**1.** Een transmissie- of distributiesysteembeheerder stelt een aansluiting of een aan een aansluiting toegekend additioneel allocatiepunt buiten werking in ieder geval indien:
op het primaire of additionele allocatiepunt van de aansluiting ten behoeve van het verbruik of de invoeding geen leverancier of marktdeelnemer is gecontracteerd overeenkomstig artikel 2.1 of 2.2, eerste lid, van de wet;
op het primaire of additionele allocatiepunt van de aansluiting geen balanceringsverantwoordelijke voor elektriciteit of gas actief is overeenkomstig artikel 2.42 of artikel 2.43 van de wet;
op of nabij een voor de aansluiting vastgesteld overdrachtspunt geen geïnstalleerde meetinrichting aanwezig is waar dat op grond van het gestelde bij of krachtens artikel 2.46, van de wet is vereist;
op een aansluiting of een aan een aansluiting toegekend additioneel allocatiepunt van een aangeslotene als bedoeld in artikel 2.47, tweede lid, van de wet geen meetverantwoordelijke partij actief is, of
de aansluitovereenkomst is beëindigd en de aansluiting niet aansluitend opnieuw in gebruik is of zal worden gegeven.
**2.** Een transmissie- of distributiesysteembeheerder verwijdert een aansluiting in ieder geval indien de aansluitovereenkomst is beëindigd en:
niet aannemelijk is dat een verzoek zal worden gedaan om deze aansluiting opnieuw in gebruik te geven, of
dit nodig is vanuit de beheertaak, bedoeld in artikel 3.25 van de wet, of de kwaliteitsborging, bedoeld in artikel 3.74 van de wet.
Hoofdstuk 3 › Afdeling 3.2 › Paragraaf 3.2.5
Artikel 3.29
buiten werking stellen en verwijderen aansluiting
Onderdeel van Energiebesluit· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026