Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › § 2.5 › § 2.5.2

Artikel 2.17

investeringsplan

Onderdeel van Wet collectieve warmte· Ondernemingspraktijk

1. Een aangewezen warmtebedrijf stelt periodiek binnen een bij ministeriële regeling te bepalen termijn een investeringsplan op voor een warmtekavel waarvoor het een aanwijzing heeft verkregen. 2. Een investeringsplan bevat: een beschrijving en onderbouwing van de voorgenomen investeringen in de aanleg, uitbreiding of vervanging van de collectieve warmtevoorziening in het betreffende warmtekavel die het aangewezen warmtebedrijf noodzakelijk acht voor de uitvoering van zijn taken, bedoeld in artikel 2.13; een beschrijving van de wijze waarop de voorgenomen investeringen passen binnen een lange termijnvisie op de collectieve warmtevoorziening in het betreffende warmtekavel; een beschrijving van de gevolgen van de in dit plan opgenomen investeringen voor het bereiken van de bij of krachtens artikel 2.21, eerste lid, bepaalde normen; een beschrijving van de wijze waarop de leveringszekerheid zal worden verzekerd. 3. Een aangewezen warmtebedrijf legt een ontwerp-investeringsplan voor aan de Autoriteit Consument en Markt en aan het college dat het warmtebedrijf de aanwijzing heeft verleend. Het college kan een zienswijze ten aanzien van het ontwerp-investeringsplan indienen bij de Autoriteit Consument en Markt. 4. De Autoriteit Consument en Markt toetst of: de in het ontwerp-investeringsplan opgenomen investeringen noodzakelijk zijn voor het aangewezen warmtebedrijf om de taken, bedoeld in artikel 2.13, op doelmatige wijze uit te voeren; het aangewezen warmtebedrijf ook anderszins in redelijkheid tot het ontwerp-investeringsplan heeft kunnen komen. 5. De Autoriteit Consument en Markt betrekt de zienswijze van het college, bedoeld in het derde lid, bij de toets op grond van het vierde lid en verantwoordt daarbij op welke wijze de zienswijze betrokken is bij die toets. 6. Een aangewezen warmtebedrijf stelt het investeringsplan vast en verantwoordt daarbij op welke wijze de resultaten van de toets van de Autoriteit Consument en Markt op grond van het vierde lid en de zienswijze van het college al dan niet hebben geleid tot wijziging van het investeringsplan. 7. Een aangewezen warmtebedrijf voert de in het investeringsplan opgenomen investeringen uit. 8. Een aangewezen warmtebedrijf zendt een wijziging van het investeringsplan aan de Autoriteit Consument en Markt en het college dat het warmtebedrijf heeft aangewezen. Het derde tot en met zevende lid en negende tot en met elfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een significante wijziging van de investeringen, bedoeld in het tweede lid. 9. Een aangewezen warmtebedrijf gaat na of het investeringsplan leidt tot een wijziging van het uitgewerkt kavelplan. 10. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over: de frequentie waarmee een investeringsplan wordt opgesteld; de procedure voor totstandkoming van een investeringsplan; de termijn waarbinnen de Autoriteit Consument en Markt het ontwerp-investeringsplan toetst. 11. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over: de inhoud en het aggregatieniveau van een investeringsplan; een wijziging van het investeringsplan; de wijze waarop de noodzakelijkheid van de investeringen wordt aangetoond.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel