**1.** Het is verboden zonder aanwijzing van een warmtebedrijf warmte te transporteren en te leveren of zonder aanwijzing van een warmtetransportbeheerder warmte te transporteren met uitzondering van:
het transport en de levering van warmte geheel of grotendeels ten behoeve van industriële processen of productieprocessen;
het transport van warmte door middel van leidingen, bijbehorende installaties en overige hulpmiddelen die zijn gelegen in een gebouw of werk van een producent of een producent van restwarmte of op het perceel waarop de productie-installatie is gelegen, tenzij op het perceel, in het gebouw of werk tevens warmte wordt geleverd op een leveringsaansluiting;
het transport en de levering van warmte door een warmtebedrijf door middel van één collectief warmtesysteem aan ten hoogste 10 kleinverbruikers gezamenlijk;
het transport en de levering van warmte aan ten hoogste 20 natuurlijke personen of rechtspersonen met elk een individuele leveringsaansluiting van maximaal 100 kilowatt die gezamenlijk warmte afnemen van hun verhuurder of de vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm waarbij deze personen zijn aangesloten;
het transport en de doorlevering van warmte door een verhuurder aan zijn huurder;
het transport en de doorlevering van warmte door een vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm aan haar leden.
**2.** De artikelen 2.37 en 2.41 tot en met 2.43 zijn van overeenkomstige toepassing op:
het transport en de levering van warmte aan de kleinverbruikers, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, en de natuurlijke en rechtspersonen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d;
het transport en de doorlevering van warmte aan de huurder, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, en de leden van een vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f.
**3.** Indien een onderneming grotendeels warmte transporteert en levert ten behoeve van industriële processen of productieprocessen en tevens aan een warmtebedrijf, sluiten het warmtebedrijf en de onderneming een transportovereenkomst waarin is vastgelegd dat de onderneming zodanig handelt dat het warmtebedrijf de taken, bedoeld in artikel 2.13 of artikel 3.7, op een doelmatige wijze kan uitvoeren en kan voldoen aan de verplichtingen die op het warmtebedrijf op grond van deze wet rusten.
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over:
wanneer er sprake is van transport en levering van warmte grotendeels ten behoeve van industriële processen of productieprocessen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a;
de overeenkomst, bedoeld in het derde lid;
wanneer er sprake is van transport en doorlevering van warmte door een verhuurder aan zijn huurder als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, en transport en doorlevering van warmte door een vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm aan haar leden als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.2
verbod op transport of levering van warmte
Onderdeel van Wet collectieve warmte· Ondernemingspraktijk