Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2

Toepassingsbereik bij aanvraag om een erkenning of reeds verleende erkenning

Onderdeel van Beleidsregel toetsing erkenningen aan de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob) door de Dienst Wegverkeer· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 5 december 2025

1. De RDW kan uitvoering geven aan een Bibob-toets indien bij de aanvrager of erkenninghouder: Sprake is van een nieuwe vestiging of van een inrichting van het bedrijf; Sprake is van een overname van een erkenning of toetreding van een bestuurder tot het bedrijf; Sprake is van de aanvraag van een extra erkenning door het bedrijf; Een voorafgaande aanvraag door de aanvrager is ingetrokken na aankondiging of uitvoering van een Bibob-toets; Een voorafgaande aanvraag na aankondiging of uitvoering van een Bibob-toets is geweigerd of buiten behandeling is gesteld; Op basis van gegevens uit open en/of gesloten bronnen; Op grond van: informatie die bij de RDW bekend is; informatie verkregen van het Bureau, zoals een tip als bedoeld in artikel 11a van de wet; informatie verkregen op grond van artikel 26 van de wet; overige signalen; gedragingen van de aanvrager of houder van een erkenning; betrokkenheid van de aanvrager of houder van een erkenning bij milieucriminaliteit, opiumwetfeiten, witwassen en/of mensenhandel. 2. De RDW kan voorts uitvoering geven aan een Bibob-toets indien sprake is van de volgende kenmerken van de aanvrager of houder van een erkenning of de omgeving waarbinnen hij zijn activiteiten verricht: onduidelijke eigendom van in gebruik genomen panden, gronden en bedrijfsmiddelen; samenwerking met bedrijven of personen met een vermoedelijk criminele achtergrond.

Rechtspraak bij dit artikel