Alle zaken die met gebruikmaking van een feitcode zoals opgenomen in de Bijlage bij de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv), Bijlage I en II bij het Besluit OM-afdoening en de bij deze richtlijn behorende Bijlage OM-feiten (de Tekstenbundel) geautomatiseerd in de strafrechtketen worden verwerkt.
Het strafbeschikkings- en strafvorderingsbeleid van het OM inzake misdrijven en overtredingen (Bijlage I Besluit OM-afdoening en de bijlage OM-feiten met tarieven), omvattende de volgende afdoeningsvormen waarbij de zaak wordt afgedaan met een politiestrafbeschikking of OM-strafbeschikking.
de politiestrafbeschikking
Voor de feiten ondergebracht in Bijlage I van het Besluit OM-afdoening heeft de daartoe aangewezen opsporingsambtenaar strafbeschikkingsbevoegdheid. Deze zijn te herkennen aan een ‘p’ voor de feitcode. Bijvoorbeeld: p D 530, zich in kennelijke staat van dronkenschap op de openbare weg bevinden. Deze zaken worden door middel van een strafbeschikking op grond van artikel 257b Sv afgedaan. Meer informatie over de politiestrafbeschikking is te vinden in de Aanwijzing feitgecodeerde misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen.
de OM-strafbeschikking
De officier van justitie kan in zaken die binnen de scope van de OM-afdoening vallen op grond van artikel 257a Sv een strafbeschikking uitvaardigen. Deze OM-feiten1De Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en muldergedragingen geldt als bijlage bij deze Richtlijn. In deze Tekstenbundel zijn onder andere de OM-feitenen tarieven opgenomen. zijn te herkennen aan de asterisk ‘*’ voor de feitcode. In het geval dat bij een feit geen bedrag wordt vermeld is mogelijk een specifieke richtlijn voor strafvordering van toepassing of is sprake van een bijzonder strafbaar feit waarvoor een afzonderlijke beoordeling door het OM per geval dient plaats te vinden.
Indien in deze richtlijn bij een recidiveregeling in de tabel een bepaalde gradatie van een feit ‘OM-strafbeschikking of eis ter zitting’ wordt genoemd, geldt als uitgangspunt dat een strafbeschikking wordt uitgevaardigd. Dagvaarden dient uitsluitend in die gevallen plaats te vinden waarin gelet op de voorgenomen eis het opleggen van een strafbeschikking niet mogelijk is.2Bijvoorbeeld in geval van een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen (OBM) van meer dan 6 maanden (artikel 257c Sv). Dagvaarden is ook aan de orde in die gevallen waarin sprake is van één of meer in de bijlage bij de Aanwijzing OM-strafbeschikking gestelde contra-indicaties. Bij dagvaarden vormt steeds de in deze of andere strafvorderingsrichtlijn(en) genoemde sanctie het uitgangspunt voor de eis ter zitting.
Artikel 2
Achtergrond
Onderdeel van Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026