Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 2.3

Artikel 2.18

verplichtingen noodleverancier

Onderdeel van Energiebesluit· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. Een noodleverancier doet zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen drie maanden na het moment dat het besluit van verdeling, bedoeld in artikel 2.25, tweede lid, van de wet in werking treedt, de aan hem toegedeelde eindafnemers met een kleine aansluiting een aanbod tot het aangaan van een leveringsovereenkomst. 2. Indien een toegedeelde eindafnemer met een kleine aansluiting niet reageert op het aanbod en er geen leveringsovereenkomst is aangegaan met een andere vergunninghouder, verstrekt de noodleverancier de toegedeelde eindafnemer met een kleine aansluiting ten minste driemaal een schriftelijke herinnering met daarin een aanbod. 3. De noodleverancier spant zich tot het uiterste in om, zo nodig herhaaldelijk en via diverse communicatiekanalen, in persoonlijk contact te treden met de eindafnemer met een kleine aansluiting teneinde deze te wijzen op mogelijkheden om een leveringsovereenkomst te sluiten en om de beëindiging van de levering van elektriciteit of gas en het buiten werking stellen van de aansluiting of het voor die levering aan de aansluiting toegekende additionele allocatiepunt te voorkomen na ommekomst van de termijn van zes maanden, bedoeld in artikel 2.15, derde lid. 4. De instantie voor buitengerechtelijke geschilbeslechting waarbij de noodleverancier ingevolge artikel 2.18, eerste lid, van de wet is aangesloten, is bevoegd tot kennisneming van geschillen ter zake van de uitvoering van een noodlevering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel