Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 13 › § 13.2 › § 13.2.1

Artikel 13.4

voorschriften en beperkingen aanwijzing

Onderdeel van Wet collectieve warmte· Ondernemingspraktijk

1. De voorwaarden die aan een overeenkomst als bedoeld in artikel 13.2, eerste lid, zijn verbonden, gaan gelden als aan de aanwijzing verbonden beperkingen en voorschriften, voor zover deze voorwaarden niet in strijd zijn met het bepaalde bij of krachtens deze wet met uitzondering van de in artikel 2.5, eerste lid, en 2.7, eerste lid, genoemde duur van de aanwijzing. Het college stelt bij het besluit, bedoeld in artikel 13.2, eerste lid, de beperkingen en voorschriften vast. 2. De duur van aanwijzing als bedoeld in artikel 13.2, eerste tot en met vijfde lid, wordt als volgt berekend: allereerst wordt de datum bepaald van de minst recente aansluitovereenkomst, bedoeld in artikel 13.2, zesde lid, van de laatste 10% van de leveringsaansluitingen of voorziene leveringsaansluitingen waarvoor door het aangewezen warmtebedrijf voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel een aansluitovereenkomst is gesloten in het desbetreffende warmtekavel; vervolgens wordt het verschil berekend tussen de datum van inwerkingtreding van dit artikel en de datum berekend op grond van onderdeel a; de duur van de aanwijzing, bedoeld in de aanhef, bedraagt 30 jaar verminderd met de duur berekend op grond van onderdeel b met een minimum van 14 jaar. 3. Indien aan een aanwijzing als bedoeld in artikel 13.2, eerste tot en met vijfde lid, geheel of gedeeltelijk een overeenkomst als bedoeld in artikel 13.2, eerste lid, ten grondslag ligt, is in afwijking van het tweede lid de duur van de aanwijzing: de resterende duur van de overeenkomst indien de overeenkomst voor bepaalde tijd is aangegaan met een minimum van 14 jaar waarbij geldt dat indien deze duur meer dan 30 jaar is de aanwijzing voor 30 jaar wordt verleend; 30 jaar indien de overeenkomst voor onbepaalde tijd is aangegaan; 30 jaar verminderd met de duur dat in het gebied reeds warmte is geleverd met een minimum van 14 jaar indien een bepaling ten aanzien van de duur in de overeenkomst ontbreekt. 4. Het derde lid is alleen van toepassing indien de op grond van het derde lid, berekende duur van de aanwijzing langer is dan de duur van de aanwijzing berekend op grond van het tweede lid. 5. Indien aan een aanwijzing als bedoeld in het tweede lid meerdere overeenkomsten als bedoeld in artikel 13.2, eerste lid, ten grondslag liggen, wordt bij de toepassing van het derde lid uitgegaan van de overeenkomst met de langstlopende duur. 6. Indien een leveringsaansluiting of een voorziene leveringsaansluiting als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, een centrale leveringsaansluiting is dan wordt elke zelfstandige woning als bedoeld in artikel 234 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, die warmte geleverd krijgt door middel van die centrale leveringsaansluiting, aangemerkt als één leveringsaansluiting. 7. Op de berekening van de duur van de aanwijzing, bedoeld in artikel 13.3, eerste lid, is het tweede tot en met zesde lid en achtste lid, van overeenkomstige toepassing. 8. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van het tweede lid en zevende lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel