Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 10 › § 10.2

Artikel 10.4

bestuurlijke boete

Onderdeel van Wet collectieve warmte· Ondernemingspraktijk

1. De Autoriteit Consument en Markt kan in geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 1.2, derde en vierde lid, 2.3, 2.13, eerste tot en met derde lid, en achtste lid, 2.14, eerste, tweede en vierde lid, 2.15, eerste, tweede, vierde en zesde lid, 2.16, tweede en elfde lid, 2.17, eerste, tweede, zesde tot en met elfde lid, 2.18, eerste, vijfde en zesde lid, 2.19, 2.20, eerste en derde lid, 2.23, 2.24, eerste en derde lid, 2.25, eerste, tweede en vijfde lid, 2.26, eerste, derde en vierde lid, 2.27, eerste lid, 2.29, eerste lid, 2.30, 2.31, 2.32, 2.34, eerste lid, 2.36 tot en met 2.44, 2.46, 2.47, 3.7, eerste, tweede, derde en zesde lid, 3.8, 3.9, eerste tot en met derde lid, vijfde en zevende lid, 3.9, eerste, tweede, vijfde en zesde lid, 4.6, 5.6, eerste lid, onderdelen b tot en met i, derde lid, 5.7, eerste, tweede en vierde lid, 5.8, eerste, tweede, vierde en zesde lid, 5.9, eerste, tweede, zesde tot en met tiende lid, 5.10, eerste, tweede, derde, zesde tot en met achtste lid, 5.11, 5.12, eerste en vierde lid, 5.13, eerste en derde lid, 5.14, eerste lid, 5.15, eerste, tweede en vierde lid, 5.16, eerste, derde en vijfde lid, 5.17, 5.18, 6.1, 6.2, eerste tot en met vierde lid, zesde lid, 6.7, 6.10, eerste, tweede, vijfde en zesde lid, 6.12, 6.13, 6.15, eerste lid, 7.1, eerste tot en met vierde lid, zevende lid, 7.8, eerste, tweede, zesde, tiende en elfde lid, 7.10, tweede en derde lid, 7.12, eerste lid, 7.13, eerste en tweede lid, 7.18, derde tot en met vijfde lid, 7.22, eerste tot en met vierde lid, achtste lid, 7.31, derde tot en met vijfde lid, 7.34, eerste en tweede lid, 7.36, 7.38, eerste, tweede en vijfde lid, 7.40, tweede en derde lid, 7.41, 10.5, derde lid, 10.6, vijfde lid, 10.7, vierde lid, 10.8, tweede lid, 13.5, tweede, derde en vijfde lid, en 13.9, eerste lid, vijfde lid, onderdeel a, zesde lid, onderdeel a, en 13.10, tweede tot en met vierde lid, de overtreder een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, of, indien dat meer is, van ten hoogste 1% van de omzet van de overtreder. 2. De Autoriteit Consument en Markt kan in geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.21, eerste lid, de overtreder een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, of, indien dat meer is, van ten hoogste 10% van de omzet van de overtreder. 3. Het tweede lid is van toepassing op de eerste overschrijding van een bij of krachtens artikel 2.21, eerste lid, bepaalde norm en niet op een overschrijding van deze norm gedurende vijf jaren na deze eerste overschrijding, tenzij de overtreder inmiddels weer voldoet aan de normen, bedoeld in artikel 2.21, eerste lid, en er opnieuw een overtreding plaatsvindt. 4. Het college kan in geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.16, eerste en zesde lid, 2.45, 3.2, negende lid, 3.12, 9.1, derde lid, onderdeel b, en 13.8, eerste lid, de overtreder een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, of, indien dat meer is, van ten hoogste 1% van de omzet van de overtreder. 5. Het college kan in geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens artikel 1.2, eerste lid, de overtreder een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, of, indien dat meer is, van ten hoogste 10% van de omzet van de overtreder. 6. Onze Minister kan in geval van overtreding van artikel 6.14, eerste en vierde lid, de overtreder een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, of, indien dat meer is, van ten hoogste 1% van de omzet van de overtreder. 7. De bestuurlijke boete die ingevolge het eerste, tweede, vierde tot en met zesde lid, ten hoogste kan worden opgelegd wordt verhoogd met 100%, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van het van de overtreding opgemaakte rapport, bedoeld in artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een aan die overtreder voor een eerdere overtreding van eenzelfde of een soortgelijk wettelijk voorschrift opgelegde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel