Naar hoofdinhoud

2 Hoofdstuk II

Artikel 2.19

SES

Onderdeel van Beleidsregels risicoverevening 2026· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 25 oktober 2025

1. Het Zorginstituut baseert het geraamde aantal verzekerden per zorgverzekeraar voor het criterium SES op: de indeling in SES-klassen 2026 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen in Bijlage 15 van deze Beleidsregels; het inkomen volgens de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer in het belastingdienstbestand over 2022; het inkomen volgens de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer in het belastingdienstbestand over 2023 wanneer voor 2022 geen gegevens beschikbaar zijn; het gepseudonimiseerde adres per gepseudonimiseerd burgerservicenummer in het belastingdienstbestand over 2024; het gepseudonimiseerde adres per gepseudonimiseerd burgerservicenummer volgens het PKB 2024 wanneer een verzekerde niet is opgenomen in het belastingdienstbestand over 2024; de opgave van de zorgkantoren per 1 juni 2025 aan het Zorginstituut per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de declaraties van alle Wlz-prestaties en het toegekende persoonsgebonden budget in 2024; de indeling in DKG_G-klassen zoals beschreven in Artikel 2.9; de leeftijd volgens het PKB 2024; en het PKB 2023 en 2022. 2. Het Zorginstituut koppelt de gegevens, bedoeld in het eerste lid onderdeel b tot en met i, met het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PKB 2024 en bepaalt daarmee en met inachtneming van Bijlage 15 van deze Beleidsregels, in welke SES-klasse een verzekerde wordt ingedeeld. 3. Vervolgens koppelt het Zorginstituut de verzekerden aan het PER 2025, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft. 4. Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium SES naar de macroverzekerdenraming, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie per SES-klasse constant blijft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel