Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › § 2.5 › § 2.5.6

Artikel 2.26

aanbod aansluitovereenkomst bij aanleg of uitbreiding collectieve warmtevoorziening in geval van verplicht beëindigen van gebruik fossiele brandstoffen

Onderdeel van Wet collectieve warmte· Ondernemingspraktijk

1. Een aangewezen warmtebedrijf doet uiterlijk op een door het college vast te stellen tijdstip voor de aanleg of uitbreiding van een collectieve warmtevoorziening een gebouweigenaar een aanbod aangesloten te worden op deze collectieve warmtevoorziening indien deze gebouweigenaar eigenaar is van een gebouw dat zich bevindt binnen een warmtekavel en waarvoor in een omgevingsplan regels zijn gesteld die in een gebied het gebruik van gas uitsluiten als warmtevoorziening van gebouwen, en voor zover van toepassing, voor de energievoorziening van milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 62a Gaswet, en waarvoor verwarming door een collectief warmtesysteem is aangewezen. 2. Bij het aanbod, bedoeld in het eerste lid, verzoekt het aangewezen warmtebedrijf de gebouweigenaar om binnen een bij ministeriële regeling te bepalen termijn aan te geven indien deze het aanbod niet aanvaardt en niet aangesloten wil worden op de nog aan te leggen of uit te breiden collectieve warmtevoorziening. 3. Indien een gebouweigenaar binnen de termijn, bedoeld in het tweede lid, niet te kennen heeft gegeven het aanbod niet te aanvaarden, heeft de gebouweigenaar het aanbod voor een overeenkomst tot aansluiting op de nog aan te leggen of uit te breiden collectieve warmtevoorziening stilzwijgend aanvaard. Het aangewezen warmtebedrijf informeert de gebouweigenaar over de stilzwijgende aanvaarding van het aanbod en geeft de gebouweigenaar de gelegenheid binnen 14 dagen de overeenkomst zonder opgave van redenen en kosteloos te ontbinden. 4. In aanvulling op de gegevens, bedoeld in artikel 2.25, eerste lid, verstrekt het aangewezen warmtebedrijf een gebouweigenaar als bedoeld in het eerste lid, informatie over de gevolgen voor de gebouweigenaar indien deze niet binnen de termijn, bedoeld in het tweede lid, te kennen geeft het aanbod niet te aanvaarden en niet aangesloten te willen worden op de nog aan te leggen of uit te breiden collectieve warmtevoorziening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel