Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begrippen

Onderdeel van Besluit tot vaststelling van de Regulatorische accountingregels (RAR) warmteleveranciers 2024· Contracten, schade en aansprakelijkheid

Deze tekst geldt sinds 27 juni 2025

In deze regulatorische accountingregels warmteleveranciers 2024 (hierna: RAR) wordt verstaan onder: Aansluitcapaciteit: ook aansluitwaarde genoemd, het overeengekomen maximaal te leveren vermogen (in kilowatt);1Deze definitie is van toepassing voor grootverbruikers, om benodigde netcapaciteit te berekenen. Aansluiting: centrale aansluiting of individuele aansluiting, zoals gedefinieerd in artikel 1 lid 1 van de Warmtewet; Activa: materiële vaste activa en immateriële vaste activa; Activity based costing (ABC): een kostentoerekening die is gebaseerd op het uitgangspunt dat niet producten, maar activiteiten kosten veroorzaken. ABC combineert kosten in eerste plaats met de activiteiten die nodig zijn om producten te maken en te verkopen. Bij de meeste ondernemingen zijn de indirecte kosten immers hoger dan de directe productiekosten, dankzij steeds betere productietechnieken. ABC zoekt naar aspecten van activiteiten die kosten veroorzaken. Pas daarna worden kosten van activiteiten toegerekend aan producten. De grondgedachte is dat iedere productie een interne vraag naar activiteiten oplevert. Een kostprijscalculatie volgens de ABC-methode gaat voor elk product na hoeveel van iedere ‘activiteit’ nodig is voor de productie; Afleverset: installatie waarmee ten behoeve van levering van thermische energie aan een verbruiker energieoverdracht plaatsvindt tussen een warmtenet en een binneninstallatie of een inpandig leidingstelsel; Afleverstation: collectieve afleverset voor thermische energie waarmee ten behoeve van levering van thermische energie aan verbruikers energieoverdracht plaatsvindt tussen een warmtenet en een binneninstallatie of een inpandig leidingstelsel; Afnemer: een persoon die thermische energie afneemt; Afschrijvingen: waardeverminderingen van activa; Afzet: geleverde warmte, gemeten in gigajoule, in het jaar van levering van de warmte; Basislast: warmteproductie op die momenten waarop de productie-installaties voor de basislast in gebruik zijn; Benodigde netcapaciteit: het rekenkundig gemiddelde over een jaar van de gelijktijdige piek vermogensvraag voor een netvlak; Bijdrage aansluitkosten (BAK): de bijdrage aansluitkosten is de som van de (gereguleerde) eenmalige aansluitbijdrage (EAB) en de (ongereguleerde) kostendekkingsbijdrage (KDB); Binneninstallatie: een binneninstallatie, zoals gedefinieerd in artikel 1 lid 1 van de Warmtewet; Boekjaar: kalenderjaar waarover de Autoriteit Consument & Markt (hierna: ACM) informatie uitvraagt op basis van de RAR; Cascademodel: kostentoerekening per netvlak; Cost center: organisatieonderdeel, zoals een groepsmaatschappij, zonder winstdoelstelling; Directe kosten: kosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan een activiteit of kosten die binnen een activiteit rechtstreeks toerekenbaar zijn aan gereguleerd en ongereguleerd; Distributieleiding: een leiding die het transport van warmte tot aan de aansluitleiding verzorgt. Het distributienet is gericht op het distribueren van warmte naar de afnemers. Sommige warmtenetten kennen onderscheid in temperatuurniveau’s (hoge temperatuur voor primaire distributie, midden temperatuur voor secundaire distributie, lage temperatuur); Eenmalige aansluitbijdrage (EAB): een tariefgereguleerde eenmalige bijdrage voor het realiseren van een aansluiting, zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid van de Warmtewet; Gelijktijdigheid: verhouding tussen piekvraag die afnemers gezamenlijk veroorzaken op het warmtenet en de som van de individuele piekvraag; Gereguleerd/ongereguleerd: afbakening van afnemers conform artikel 1 lid 1 van de Warmtewet in verbruikers (gereguleerd) en ongereguleerde afnemers. Verbruikers (gereguleerd) zijn kleinverbruikers en de volgende grootverbruikers: verhuurders (zoals woningcorporaties) die warmte doorleveren aan huurders met elk een individuele leveringsaansluiting van maximaal 100 kilowatt; vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm die warmte doorleveren aan leden van de vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm, met elk een individuele leveringsaansluiting van maximaal 100 kilowatt; Groepsmaatschappij: op basis van artikel 2:24b van het Burgerlijk Wetboek is een groep een economische eenheid waarin rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch zijn verbonden en zijn groepsmaatschappijen rechtspersonen en vennootschappen die met elkaar in een groep zijn verbonden; Grootverbruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon die warmte afneemt van een collectieve warmtevoorziening of een klein collectief warmtesysteem en een individuele leveringsaansluiting als gedefinieerd in artikel 1 lid 1 van de Warmtewet heeft van meer dan 100 kilowatt of een centrale leveringsaansluiting als gedefinieerd in artikel 1 lid 1 van de Warmtewet heeft; Immaterieel vast actief: een identificeerbaar niet-monetair vast actief zonder fysieke gedaante; Indirecte kosten: kosten die niet rechtstreeks toerekenbaar zijn aan een activiteit, zoals benoemd in hoofdstuk 5 van de RAR of kosten die binnen een activiteit niet rechtstreeks toerekenbaar zijn aan gereguleerde en ongereguleerde verbruikers. Voor deze indirecte kosten wordt een verdeelsleutel gebruikt zoals benoemd in paragraaf 5.3 van de RAR. Een voorbeeld van indirecte kosten zijn algemene kosten zoals kantoorruimte, managementkosten, marketingkosten en IT-infrastructuur die niet direct gekoppeld zijn aan de levering van warmte. Een ander voorbeeld is kosten voor onderhoud aan het warmtenet, dat wel direct is toe te rekenen aan de activiteit transport en distributie en vervolgens indirect toegerekend wordt naar gereguleerde en ongereguleerde verbruikers; Inkoopkosten energie: inkoopkosten energie zijn kosten die verband houden met de inkoop van warmte of de inkoopkosten van energie (bijvoorbeeld gas of elektriciteit) om warmte mee te genereren (inclusief bijstook/buffering) of om warmte mee te transporteren/distribueren. Deze kosten kunnen zowel verbruiksafhankelijk als verbruiksonafhankelijk zijn; Inpandig leidingstelsel: één of meer van een gebouw deel uitmakende leidingen en daarmee verbonden hulpmiddelen ten behoeve van transport van warmte tussen een centrale aansluiting van een gebouw op een warmtenet of een productie-installatie en de individuele aansluiting van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdeel c, van de Wet waardering onroerende zaken; Kleinverbruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon die warmte afneemt van een collectieve warmtevoorziening of klein collectief warmtesysteem en een individuele leveringsaansluiting heeft van maximaal 100 kilowatt met uitzondering van een persoon die warmte afneemt van: zijn verhuurder; de vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm waarbij deze persoon is aangesloten. Kleinverbruikers zijn gereguleerd om te zorgen voor wettelijke bescherming, zoals maximumtarieven, leveringszekerheid en transparantie over kosten; Kosten: uitgaven die zijn toe te rekenen aan een bepaald boekjaar; Kostendekkingsbijdrage (KDB) of projectbijdrage: een ongereguleerde eenmalige bijdrage die een afnemer of een projectontwikkelaar betaalt. Deze komt tussen partijen tot stand om een eventueel financieel tekort in de business case van de warmteleverancier te compenseren. De bijdrage is bedoeld voor het terugverdienen van de aanlegkosten van het warmtenet; Materieel vast actief: een identificeerbaar niet-monetair vast actief met fysieke gedaante; Netvlak: onderscheid, op basis van hydraulische scheiding van een warmtenet in verschillende druk- en/of temperatuurniveau’s, tussen transport en (primaire / secundaire) distributie; Non-firm contract: afschakelbare aansluiting, waarbij in een schriftelijke overeenkomst is opgenomen dat de warmteleverancier de warmtelevering kan onderbreken, ook indien geen sprake is van een storing met inbegrip van onderhoud; Opbrengsten: ontvangsten die zijn toe te rekenen aan een bepaald boekjaar; Opslag: installatie waar thermische energie wordt opgeslagen, indien deze installatie onderdeel is van, of verbonden is aan een warmtebron (bijvoorbeeld opslag in tanks, putten of hoge-temperatuur aquifers, warmtebatterij,e-boilers en WKO’s); inkoopkosten energie; afschrijvingen; amortisatie; financiële lasten; vennootschapsbelasting; Overige operationele kosten: Alle kosten van de warmteleverancier, behalve: Piek: warmteproductie door productie-installaties op die momenten dat de productie-installaties voor de basislast al volledig bijdragen aan de warmteproductie; Productie en inkoop van thermische energie: deze definitie is uitgewerkt in paragraaf 5.2.1 van de RAR; Profit center: organisatieonderdeel, zoals een groepsmaatschappij, met winstdoelstelling; Technische ruimte: de (inpandige of vrijstaande) ruimte waarin activa in eigendom van de warmteleverancier zijn opgesteld die primair dienen voor de opwekking, conversie, opslag of regeltechnische ondersteuning van thermische energie, waaronder, maar niet beperkt tot, warmtepompen, buffervaten, water- en chemische behandeling, pompen, regelkasten en meet- & regelsoftware. Thermische energie: warmte die ten behoeve van ruimteverwarming of verwarming van tapwater wordt geleverd door middel van het transport van water of een andere vloeistof en koude die ten behoeve van ruimtekoeling wordt geleverd door middel van het transport van water of een andere vloeistof; Transport en distributie van thermische energie: deze definitie is uitgewerkt in paragraaf 5.2.2 van de RAR; Transportleiding: een leiding geschikt voor het transporteren van grote hoeveelheden warmte over grotere afstanden. Op een transportleiding zijn veelal geen afnemers aangesloten maar enkel warmteproducenten en warmteoverdrachtstations die achterliggende wijken of gebieden van warmte voorzien. Een transportleiding kenmerkt zich door hoge drukken (veelal 16 – 25 bar) en hoge temperaturen; Vast actief: een uit gebeurtenissen in het verleden voortgekomen middel waarover de warmteleverancier de beschikkingsmacht heeft, dat hij in gebruik heeft genomen en waaruit in de toekomst naar verwachting economische voordelen naar de warmteleverancier zullen vloeien. Tevens moet voldaan zijn aan de voorwaarde dat de kostprijs van een vast actief betrouwbaar kan worden vastgesteld; Verkoop en klantcontact: deze definitie is uitgewerkt in paragraaf 5.2.3 van de RAR; Warmtebron: installatie waar thermische energie vrijkomt of thermische energie geconverteerd wordt (bijvoorbeeld warmtepompen, e-boilers, back-up ketels); Warmteleverancier of warmtebedrijf: een (rechts)persoon die zich bezighoudt met de levering van warmte; Warmtenet: het geheel van tot elkaar behorende, met elkaar verbonden leidingen, bijbehorende installaties en overige hulpmiddelen dienstbaar aan het transport van warmte, behoudens voor zover deze leidingen, installaties en hulpmiddelen zijn gelegen in een inpandig leidingstelsel, een binneninstallatie of een gebouw of werk van een producent en strekken tot toe- of afvoer van warmte ten behoeve van dat inpandig leidingstelsel, die binneninstallatie of dat gebouw of werk van een producent.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel