Sinds 2010 kent de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) een regeling die beoogt een einde te maken aan het onbelast laten van inkomensbestanddelen van een afgezonderd particulier vermogen (hierna: APV). Die regeling is opgenomen in artikel 2.14a Wet IB 2001. Op grond van deze bepaling worden de bezittingen en schulden waarvan de juridische eigendom berust bij (de bestuurder van) het APV en de opbrengsten en uitgaven van het APV toegerekend aan de inbrenger van dat vermogen of na diens overlijden aan diens erfgenamen.
Toerekening vond niet plaats wanneer het APV zelf in een ander land in een reële winstbelasting werd betrokken (de zogenoemde toerekeningsstop; art. 2.14a, lid 7 (oud) Wet IB 2001). Die toerekeningsstop is op 20 september 2016 aangescherpt en alleen nog van toepassing als blijkt dat het APV een onderneming drijft en in de vestigingsstaat onderworpen is aan een belasting naar de winst.
Artikel 1
Inleiding
Onderdeel van Besluit verrekening buitenlandse heffing van een afgezonderd particulier vermogen in verdragssituaties· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 6 november 2025