Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Toedeling en opbouw budgettair kader 2026

Onderdeel van Beleidsregel budgettair kader Wlz 2026· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 30 oktober 2025

De Minister van VWS heeft het macrobedrag voor de contracteerruimte voor zin, pgb en de overige uitvoeringskosten vastgesteld in de Definitieve kaderbrief Wlz 2026 (kenmerk 4208786-1087253-LZ). Het budgettair kader Wlz voor het jaar 2026 bedraagt € 41.059 miljoen. Dit bedrag is als volgt verdeeld: De contracteerruimte voor zin betreft € 36.337 miljoen. De geoormerkte ruimte binnen de contracteerruimte zin voor innovatie bedraagt € 20 miljoen. Het beschikbare bedrag voor pgb’s betreft € 4.626 miljoen. Het budget voor overige uitvoeringskosten bedraagt € 96 miljoen. De herverdelingsmiddelen bedragen € 390 miljoen. Het startpunt van het Wlz kader 2026 is het benodigd Wlz kader 2025. Ten opzichte van de Definitieve kaderbrief 2025 is het kader 2025 op grond van de Meerjarige voorlopige kaderbrief 2026–2030 (kenmerk: 4154805-1085543-LZ) en de Definitieve kaderbrief Wlz 2026 (kenmerk: 4208786-1087253-LZ) geactualiseerd.VWS stelt de herverdelingsmiddelen ad € 360 miljoen die voor 2025 waren gereserveerd niet meer beschikbaar als extra middelen. Daarnaast is er voor het Wlz kader 2026 een extra kader bijgekomen voor overige uitvoeringskosten. De basis voor het kader van 2026 is de verwachte benutting van het Wlz-kader 2025. VWS gaat hierbij uit van de julibrief 2025 van de NZa. Het benodigde Wlz-kader 2025 bedraagt € 38.258. Netto groei en loon- en prijsbijstelling 2026 Het startpunt gebaseerd op het Wlz kader 2025 zoals genoemd onder a. wordt, op basis van de Definitieve kaderbrief Wlz 2026, verhoogd met middelen voor netto groei en loon- en prijsbijstelling 2026. De netto groei bedraagt € 1.704 miljoen en voor loon- en prijsbijstelling € 1.487 miljoen. Het door de Minister van VWS beschikbaar gestelde bedrag voor pgb’s wordt gebruteerd tot middelen zin en opgeteld bij het voor zin beschikbaar gestelde bedrag, om zo tot een netto Wlz kader te komen. Dit kader wordt volgens artikel 5 toegedeeld aan de regio’s. Wlz uitvoerder/zorgkantoren kunnen tot 15 november 2025 aangegeven wat het aandeel pgb moet zijn (zie artikel 9). Dit aandeel wordt vervolgens weer gebruteerd (bruteringseffect).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel