**1.** Het Zorginstituut baseert het geraamde aantal verzekerden per zorgverzekeraar voor het criterium SES op:
de indeling in SES-klassen 2026 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen in Bijlage 15 van deze Beleidsregels;
het inkomen volgens de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer in het belastingdienstbestand over 2022;
het inkomen volgens de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer in het belastingdienstbestand over 2023 wanneer voor 2022 geen gegevens beschikbaar zijn;
het gepseudonimiseerde adres per gepseudonimiseerd burgerservicenummer in het belastingdienstbestand over 2024;
het gepseudonimiseerde adres per gepseudonimiseerd burgerservicenummer volgens het PKB 2024 wanneer een verzekerde niet is opgenomen in het belastingdienstbestand over 2024;
de opgave van de zorgkantoren per 1 juni 2025 aan het Zorginstituut per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de declaraties van alle Wlz-prestaties en het toegekende persoonsgebonden budget in 2024;
de indeling in DKG_G-klassen zoals beschreven in Artikel 2.9;
de leeftijd volgens het PKB 2024; en
het PKB 2023 en 2022.
**2.** Het Zorginstituut koppelt de gegevens, bedoeld in het eerste lid onderdeel b tot en met i, met het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PKB 2024 en bepaalt daarmee en met inachtneming van Bijlage 15 van deze Beleidsregels, in welke SES-klasse een verzekerde wordt ingedeeld.
**3.** Vervolgens koppelt het Zorginstituut de verzekerden aan het PER 2025, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft.
**4.** Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium SES naar de macroverzekerdenraming, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie per SES-klasse constant blijft.
2 Hoofdstuk II
Artikel 2.19
SES
Onderdeel van Beleidsregels risicoverevening 2026· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 25 oktober 2025