Een inkoopovereenkomst van een vergunninghouder ten behoeve van de levering van elektriciteit of gas aan eindafnemers met een kleine aansluiting bevat geen beding tot ontbinding van rechtswege van die overeenkomst ingeval aan de vergunninghouder surseance van betaling is verleend of deze failliet is verklaard, dan wel ingeval diens surseance of faillissement is aangevraagd, dan wel ingeval diens vergunning zal worden ingetrokken, noch bedingen die het de wederpartij mogelijk maken in die gevallen de verbintenis op te zeggen of de nakoming van de verbintenis op te schorten of te ontbinden of onder gewijzigde voorwaarden voort te zetten, tot het moment dat, ingeval van intrekking van een vergunning of faillissement van de vergunninghouder, alle leveringsovereenkomsten met eindafnemers met een kleine aansluiting conform artikel 2.25, eerste lid, van de wet zijn overgedragen aan een andere vergunninghouder dan wel conform artikel 2.25, derde lid, van de wet geacht worden te zijn beëindigd.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 2.3
Artikel 2.19
inkoopovereenkomsten vergunninghouder
Onderdeel van Energiebesluit· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026