Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › § 2.1

Artikel 2.1

vaststelling warmtekavel

Onderdeel van Wet collectieve warmte· Ondernemingspraktijk

1. Het college kan een warmtekavel vaststellen waarvan: de omvang zodanig is dat een warmtebedrijf binnen de warmtekavel een collectieve warmtevoorziening op een doelmatige wijze kan aanleggen en exploiteren; de omvang zodanig is dat de leveringszekerheid binnen de warmtekavel naar verwachting voldoende kan worden verzekerd; de omvang zodanig is dat dit leidt tot een efficiënte warmtetransitie in een gemeente of meerdere gemeenten. 2. Het college betrekt bij het vaststellen van een warmtekavel in voorkomend geval: de beschikbaarheid en inzet van een warmtebron of een potentiële warmtebron in een nabij gelegen gemeente; de voornemens in een nabij gelegen gemeente te kiezen voor de levering van warmte aan verbruikers door een collectieve warmtevoorziening; de ontwikkeling van warmtegemeenschappen in het gebied van de vast te stellen warmtekavel. 3. Indien een warmtekavel betrekking heeft op het grondgebied van meerdere gemeenten of in een warmtekavel zich een warmtebron bevindt die meerdere gemeenten van warmte kan voorzien, zendt het college het ontwerp van de vaststelling van een warmtekavel aan gedeputeerde staten van de provincie of provincies op wiens grondgebied de warmtekavel ligt. 4. Gedeputeerde staten, bedoeld in het derde lid, kunnen binnen acht weken hun zienswijze over het ontwerp van de vaststelling van een warmtekavel kenbaar maken indien zij van oordeel zijn dat niet voldaan is aan het eerste of tweede lid. Het college stelt de warmtekavel vast en verantwoordt daarbij op welke wijze de zienswijze van gedeputeerde staten al dan niet heeft geleid tot aanpassing van de warmtekavel. 5. Van de vaststelling van de warmtekavel doet het college mededeling in de Staatscourant en op een andere geschikte wijze. Het college zendt de vaststelling van de warmtekavel toe aan gedeputeerde staten van de provincie op wiens grondgebied de warmtekavel ligt. 6. Het college kan een warmtekavel wijzigen. Het eerste tot en met vijfde lid en achtste lid, zijn van overeenkomstige toepassing. 7. Indien het college een warmtekavel van een aangewezen warmtebedrijf wijzigt, wijzigt het college de aanwijzing van dit warmtebedrijf met in achtneming van artikel 2.8. 8. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over: de gronden, bedoeld in het eerste en tweede lid; de mededeling, bedoeld in het vijfde lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel