wijze kan worden bepaald. Dit kan bijvoorbeeld door gebruik te maken van een grootboekrekening kredietbeperkingstoeslag. De wijze van administreren moet ook zodanig zijn dat kan worden bepaald aan welk btw-tarief de ontvangen toeslagen zijn onderworpen; en de verschuldigde btw over de ontvangen kredietbeperkingstoeslag moet door de leverancier worden voldaan bij de aangifte over het tijdvak waarin de toeslag is ontvangen. Deze werkwijze heeft tot gevolg dat de afnemer van de prestatie geen recht heeft op aftrek van de btw die is begrepen in de kredietbeperkingstoeslag. Dit gevolg kan alleen worden vermeden door alsnog een aanvullende factuur uit te reiken waarop de kredietbeperkingstoeslag afzonderlijk in rekening wordt gebracht met de daarover verschuldigde btw.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel