Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.4

Artikel 2.15

Teamkwalificatie

Onderdeel van Besluit kinderopvang BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. Het totaal minimum aantal in te zetten beroepskrachten op de locatie waar de houder een kindercentrum exploiteert, dat wordt gevormd door de optelsom van het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten op de afzonderlijke stamgroepen of basisgroepen binnen die locatie, bestaat gedurende de opvang: voor minimaal twee derde uit beroepskrachten als bedoeld in artikel 2.8, eerste, tweede of vierde lid; en voor maximaal een derde uit: beroepskrachten als bedoeld in artikel 2.8, derde lid; beroepskrachten in opleiding; of stagiairs. 2. Bij de inzet van beroepskrachten als bedoeld in artikel 2.8, derde lid: draagt de houder zorg voor begeleiding; en houdt de houder rekening met de ervaring en expertise waarover zij op dat moment beschikken. 3. Bij de inzet van beroepskrachten in opleiding of stagiairs: wordt te allen tijde binnen de betreffende stamgroep, basisgroep of gecombineerde stamgroep en basisgroep ook ten minste een beroepskracht ingezet als bedoeld in artikel 2.8; draagt de houder zorg voor begeleiding; en houdt de houder rekening met de opleidingsfase waarin zij zich op dat moment bevinden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel