**1.** De RDW informeert betrokkene schriftelijk over een adviesaanvraag aan het Bureau.
Betrokkene wordt daarbij gewezen op de opschorting van de beslistermijn als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet.
**2.** In geval een advies van het Bureau leidt tot het voornemen om een gevraagde erkenning te weigeren, een eerder verleende erkenning in te trekken, of aan een aangevraagde of reeds verstrekte erkenning aanvullende voorschriften te verbinden, wordt aan betrokkene de mogelijkheid geboden om over een kopie van het adviesrapport te beschikken.
**3.** In aanvulling op het tweede lid wordt betrokkene door de RDW gewezen op zijn geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 28 van de wet.
**4.** In het geval een derde wordt genoemd in het advies, dan wordt deze derde de mogelijkheid geboden om over een kopie van het onderdeel van het adviesrapport te beschikken, voor zover dit betrekking heeft op deze derde.
**5.** In aanvulling op het vierde lid wordt de betreffende derde door de RDW gewezen op zijn geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 28 van de wet.
**6.** Zowel de betrokkene als de in het advies genoemde derde dienen gewezen te worden op het feit dat beiden, onafhankelijk van elkaar, op grond van artikel 33 van de wet, het recht hebben op het indienen van een zienswijze.
Hoofdstuk 3
Artikel 5
Informatieplicht
Onderdeel van Beleidsregel toetsing erkenningen aan de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob) door de Dienst Wegverkeer· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 5 december 2025