Naar hoofdinhoud

Artikel 5

De deelgerechtigdheid in dit fonds blijkt uit verhandelbare bewijzen van deelgerechtigdheid

Onderdeel van Fondsenbesluit 2025· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 3 december 2025

Onderdeel van de definitie van het FGR is dat de bewijzen van deelgerechtigdheid verhandelbaar moeten zijn. Dit betekent dat alleen sprake kan zijn van een FGR als de bewijzen van deelgerechtigdheid (ook) aan derden kunnen worden vervreemd. Onder een vervreemding aan een derde wordt mede begrepen de verkoop aan een groepsmaatschappij of de verkoop aan bloed- en aanverwanten. De verhandelbaarheid van de bewijzen van deelgerechtigdheid is al inbegrepen in de definities van de Wft. Als sprake is van een beleggingsfonds of fonds voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in art. 1:1 Wft, wordt het fonds daarom geacht verhandelbare bewijzen van deelgerechtigdheid te hebben. De bewijzen van deelgerechtigdheid worden niet als verhandelbaar aangemerkt indien vervreemding uitsluitend kan plaatsvinden aan het fonds zelf. Als dit het geval is, dan spreken we van een zogenoemd ‘inkoopfonds’. Dit (inkoop)fonds is zowel in de definitie tot en met 2024 als in de definitie vanaf 2025 opgenomen. Een inkoopfonds kwalificeert dus niet als FGR. De fondsvoorwaarden moeten expliciet vermelden dat een (voorwaardelijk) inkooprecht van de deelgerechtigde geldt of dat de deelgerechtigde alleen kan vervreemden aan het fonds zelf. Als het fonds de bewijzen van deelgerechtigdheid na inkoop in portefeuille houdt om vervolgens de bewijzen opnieuw uit te geven, blijft sprake van niet-verhandelbare bewijzen en is het fonds geen FGR. Ook als de deelgerechtigde het bewijs van deelgerechtigdheid terugverkoopt aan het fonds, terwijl het fonds dat bewijs direct aan een door de deelgerechtigde aangewezen derde weer uitgeeft, blijft sprake van niet-verhandelbare bewijzen. Vanwege de deels nieuwe definitie van het FGR is het mogelijk dat een fonds onder het oude recht kwalificeerde als transparant, en onder het nieuwe recht kwalificeert als (belastingplichtig) FGR. In artikel IXA van de Wet aanpassing fonds voor gemene rekening en vrijgestelde beleggingsinstelling is daarom een overgangsbepaling opgenomen. Deze bepaling biedt fondsen die transparant willen blijven de mogelijkheid om, onder bepaalde voorwaarden, gedurende een overgangsperiode te herstructureren naar een inkoopfonds. Voor de bepaling of sprake is van een inkoopfonds is geen sprake van vervreemding: bij een overgang van bewijzen van deelgerechtigdheid onder algemene titel; bij een overgang van bewijzen van deelgerechtigdheid onder bijzondere titel krachtens erfrecht; bij een overgang van bewijzen van deelgerechtigdheid door het ontstaan van een huwelijksgemeenschap of de verdeling van een (ontbonden) huwelijksgemeenschap. Het komt voor dat een fonds participeert in een ander fonds (stapelstructuur). Per fonds wordt getoetst of het fonds een inkoopfonds is of een FGR. Voor deze toets is dus niet van belang dat een fonds onderdeel is van een stapelstructuur.16Kamerstukken I 2024/25, 36 602, nr. 1, p. 15 Het komt voor dat een fonds naast de inkoopverplichting in de fondsvoorwaarden bepalingen heeft opgenomen op basis waarvan onder voorwaarden verkoop van bewijzen van deelgerechtigdheid aan een derde mogelijk is. Dit wordt ook aangeduid als secondary trading en houdt veelal verband met de omstandigheid dat (de beheerder van) het fonds niet beschikt over voldoende liquide middelen om de bewijzen van deelgerechtigdheid in te kopen, bijvoorbeeld doordat het fondsvermogen vast zit in onroerende zaken. Als (de beheerder van) het fonds partij is bij de overeenkomst tussen de oude en de nieuwe deelgerechtigde en de financiële afwikkeling van de overdracht van de bewijzen van deelgerechtigdheid feitelijk via (de beheerder van) het fonds loopt, blijft sprake van een inkoopfonds. Dit is ook nog het geval als naast de financiële afwikkeling via (de beheerder van) het fonds tevens een afrekening van een up- of discount plaatsvindt tussen koper en verkoper. In de gevallen van secondary trading waarin de financiële afwikkeling van de overdracht van de bewijzen van deelgerechtigdheid feitelijk niet via (de beheerder van) het fonds gaat, kan het fonds alleen als inkoopfonds worden aangemerkt als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: In de voorwaarden of de prospectus van het fonds is opgenomen dat de vervreemding door een deelgerechtigde aan een derde wordt geacht via (de beheerder van) het fonds te verlopen, én (de beheerder van) het fonds bij de vervreemding een vergoeding berekent aan de verkopende deelgerechtigde wegens het veronderstelde intrekken van het bewijs of de bewijzen van deelgerechtigdheid of aan de koper voor het veronderstelde uitgeven van het bewijs of de bewijzen van deelgerechtigdheid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel