Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › § 2.5 › § 2.5.6

Artikel 2.25

informatie bij aanbod aansluitovereenkomst op collectieve warmtevoorziening

Onderdeel van Wet collectieve warmte· Ondernemingspraktijk

1. Bij een aanbod aan een gebouweigenaar om te worden aangesloten op een collectieve warmtevoorziening verstrekt het aangewezen warmtebedrijf de gebouweigenaar op duidelijke en begrijpelijke wijze de volgende informatie: een omschrijving van de te leveren goederen en diensten en de overeengekomen kwaliteitsniveaus daarvan, die in ieder geval betrekking hebben op: de minimum- en maximumtemperatuur van de te leveren warmte; de soort geleverde warmte; de tarieven van de te leveren goederen en diensten in verband met de levering van warmte, waaronder het tarief van de aansluiting op een collectieve warmtevoorziening; de kenmerken van de binneninstallatie waaraan moet zijn voldaan om veilig gebruik te kunnen maken van de geleverde warmte; de warmtebehoefte van het gebouw of de eenheden in een gebouw en kenmerken van de binneninstallatie waaraan moet zijn voldaan om de verblijfsruimte te kunnen verwarmen tot een binnentemperatuur van minimaal 20 graden Celsius uitgaande van een buitentemperatuur die niet lager is dan -10 graden Celsius; de kenmerken van de binneninstallatie waaraan moet zijn voldaan om tapwater te kunnen leveren op een temperatuur of te kunnen verwarmen tot een temperatuur die voldoet aan een bij ministeriële regeling vastgestelde norm; de verwachte datum dat de levering van warmte zal aanvangen. 2. In het geval van een aanbod voor een aansluiting op een nog aan te leggen of uit te breiden collectieve warmtevoorziening verstrekt het aangewezen warmtebedrijf in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, onder 3°, de minimale en maximale tarieven van de te leveren goederen en diensten in verband met de levering van warmte die het warmtebedrijf de eerste drie jaar na aanvang van de levering van warmte in rekening zal kunnen brengen. De minimale en maximale tarieven worden berekend op grond van de daadwerkelijk verwachte kosten van de te leveren goederen en diensten in verband met de levering van warmte. 3. Het aangewezen warmtebedrijf kan de Dienst voor het kadaster en de openbare registers als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Organisatiewet Kadaster verzoeken om de naam en adresgegevens van de gebouweigenaar beschikbaar te stellen. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers verstrekt deze gegevens aan het aangewezen warmtebedrijf. 4. Het aangewezen warmtebedrijf kan een systeembeheerder voor gas als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet verzoeken informatie te verstrekken ten aanzien van de grootte van de gasaansluiting van een gebouw van de gebouweigenaar, bedoeld in het eerste lid. De systeembeheerder verstrekt deze informatie aan het aangewezen warmtebedrijf. 5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over: de informatie, bedoeld in het eerste lid; overige informatie die het aangewezen warmtebedrijf bij een aanbod om te worden aangesloten op een collectieve warmtevoorziening aan de gebouweigenaar verstrekt; de procedure volgens welke het aangewezen warmtebedrijf de informatie, bedoeld in onderdeel b, en het eerste lid, ter beschikking stelt aan een gebouweigenaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel