Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › § 2.5 › § 2.5.5

Artikel 2.21

normen uitstoot broeikasgassen

Onderdeel van Wet collectieve warmte· Ondernemingspraktijk

1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven over: de gemiddelde toegestane uitstoot van broeikasgassen die jaarlijks ten gevolge van de levering van warmte aan verbruikers door een aangewezen warmtebedrijf in een warmtekavel is toegestaan, waarbij een onderscheid kan worden gemaakt tussen een op het moment van inwerkingtreding van dit artikel bestaande dan wel een nog aan te leggen of uit te breiden collectieve warmtevoorziening; de wijze waarop de uitstoot van broeikasgassen wordt berekend en vastgesteld; het moment van aanvang van het vaststellen van de gemiddelde toegestane uitstoot van broeikasgassen, bedoeld in onderdeel a. 2. De bij of krachtens het eerste lid jaarlijks vastgestelde normen voor de gemiddelde toegestane uitstoot van broeikasgassen bestaan uit een exact getal, waarbij de uitstoot van broeikasgassen wordt uitgedrukt in kilogram kooldioxide-equivalenten. 3. De bij of krachtens het eerste lid vastgestelde normen voor de gemiddelde uitstoot van broeikasgassen zullen eens in de vijf jaren op doeltreffendheid en effecten worden geëvalueerd. 4. Een aangewezen warmtebedrijf stoot ten gevolge van de levering van warmte aan verbruikers niet meer broeikasgassen uit dan de norm, bepaald bij of krachtens het eerste lid. Indien de uitstoot van broeikasgassen meer is dan deze norm, meldt het aangewezen warmtebedrijf dit onmiddellijk aan de Autoriteit Consument en Markt. 5. De Autoriteit Consument en Markt kan bij besluit vaststellen dat het aangewezen warmtebedrijf vijf jaar na de eerste overschrijding van een norm, bepaald bij of krachtens het eerste lid, nog steeds meer broeikasgassen uitstoot dan deze norm.

Rechtspraak bij dit artikel