Naar hoofdinhoud

Artikel 3

De procedure

Onderdeel van Beleidsregel duurzaam herstel 2026· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. Het Instituut deelt aan de aanvrager mee binnen welke termijn de aanvrager een besluit op de aanvraag voor een tegemoetkoming kan verwachten. 2. Het Instituut nodigt de aanvrager uit voor het verrichten van een schouw, zijnde een visuele inspectie van het vermeende gebrek aan de constructie. Na de schouw en indien noodzakelijk, laat het Instituut constructief onderzoek naar de constructie van het gebouw uitvoeren door een onafhankelijke deskundige. Het Instituut deelt aan de aanvrager mee op welke termijn het nader constructief onderzoek plaatsvindt. Indien het gebouw tevens is opgenomen in het programma van aanpak, bedoeld in artikel 13g, eerste lid, van de wet, kunnen de schouw en het constructief onderzoek worden uitgevoerd in het kader van de beoordeling, bedoeld in artikel 13i, eerste lid, van de wet. 3. Het Instituut neemt op basis van de uitkomsten van de schouw of het nader constructief onderzoek een besluit over het al dan niet toekennen van een tegemoetkoming en, indien aan de orde, over de aard en omvang van de herstelmaatregel waarvoor de tegemoetkoming wordt toegekend. 4. Indien het Instituut op basis van de schouw of het constructief onderzoek voornemens is een tegemoetkoming toe te kennen, doet het Instituut een voorstel voor een tegemoetkoming en voor een herstelmaatregel met inachtneming van het bepaalde in deze beleidsregel en het technisch kader. Indien een of meer andere gebouwen constructief verbonden zijn met het gebouw waarvoor een voorstel voor tegemoetkoming wordt gedaan en herstel van het gebrek aan de constructie alleen mogelijk is als ook de constructie van dat andere gebouw of die andere gebouwen wordt hersteld, doet het Instituut het voorstel eveneens aan de eigenaren van dat andere gebouw of die andere gebouwen. Indien het technisch kader is gewijzigd na de mededeling, bedoeld in het eerste lid, kan het Instituut het eerder geldende technisch kader toepassen als dat leidt tot een meer passende herstelmaatregel, mits dit doelmatig is. 5. Een tegemoetkoming wordt geweigerd indien: niet wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 2; naar het oordeel van het Instituut geen proportionele herstelmaatregel mogelijk is; de aanvrager niet instemt met de door het Instituut voorgestelde herstelmaatregel; de kosten van de te treffen maatregelen in natura hoger zijn dan mogelijk is op grond van artikel 4, derde, vierde, vijfde of zesde lid, tenzij de aanvrager het verschil wenst te bekostigen en binnen de door het Instituut gestelde termijn overgaat tot bijbetaling; de eigenaar van het gebouw waarmee de woning constructief verbonden is, niet instemt met Duurzaam herstel; door keuzes van de aanvrager het niet mogelijk is binnen een redelijke termijn tot Duurzaam herstel over te gaan; of de in artikel 4, tweede lid, bedoelde kosten op andere wijze aan de aanvrager zijn of worden vergoed. 6. Indien het Instituut op basis van de schouw of het constructief onderzoek voornemens is geen tegemoetkoming toe te kennen, stelt het Instituut de eigenaar van het gebouw voorafgaand aan het nemen van een besluit in de gelegenheid binnen een door het Instituut te bepalen termijn een zienswijze te geven op dat voornemen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel