Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Kostentoerekening

Onderdeel van Besluit tot vaststelling van de Regulatorische accountingregels (RAR) warmteleveranciers 2024· Contracten, schade en aansprakelijkheid

Deze tekst geldt sinds 27 juni 2025

De systematiek voor kostentoerekening uit de RAR 2023 is naar aanleiding van de rendementsmonitor en rendementstoets 2023 aangescherpt in het document ‘Kostentoerekening warmte versie 1.0 d.d. 11 april 2025’ (hierna: KTR 1.0). Royal Haskoning DHV heeft op KTR 1.0 een toets uitgevoerd die op 18 april 2025 door de ACM is gepubliceerd10Zie kostentoerekening in de RAR warmte, publicatie van 18 april 2025. De in deze RAR opgenomen verdeelsystematiek is een doorontwikkeling van KTR 1.0. De doorontwikkeling betreft een verfijning in de toerekening van: productie en inkoop als een warmteleverancier non-firm contracten heeft; ontwikkeling van nieuwe netten toe te rekenen aan gereguleerd en ongereguleerd; en toerekening kostendekkingsbijdrage: bij projectontwikkelaar onder voorwaarden benodigde netcapaciteit. Onder het begrip kostentoerekening valt de toerekening van kosten, opbrengsten, activa en passiva. De kostentoerekening bevat twee stappen: Stap 1: toerekening aan activiteiten; Stap 2: per activiteit een toerekening naar gereguleerd/ongereguleerd. Bijlage 1 bevat een schematische weergave van de kostentoerekening. Kosten, opbrengsten, activa en passiva dienen in eerste instantie zo veel mogelijk direct toegerekend te worden op basis van aantoonbare causaliteit (‘directe kosten’). Sommige kosten, opbrengsten, activa en passiva zijn mogelijk niet direct gekoppeld aan een activiteit of gereguleerd/ongereguleerd in de administratie, bijvoorbeeld door het ontbreken van een urenadministratie. Als de leverancier een betrouwbare schatting kan maken, moeten deze kosten alsnog als directe kosten worden beschouwd. Kosten, opbrengsten, activa en passiva die niet causaal verband houden met en daardoor niet direct kunnen worden toegerekend aan activiteiten (stap 1) of gereguleerd/ongereguleerd (stap 2), worden alsnog toegerekend door toepassing van verdeelsleutels. Hierbij worden de volgende criteria in acht genomen: Reflectie inzet productiemiddelen: de verdeelsleutels per kostensoort dienen zo veel mogelijk de inzet van de onderliggende ‘productiemiddelen’ te reflecteren. Deze inzet van productiemiddelen kan benaderd worden door de techniek van activity based costing. Activity based costing gaat ervan uit dat activiteiten kosten veroorzaken. Direct aan activiteiten toerekenbare kosten worden daarbij ook direct toegerekend aan de betreffende activiteiten; Verdeelsleutels dienen consistent (door de tijd, eenduidig voor verschillende tariefcategorieën, eenduidig voor verschillende toepassingen), afdoende beargumenteerd en toereikend gedocumenteerd te zijn;11Vanaf de rendementsmonitor 2024 is sprake van een aangescherpte kostentoerekening door de ervaring met de rendementsmonitor en rendementstoets 2023 en De toepassing van verdeelsleutels is transparant. Dit wil zeggen dat duidelijk is welke indirecte kosten door middel van verdeelsleutels worden toegerekend, wat de samenstelling (parameters) van de verdeelsleutels is en welke onderliggende waarden zijn gebruikt voor de berekening van de verdeelsleutels. Ten behoeve van een juiste kostentoerekening gelden de voorgaande twee randnummers eveneens voor de kostentoerekening vanuit een ander niveau (bijvoorbeeld holding of zusterbedrijf). De kostentoerekening bevat vijf verschillende activiteiten: Productie en inkoop van thermische energie; Transport en distributie van thermische energie; Verkoop en klantcontact; Ontwikkeling nieuwe netten; Overig: werk voor derden en diversen. Activiteiten gerelateerd aan productie en inkoop van thermische energie definieert de ACM als volgt: Het in bezit hebben, beheren en/of exploiteren12Onder ‘beheren’ en exploiteren’ van een installatie vallen alle daaraan te relateren kosten (dit omvat regulier en incidenteel onderhoud, verzekeren, bemetering, aansturing, keuren, etc.); van een installatie waar thermische energie vrijkomt of thermische energie geconverteerd wordt (bijvoorbeeld warmtepompen, e-boilers, back-up ketels); Het in bezit hebben, beheren en/of exploiteren van een installatie waar thermische energie wordt opgeslagen, indien deze installatie onderdeel is van, of verbonden is aan een installatie bedoeld onder a) (bijvoorbeeld opslag in tanks, putten of hoge-temperatuur aquifers, warmtebatterij, e-boilers en WKO’s); Het inkopen van energievormen (bijvoorbeeld gas, elektriciteit, biomassa, afval) die bedoeld zijn als brandstof of input voor de installatie onder a) of die bedoeld zijn voor de werking van een net (bijvoorbeeld pompenergie); Het verkopen van andere energievormen dan thermische energie (bijvoorbeeld elektriciteit) die vrijkomt bij gebruik van de installatie onder a) of die bedoeld was als brandstof of input voor de installatie onder a), maar overtollig was; Het aangaan van een verplichting tot levering en/of afname van energie voor een moment in de toekomst, dan wel het innemen van een financiële positie jegens die verplichting (dit omvat alle vormen van energiehandel gericht op de productie van warmte, zoals genoemd onder c) en d)); Het afdekken van volumerisico’s en prijsrisico’s, door middel van financiële producten of anderszins, gericht op de verplichting genoemd onder e); Het aanvragen en ontvangen van subsidies of bijdragen van derden die gericht zijn op i) de productie van thermische energie, ii) de installaties bedoeld onder a) en b). of iii) het afdekken van risico’s die volgen uit activiteiten a) tot en met f); en Andere activiteiten die onlosmakelijk verbonden zijn aan de productie van thermische energie (bijvoorbeeld waterbehandeling). Activiteiten gerelateerd aan inkoop van thermische energie definieert de ACM als volgt: Het inkopen van thermische energie ten behoeve van levering van thermische energie aan afnemers; Het aangaan van een verplichting tot levering en/of afname van thermische energie voor een moment in de toekomst, dan wel het innemen van een financiële positie jegens die verplichting (dit omvat alle vormen van energiehandel gericht op de levering van warmte); en Het afdekken van volumerisico’s en prijsrisico’s, door middel van financiële producten of anderszins, gericht op de verplichting genoemd onder j). De volgende activacategorie valt onder de activiteit productie en inkoop van thermische energie: Warmtebron en opslag. Activiteiten gerelateerd aan transport en distributie van thermische energie definieert de ACM als volgt: Het in bezit hebben, beheren en/of exploiteren van een warmtenet dat bedoeld is om thermische energie van de productie-installatie(s) naar afnemers te transporteren/distribueren. Het aanvragen en ontvangen van subsidies of bijdragen van derden die gericht zijn op de assets bedoeld onder a); Het in bezit hebben, beheren en/of exploiteren van installaties bedoeld om thermische energie over te dragen van het warmtenet naar het inpandige leidingstelsel van de afnemer (afleversets/afleverstations); en Andere activiteiten die onlosmakelijk verbonden zijn aan de transport/distributie van thermische energie. De volgende activacategorieën vallen onder de activiteit transport en distributie van thermische energie: Warmtenet; Aansluiting; Inpandig leidingstelsel; en Afleverset/afleverstation. Afleversets kunnen een warmtemeter bevatten. Voor deze RAR is het aanvaardbaar om een dergelijke warmtemeter niet separaat toe te rekenen. Sommige warmtenetten kennen een onderscheid tussen transport en distributie, door hydraulische scheiding is vaak sprake van verschillende druk- en/of temperatuurniveau’s. De kostentoerekening hanteert een cascademodel indien: sprake is van afname van thermische energie op verschillende ‘niveau’s’ in het warmtenet; en de warmteleverancier de bijbehorende aansluitcapaciteit ook kan onderscheiden; en de warmteleverancier de bijbehorende kosten kan onderscheiden. Grotere warmtenetten kunnen de volgende indeling in netvlakken hebben: Transportleiding13deze definitie van transportleiding wijkt af van de Wcw, waar met warmtetransportnet een afzonderlijke aangewezen warmtetransportbeheerder is bedoeld.. In een configuratie waar de warmtebron veraf staat van het warmtevraaggebied wordt middels het transportnet warmte van de bron naar een warmteoverdrachtsstation (WOS) gebracht. Veel van de huidige warmtenetten hebben geen transportnet en een WOS. Primair distributienet. Het primaire distributienet (ook hoofdleiding) betreft het warmtenet vanaf de warmtebron (of warmteoverdrachtsstations, indien aanwezig) naar de onderstations (OS) toe. Warmteoverdrachtstations (indien aanwezig) worden gezien als deel van het primaire distributienet; Onderstations worden ook wel regelstations genoemd, in het geval dat het onderstation inpandig is (bij een grote utiliteit), heet dit ook wel een afleverstation. Secundair distributienet. In het secundaire net wordt warmte gedistribueerd vanaf het onderstation (OS) naar de afnemers. Tussen het secundaire net en de afleverset(s) in het gebouw liggen, net als bij het primaire net, aansluitleidingen. Aansluitleidingen naar onderstations (indien apart geadministreerd) en onderstations worden gezien als deel van het secundaire net; Als het warmtenet geen onderstations heeft, wordt het gezien als een secundair distributienet. Voor grootverbruikers kan in sommige gevallen worden vastgesteld dat zij thermische energie afnemen op een ‘hoger’ niveau in het warmtenet, waardoor zij geen kosten veroorzaken lager in het net. Vergelijkbaar met hoe dit wordt toegepast bij elektriciteit dienen we daarvoor netvlakken te definiëren. Netvlakken krijgen een rangorde van hoog (transportnet) naar laag (secundair distributienet). Wanneer een warmtenet bijvoorbeeld drie netvlakken heeft (A, B en C, van hoog naar laag), geldt dat een afnemer op netvlak B uitsluitend kosten veroorzaakt van netvlak A en B, terwijl een afnemer op netvlak C voor het gehele net (A+B+C) kosten veroorzaakt. Het kostentoerekeningsmodel bevat de aanname dat (uit de administratie van een warmteleverancier identificeerbare) BAK betaald is door afnemers voor de aansluiting van de binneninstallatie/inpandig leidingstelsel op het distributienet. Daarmee zijn deze bijdragen direct toe te rekenen aan de distributie. Activiteiten gerelateerd aan verkoop en klantcontact definieert de ACM als volgt: Het afsluiten van leveringsovereenkomsten met gereguleerde en ongereguleerde afnemers; Het bemeteren van gereguleerde en ongereguleerde afnemers; Het opmaken en versturen van facturen aan gereguleerde en ongereguleerde afnemers; Incassoactiviteiten of afboekingen met betrekking tot dubieuze debiteuren; Het beheren van aanspreekpunten waar klanten contact op kunnen nemen met de warmteleverancier; Het afhandelen van gemelde klachten of storingen, niet zijnde werkzaamheden met betrekking tot installaties die vallen onder distributie; Communicatie richting afnemers over relevante ontwikkelingen, zoals geplande werkzaamheden storingscompensatie, of vaststellen van tarieven; en Het verkrijgen, vervaardigen en beheren van software, primair bedoeld ter ondersteuning van de activiteiten genoemd in a) tot en met g). Hieronder valt ook software waarmee afnemers inzicht kunnen krijgen in hun situatie, bijvoorbeeld een klantenportaal. De volgende activacategorie valt onder de activiteit verkoop en klantcontact: Warmtemeter. Een desinvestering als gevolg van de beëindiging van de ontwikkeling van een nieuw net valt niet onder verkoop en klantcontact. Niet alle operationele kosten die niet direct samenhangen met productie en inkoop of transport en distributie zijn onderdeel van verkoop en klantcontact. Zie paragraaf 5.2.6. voor verdere uitleg. Hieronder vallen activiteiten die een warmteleverancier verricht om nieuwe warmtenetten te realiseren: De aanleg van installaties behorende bij het te realiseren warmtenet; Het verkrijgen van subsidies of bijdragen bedoeld om eenmalige kosten in de ontwikkelingsfase af te dekken; Het verkrijgen van subsidies of bijdragen bedoeld om investeringen in het te realiseren warmtenet af te dekken; Het verrichten van administratieve handelingen, zoals het opmaken en goedkeuren van een businesscase, voor het nieuwe net; Het voeren van onderhandelingen met gemeenten, projectontwikkelaars, leveranciers/eigenaren van potentiële bronnen en potentiële afnemers aangaande overeenkomsten met betrekking tot het te realiseren warmtenet; Desinvesteringen die ontstaan als gevolg van de beëindiging van de ontwikkeling van een nieuw net; en Het verkrijgen van subsidies of bijdragen bedoeld om de kosten van desinvesteringen, zoals genoemd onder f), te dekken. Uitbreidingen van bestaande netten vallen niet onder ontwikkeling nieuwe netten. Kosten die de warmteleverancier later zal activeren vallen niet onder ontwikkeling nieuwe netten. Met Werk voor derden en diversen bedoelt de ACM activiteiten die een warmteleverancier verricht, maar los staan van de activiteiten zoals gedefinieerd in paragrafen 5.2.1 tot en met 5.2.4, zoals: Dienstverlening aan een andere warmteleverancier; Deelnemingen in vennootschappen die geen activiteiten verrichten zoals gedefinieerd in paragrafen 5.2.1 tot en met 5.2.4. Een activiteit valt alleen onder werk voor derden en diversen als zowel de kosten als de opbrengsten die ermee verband houden direct identificeerbaar zijn. Als de kosten van overige werkzaamheden onlosmakelijk verbonden zijn met een van de activiteiten gedefinieerd onder paragrafen 5.2.1 tot en met 5.2.4, dan behoren zowel de kosten als de opbrengsten uit deze werkzaamheden tot die activiteit. Een activiteit valt niet onder werk voor derden en diversen als deze wel ten dienste is van de activiteiten gedefinieerd onder paragrafen 5.2.1 tot en met 5.2.4, maar niet direct toerekenbaar is aan een van deze activiteiten. Deze ondersteunende activiteiten zijn indirecte posten, zoals bedoeld in paragraaf 5.2.6. Warmtebedrijven moeten zoveel als mogelijk hun kosten direct toerekenen aan één van de vijf activiteiten zoals gedefinieerd in paragrafen 5.2.1 tot en met 5.2.5. Dat betekent dus ook dat personeel op basis van de door hen uitgevoerde werkzaamheden ingedeeld moet worden naar één van de vijf activiteiten, zo nodig (bijvoorbeeld bij ontbreken urenregistratie) op basis van een onderbouwde schatting door het betreffende personeel of de leidinggevenden. Voor een relatief klein deel van de kosten zal een toerekening naar één van de vijf activiteiten onhaalbaar zijn, zoals: ondersteunende functies (PIOFACH14Ondersteunend personeel (bv. HRM/bedrijfsvoering), Informatievoorziening, Organisatie, Financiën, Administratieve organisatie, Communicatie, Huisvesting en facilitaire zaken.-functies, waaronder huur kantoorpand en accountantskosten); directie, bestuur en commissarissen. Toerekening indirecte kosten aan gereguleerd/ongereguleerd per activiteit Alle kosten, activawaarde en opbrengsten die niet direct onder één van de vijf activiteiten vallen dienen toegerekend te worden aan de vijf activiteiten. De verdeelsleutel hiervoor is de ratio van directe kosten per activiteit. Deze vormt namelijk een indicatie van de inzet van middelen naar activiteiten. Directe kosten zijn direct toegerekende kosten per activiteit (OPEX en afschrijvingen), exclusief inkoopkosten voor energieproducten. Alle activa/passiva en operationele kosten/opbrengsten met betrekking tot productie en inkoop van thermische energie, die niet direct toegerekend kunnen worden aan gereguleerd of ongereguleerd, dienen verdeeld te worden op basis van de ratio van afzet. In afwijking van het voorgaande randnummer, mag de warmteleverancier bij warmtenetten met een duidelijke scheiding tussen basislast- en pieklastproductie én waarbij sprake is van non-firm contracten als volgt toerekenen tussen gereguleerd en ongereguleerd: Alle activa/passiva en operationele kosten/opbrengsten met betrekking tot productie en inkoop van thermische energie voor basislastproductie, die niet direct toegerekend kunnen worden aan gereguleerd of ongereguleerd, dienen verdeeld te worden op basis van de ratio van de totale afzet van alle afnemers; Alle activa/passiva en operationele kosten/opbrengsten met betrekking tot productie en inkoop van thermische energie voor pieklast, die niet direct toegerekend kunnen worden aan gereguleerd of ongereguleerd, dienen verdeeld te worden op basis van de ratio van de totale afzet van alle afnemers met firm contracten (dus exclusief afzet aan afnemers met non-firm contracten). Alle activa/passiva en operationele kosten/opbrengsten, die niet direct toegerekend kunnen worden, met betrekking tot transport/distributie voor een bepaald netvlak dienen verdeeld te worden op basis van de ratio van benodigde netcapaciteit. De benodigde netcapaciteit voor alle kleinverbruikers met ieder een individuele aansluiting van maximaal 100 kilowatt is het aantal individuele aansluitingen van ieder maximaal 100 kilowatt keer 5 kilowatt. Voor grootverbruikers (waaronder verhuurders en VvE’s) met een individueel en contractueel afgesproken aansluitcapaciteit berekenen warmtebedrijven de benodigde netcapaciteit als volgt: De ACM gaat uit van een gelijktijdigheid van gebruik van gemiddeld 0,65 voor alle grootverbruikers15Warmtenetten in VESTA Mais, CE Delft, november 2022, p. 45; De benodigde netcapaciteit voor grootverbruikers is dus hun totale aansluitcapaciteit keer 0,65. De ratio van de benodigde capaciteit per netvlak wordt dan als volgt berekend: Voor elk netvlak nemen we de som van de totaal benodigde netcapaciteit per groep op het betreffende netvlak en alle onderliggende netvlakken. Op deze manier worden de kosten van lagere netvlakken niet doorberekend aan afnemers die op een hoger netvlak zijn aangesloten; De ACM gaat uit van dezelfde capaciteitsvraag en gelijktijdigheid voor alle netvlakken omdat deze relatief constant zijn, al vanaf een zeer klein aantal afnemers. Warmteleveranciers berekenen de benodigde netcapaciteit als gemiddelde van de waarden, berekend conform de drie voorgaande randnummers, aan het begin en het einde van het boekjaar. De ACM onderscheidt bij de toerekening van de BAK de eenmalige aansluitbijdrage (EAB) en kostendekkingsbijdrage (KDB). De EAB dient direct toegerekend te worden aan gereguleerd. De KDB dient direct toegerekend te worden aan gereguleerd indien deze is overeengekomen met een individuele kleinverbruiker, verhuurder of VvE met doorlevering. De KDB dient direct toegerekend te worden aan ongereguleerd indien deze is overeengekomen met een ongereguleerde grootverbruiker. De KDB die een projectontwikkelaar betaalt voor een project met uitsluitend gereguleerde of ongereguleerde afnemers dient ook direct te worden toegerekend. Indien de KDB niet is betaald door een projectontwikkelaar en als de warmteleverancier geen informatie beschikbaar heeft over wie de (resterende, niet direct toegekende) BAK heeft betaald, dan dient deze te worden toegerekend op basis van het aantal aansluitingen. Indien de KDB is betaald door een projectontwikkelaar, dan kan de KDB toegerekend worden op basis van de ratio van de benodigde netcapaciteit. Voorwaarden hiervoor zijn dat: de projectontwikkelaar een opdracht heeft gegeven om een project voor zowel gereguleerde en ongereguleerde aansluitingen te realiseren; de warmteleverancier kan identificeren welke aansluitingen zijn gerealiseerd als onderdeel van het project waarvoor deze KDB is overeengekomen. Toerekening op basis van benodigde netcapaciteit van KDB die aan deze voorwaarden voldoet gebeurt op basis van de benodigde netcapaciteit van afnemers wiens aansluitingen behoren tot het project waarvoor deze KDB is overeengekomen. Benodigde netcapaciteit van een afnemer wordt berekend conform de voorschriften als vermeld in paragraaf 5.3.2.1. Alle activa/passiva en kosten/opbrengsten, die niet direct toegerekend kunnen worden, met betrekking tot verkoop en klantcontact dienen verdeeld te worden op basis van de ratio van het gemiddelde aantal (warmte) aansluitingen in dit jaar, met een correctiefactor voor grootverbruikers. De warmteleverancier levert een onderbouwde schatting aan voor hoe groot deze correctiefactor is. De ACM beoordeelt deze onderbouwing. Indien de warmteleverancier geen onderbouwde schatting aanlevert, of deze onvoldoende motiveert, dan gaat de ACM uit van een correctiefactor van 3. Indirecte kosten en opbrengsten dienen verdeeld te worden op basis van de ratio van de gereguleerde en ongereguleerde kosten in de eerste drie activiteiten als vermeld in de paragrafen 5.2.1 tot en met 5.2.3 (‘productie en inkoop’; ‘transport en distributie’; en ‘verkoop en klantcontact’). Indien sprake is van een gevalideerde businesscase voor het te ontwikkelen gebied waaruit een beter onderbouwde schatting volgt, hanteert de warmteleverancier die businesscase met de verdeelsleutels die gelden voor de eerste drie activiteiten als vermeld in de paragrafen 5.2.1 tot en met 5.2.3 (‘productie en inkoop’, ‘transport en distributie’ en ‘verkoop en klantcontact’). Kosten als gevolg van desinvestering nieuwe netten hebben geen impact op gereguleerde rendementen omdat deze kosten onder het ondernemersrisico vallen. De ACM kan rendementsdata op netniveau opvragen. Bij een informatieverzoek op netniveau dienen indirecte kosten aan activiteiten toegerekend te worden voordat deze toegerekend worden aan netten. Alle activa/passiva en kosten/opbrengsten met betrekking tot productie en inkoop van thermische energie die niet direct toerekenbaar zijn aan een warmtenet dienen toegerekend te worden aan warmtenetten op basis van de ratio afzet. Alle activa/passiva en kosten/opbrengsten met betrekking tot transport en distributie van thermische energie die niet direct toerekenbaar zijn aan een warmtenet dienen toegerekend te worden aan warmtenetten op basis van de ratio benodigde netcapaciteit, berekend conform de methode als vermeld in paragraaf 5.3.2.1. Alle activa/passiva en kosten/opbrengsten met betrekking verkoop en klantcontact die niet direct toerekenbaar zijn aan een warmtenet dienen toegerekend te worden aan warmtenetten op basis van de ratio aansluitingen met een correctiefactor voor grootverbruikers als bedoeld in paragraaf 5.3.3. Activa/passiva en kosten/opbrengsten met betrekking tot ontwikkeling nieuwe netten en werk voor derden en diversen dienen in geen geval toegerekend te worden aan bestaande warmtenetten.

Rechtspraak bij dit artikel