Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Verliesverrekening

Onderdeel van Verzamelbesluit aanmerkelijk belang 2025· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 12 november 2025

In de situatie dat iemand in jaar 1 een verlies uit aanmerkelijk belang heeft geleden, zou gelet op de letterlijke tekst van artikel 4.53 van de Wet IB 2001 de indruk kunnen bestaan dat pas na afloop van jaar 3 een beschikking als bedoeld in dat artikel door de inspecteur kan worden afgegeven. Op dat moment kan immers pas worden vastgesteld dat de belastingplichtige in het kalenderjaar en het daaraan voorafgaande kalenderjaar geen aanmerkelijk belang heeft. Uit de parlementaire geschiedenis is echter af te leiden dat dit niet de bedoeling is van deze bepaling. In jaar 3 kan dus een beschikking in de zin van artikel 4.53, derde lid, Wet IB 2001 worden afgegeven. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 2.11a Wet IB 2001 kan de belastingkorting worden verrekend met de over jaar 3 verschuldigde belasting over het inkomen uit werk en woning. Bij het vaststellen van de voorlopige aanslag inkomstenbelasting voor jaar 3 kan hiermee al rekening worden gehouden. Met betrekking tot de volgorde van verrekening van de belastingkorting en de heffingskorting merk ik op dat de belastingkorting vóór de heffingskorting wordt geplaatst (zie ook HR 18 augustus 2023, ECLI:NL:HR:2023:1092). Mochten na het afgeven van voormelde beschikking in de loop van jaar 3 opnieuw aandelen verworven worden die een aanmerkelijk belang vormen, dan moet de eerder afgegeven beschikking door de inspecteur worden herzien omdat niet (meer) is voldaan aan de wettelijke omschrijving van artikel 4.53, eerste lid, Wet IB 2001. Indien een belastingplichtige geen aanmerkelijk belang meer heeft, is het mogelijk te verzoeken het nog niet verrekende verlies uit aanmerkelijk belang om te zetten in een belastingkorting in box 1 (artikel 4.53 Wet IB 2001). Deze formulering impliceert dat de omzetting moet gelden voor het gehele nog niet verrekende verlies. Ik ben niettemin bereid om mogelijk onder nader te formuleren voorwaarden goed te keuren dat een verlies uit aanmerkelijk belang eenmalig ook partieel kan worden omgezet in een belastingkorting. Voor het overige blijft het nog niet verrekende verlies uit aanmerkelijk belang dan nog uitsluitend beschikbaar voor latere verrekening in box 2. Verzoeken kunnen worden voorgelegd aan Belastingdienst/ Corporate Dienst Vaktechniek/ Team Brieven en Beleidsbesluiten, Postbus 20201, 2500 EE Den Haag. Als een belastingplichtige en diens partner niet langer een aanmerkelijk belang houden, kan een nog onverrekend verlies uit aanmerkelijk belang op grond van artikel 4.53 Wet IB 2001 op verzoek worden omgezet in een belastingkorting. In het geval een belastingplichtige geen (fiscaal) partner heeft en in het kalenderjaar is overleden, geldt als voorwaarde voor het indienen van een verzoek tot omzetting van een nog niet verrekend verlies uit aanmerkelijk belang in een belastingkorting dat de belastingplichtige ten tijde van het overlijden geen aanmerkelijk belang heeft (artikel 4.53, eerste lid, tweede volzin, Wet IB 2001). Als ten gevolge van het overlijden van deze belastingplichtige een negatief vervreemdingsvoordeel wordt genoten en vervolgens een verlies uit aanmerkelijk belang ontstaat dat onverrekend blijft, kan dit verlies niet worden omgezet, omdat belastingplichtige ten tijde van het overlijden een aanmerkelijk belang heeft. Het verlies wordt dan op geen enkele wijze meer benut. Dit gevolg is bij de invoering van voornoemde tweede volzin niet voorzien en is een onbillijkheid van overwegende aard. Ik keur op basis van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hardheidsclausule) goed dat als bij het overlijden van een belastingplichtige die geen partner heeft een verlies uit aanmerkelijk belang ontstaat dat niet verrekend kan worden, dit verlies op verzoek kan worden omgezet in een belastingkorting. Hierbij merk ik op dat het niet verrekend verlies uit aanmerkelijk belang bij beschikking moet zijn vastgesteld voordat omzetting in een belastingkorting kan plaatsvinden. De verliesvaststellingsbeschikking wordt afgegeven gelijktijdig met het vaststellen van de aanslag over het jaar waarin het verlies is ontstaan. Daarna kan het verlies worden omgezet in een belastingkorting. De inspecteur kan vervolgens ambtshalve de belasting op het belastbaar inkomen uit werk en woning in het overlijdensjaar met de belastingkorting verminderen. Verminderen van de belasting op het belastbaar inkomen uit werk en woning vóór het overlijdensjaar is niet mogelijk (zie artikel 4.53, vierde lid, Wet IB 2001). Indien de belastingplichtige en zijn partner in het kalenderjaar en het daaraan voorafgaande jaar geen aanmerkelijk belang hebben, wordt een nog niet verrekend verlies uit aanmerkelijk belang op verzoek van de belastingplichtige omgezet in een belastingkorting (artikel 4.53, eerste lid, Wet IB 2001). Als een belastingplichtige in het kalenderjaar noch een aanmerkelijk belang noch een (fiscaal) partner heeft en in het voorafgaande kalenderjaar evenmin een aanmerkelijk belang had maar wel een (fiscaal) partner met een aanmerkelijk belang, dan kan een onverrekend gebleven verlies uit aanmerkelijk belang van de belastingplichtige niet in het kalenderjaar op verzoek worden omgezet.13Dit beleidsonderdeel is tot stand gekomen naar aanleiding van het kennisgroepstandpunt KG:003:2024:5, dat eerder is gepubliceerd op de website kennisgroepen.belastingdienst.nl. In het daaropvolgende kalenderjaar kan op verzoek het onverrekend gebleven verlies wel worden omgezet in een belastingkorting mits de belastingplichtige in dat kalenderjaar nog steeds geen aanmerkelijk belang noch een (fiscaal) partner met een aanmerkelijk belang heeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel