Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Afdeling 3.2 › Paragraaf 3.2.5

Artikel 3.28

afwegingskader aansluiten en transport producenten gas uit hernieuwbare bronnen

Onderdeel van Energiebesluit· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. Bij de beoordeling of maatregelen als bedoeld in artikel 3.40, vierde lid, van de wet of artikel 3.47, tweede lid, van de wet, economisch verantwoord zijn, weegt de transmissie- of distributiesysteembeheerder voor gas de verwachte kosten van maatregelen die hij of een andere distributiesysteembeheerder voor gas of de transmissiesysteembeheerder voor gas moet nemen om de producent van gas uit hernieuwbare bronnen een aanbod voor aansluiting of transport te kunnen doen, af tegen de redelijkerwijs te verwachten hoeveelheid gas uit hernieuwbare bronnen dat door dat aanbod aan de producent ingevoed kan worden op zijn systeem. 2. Bij de afweging, bedoeld in het eerste lid, neemt de transmissie- of distributiesysteembeheerder voor gas in ieder geval in acht: het belang van de hoeveelheid gas uit hernieuwbare bronnen dat door het aanbod aan de producent kan worden ingevoed op zijn systeem gelet op de door het kabinet vastgestelde doelstellingen voor de productie van gas uit hernieuwbare bronnen; de aanvullende capaciteit voor aansluiting van of transport voor andere producenten van gas uit hernieuwbare bronnen die door de maatregelen van de transmissie- of distributiesysteembeheerder voor gas wordt gerealiseerd en het verwachte toekomstige gebruik en belang hiervan gelet op de door het kabinet vastgestelde doelstellingen voor de productie van gas uit hernieuwbare bronnen; de verwachte ontwikkeling van de vraag naar gas in relevante delen van het transmissie- of distributiesysteem en de betekenis daarvan voor de maatregelen, bedoeld in het eerste lid. 3. Indien uit de afweging, als bedoeld in het eerste lid, blijkt dat verschillende maatregelen economisch verantwoord zijn, hanteren de transmissie- of distributiesysteembeheerders voor gas de meest kostenefficiënte maatregelen. 4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van het eerste tot en met het derde lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel