**1.** Een aangewezen warmtebedrijf zendt op verzoek van het college een uitgewerkt kavelplan of wijziging van een uitgewerkt kavelplan aan het college dat betrekking heeft op de warmtekavel of een deel daarvan.
**2.** Het uitgewerkt kavelplan bevat:
een beschrijving op welke wijze de leveringszekerheid zal worden verzekerd;
een beschrijving op welke wijze de bij of krachtens artikel 2.21, eerste lid, bepaalde normen bereikt zullen worden;
de warmtebehoefte van gebouwen in het gebied, bedoeld in het eerste lid, en de kenmerken van de binneninstallatie waaraan moet zijn voldaan om de verblijfsruimte te kunnen verwarmen tot een binnentemperatuur van minimaal 20 graden Celsius, uitgaande van een buitentemperatuur die niet lager is dan -10 graden Celsius;
de kenmerken van de binneninstallatie waaraan moet zijn voldaan om tapwater te kunnen leveren op een temperatuur of te kunnen verwarmen tot een temperatuur die voldoet aan een bij ministeriële regeling vastgestelde norm;
de wijze waarop toekomstige verbruikers betrokken worden bij de aanleg, ontwikkeling en exploitatie van de collectieve warmtevoorziening;
een voorstel voor een netontwerp, waaronder:
de minimum- en maximumtemperatuur van de te leveren warmte, rekening houdend met de eisen op grond van de onderdelen c en d;
de levering van tapwater of warmte ten behoeve van ruimteverwarming;
de in te zetten warmtebronnen en potentiële warmtebronnen voor de korte en lange termijn;
een indicatie van het tracé;
een beschrijving van de wijze waarop warmteverliezen, zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, voorkomen worden;
een voorstel voor de planning en fasering van de aanleg van de collectieve warmtevoorziening;
een indicatie van de kosten van de aanleg, ontwikkeling en exploitatie van de collectieve warmtevoorziening;
een indicatie van de tarieven van de te leveren goederen en diensten in verband met de levering van warmte aan verbruikers;
de voorwaarden van de te leveren goederen en diensten in verband met de levering van warmte aan verbruikers;
het type afleverset voor warmte dat geplaatst wordt.
**3.** Het uitgewerkt kavelplan of wijziging van het uitgewerkt kavelplan behoeft instemming van het college.
**4.** Het college kan instemming aan het uitgewerkt kavelplan of wijziging van het uitgewerkt kavelplan onthouden met dien verstande dat het college:
uitsluitend instemming kan onthouden gelet op het tweede lid, onderdeel f, onder 3°, indien het uitgewerkt kavelplan afwijkt van het globaal kavelplan en de afwijking van het globaal kavelplan onvoldoende gemotiveerd is;
geen instemming kan onthouden indien een wijziging van een uitgewerkt kavelplan het gevolg is van een opdracht van de Autoriteit Consument en Markt op grond van artikel 2.14, derde lid, 2.15, derde lid, 2.18, derde lid, of een bindende gedragslijn als bedoeld in artikel 10.2, eerste lid;
instemming onthoudt indien het uitgewerkt kavelplan tot gevolg heeft dat het aangewezen warmtebedrijf geen redelijk rendement als bedoeld in artikel 7.2, tweede lid, onderdeel b, of een voor het aangewezen warmtebedrijf ander acceptabel rendement kan behalen voor zover dit acceptabel rendement lager is dan het redelijk rendement.
**5.** Het college kan het aangewezen warmtebedrijf naar aanleiding van een door het aangewezen warmtebedrijf opgesteld uitgewerkt kavelplan of wijziging van een uitgewerkt kavelplan als bedoeld in het eerste lid, het aangewezen warmtebedrijf opdragen het uitgewerkt kavelplan te wijzigen.
**6.** Het aangewezen warmtebedrijf volgt de opdracht op grond van het vijfde lid op.
**7.** Het aangewezen warmtebedrijf voert de taken, bedoeld in artikel 2.13, en verplichtingen in dit hoofdstuk overeenkomstig het uitgewerkt kavelplan uit.
**8.** Het aangewezen warmtebedrijf kan uitsluitend afwijken van een uitgewerkt kavelplan indien het een wijziging van het uitgewerkt kavelplan heeft opgesteld waarmee het college heeft ingestemd. Het derde tot en met zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing op deze wijziging van het uitgewerkt kavelplan.
**9.** Het college kan voorschriften en beperkingen aan een instemming verbinden.
**10.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de termijn waarbinnen het college een besluit op grond van het derde lid neemt.
**11.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de inhoud van een uitgewerkt kavelplan.
Hoofdstuk 2 › § 2.5 › § 2.5.2
Artikel 2.16
uitgewerkt kavelplan
Onderdeel van Wet collectieve warmte· Ondernemingspraktijk