De houder toont aan, door middel van een overzicht van de ingezette beroepskrachten en presentielijsten van kinderen, inclusief een indicatie van aankomst- en vertrektijden:
de verhouding tussen het minimaal in te zetten aantal beroepskrachten en het aantal aanwezige kinderen in een stamgroep of basisgroep, bedoeld in artikel 2.13, tweede lid; en
indien van toepassing, de toepassing van artikel 2.13, derde of vierde lid.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.4
Artikel 2.14
Overzicht van ingezette beroepskrachten en presentielijsten
Onderdeel van Besluit kinderopvang BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026